De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

BOEKBESPREKINGEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

BOEKBESPREKINGEN

7 minuten leestijd

Gerrit de Kruijf: Ethiek onder weg. Acht adviezen. Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer; 145blz.; € 15,00.Wouter Klouwen, Ad van Nieuwpoort (red.): Dominee of tentenmaker? De predikant als tolk en getuige. Uitg. Kok, Kampen; 143 blz.; € 16,50.

Gerrit de Kruijf:
Ethiek onderweg. Acht adviezen.
Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer; 145 blz.; € 15,00.

Prof. De Kruijf, hoogleraar ethiek aan de Protestantse Theologische Universiteit te Leiden, geeft ons in dit geschrift een vademecum, waarin hij in het kort vertelt tot welk moreel advies zijn studie leidt. Het bevat acht tips voor of adviezen rond de thema’s procreatie, protectie en consumptie, ofwel: seksualiteit, politiek, economie. Deze worden geconcretiseerd in de hoofdstukken: Vier de zondag; Ga niet op in je werk; Strijd voor gerechtigheid; Geniet het leven; Vertrouw het gebruik van geweld toe aan de overheid; Aanvaard verschillen in moraal; Blijf trouw aan wie je trouw beloofd hebt; Dank God voor het leven.
Daarbij hanteert hij een vast patroon aan rubrieken, na een inleiding op het thema volgen bron, situering, reisgenoot en rugzak. In de bron legt hij de verbinding met de Bijbel, in de situering gaat de auteur in gesprek met eigentijdse vakgenoten, in reisgenoten geeft hij teksten van auteurs in wie hij zich herkent en in rugzak geeft hij een ethiek voor onderweg die als leeftocht kan dienen.
Nadrukkelijk probeert De Kruijf niet een ethisch systeem uit de Bijbel af te leiden, want ethische reflectie vindt immers altijd ergens midden in het leven plaats, onderweg, bepaald door veel wat vooraf gegaan is. Wat hij ontdekt heeft, koppelt hij niet onmiddellijk aan de Tien Geboden. Met opzet vermijdt de auteur het woord ‘gebod’, want dit heeft iets kils. In de Bijbel klinkt het warmer als: woord ten leven, wegwijzer. De vingerwijzer is wenkend, niet priemend.
Prof. De Kruijf wil, in tegenstelling tot de traditionele ethiek, die uitgaat van de schepping, schrijven vanuit de toekomst als invalshoek. Zijn eschatologisch gestructureerde ethiek betekent echter niet direct een afwijzing van de scheppingsethiek, maar K. Barth scherpte zijn oog voor het gevaar daarvan. Scheppingsethiek zou immers de neiging hebben het leven op te bouwen en te ontplooien vanuit de procreatie. Nee, geloven is toekomstgericht, zoals bij pelgrims. We zijn onderweg van oud naar nieuw, en levenskunst bestaat dan in het aangaan van de confrontatie tussen oud en nieuw. Daarbij moet het leven, zoals wij het kennen, ‘behandeld’ worden met liefde. Intussen is het vrederijk van God nog niet gekomen. In navolging van Jürgen Moltmann is voor De Kruijf de komst van het koninkrijk van God niet primair een kwestie van tijd maar van intimiteit. Een ontmoeting met Jezus Christus dringt ons tot anticipatie op de voleinding.
In de klassieke christelijke ethiek werd enerzijds het aardse leven gerelativeerd (veracht) vanwege het veel grotere belang van het eeuwige hemelse leven, anderzijds werden de normen van het aardse leven heel dicht bij het natuurlijke leven gehouden. Het kwam er op aan de morele orde die de Schepper heeft aangebracht, en die ook in de Tien Geboden zijn uitgedrukt, te volgen in de heiliging van het persoonlijke leven. De auteur prefereert echter met Moltmann een eschatologie die ernst maakt met de verlossing van dit aardse en historische bestaan en waarin ons morele leven moet blijk geven van die verwachting. De eschatologie raakt daardoor de ethiek op alle levensterreinen. Daarvoor is een omscholing nodig van contract- naar verbondsdenken. Toegegeven, de beschouwingen van De Kruijf hebben enerzijds een zekere aantrekkelijkheid vanwege hun ogenschijnlijk gehalte aan vitaliteit. Anderzijds doet het mij sterk denken aan vitalisme als postmoderne levensbeschouwing. Want ik mis toch wel heel sterk de gereformeerde leer van de zondeval als historische insnijding in de tijd, waardoor een en ander erg zweverig begint te worden. Waar is hier het fundament van apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus de uiterste hoeksteen is? Dan gaat het heel wezenlijk om de Tweede Adam, waardoor het einde (eschaton) reflectie zal zijn van het begin toen alles zeer goed (tof ) was. Een eschatologische ethiek behoeft de scheppingethiek toch niet uit te sluiten, als zij geëntameerd wordt door een daadwerkelijke kruistheologie, waarbij de theologie van de hoop gestructureerd wordt door de vreemdelingschap in het hier en nu. Omdat dit bijbelse fundament niet genoegzaam wordt gehonoreerd, wordt de zonde als machtsfactor niet wezenlijk onderkend en feitelijk getolereerd (om niet te zeggen: gelegitimeerd) als het gaat over het aanvaarden van homoseksualiteit in de praktijk en seksualiteit buiten het huwelijk wanneer men elkaar maar vasthoudt in liefde en trouw. Naar mijn mening heeft dit niets meer van doen met de christelijke vrijheid, maar alles met een uit de Verlichting stammend liberalisme, wat gemakkelijk ontaardt in libertinisme.
Dit neemt niet weg dat er mooie dingen worden gezegd over het genieten van het leven (hoewel Calvijn daar genuanceerder over schrijft), over gerechtigheid en democratie in het proces van islamisering van ons land, waarbij onder andere minister Donner uitvoerig aan het woord komt. Heel actueel zijn momenteel zijn beschouwingen over de beschermwaardigheid van het leven in de medische ethiek. Zijn relativisme kan ons wetticisme en mechanisme heilzaam doorbreken, maar neigt mijns inziens te veel naar een onbijbels liberalisme.
Als gereformeerden het gevaar lopen de scheppingsethiek te verabsoluteren, dan ontkomt naar mijn inzicht prof. G.G. de Kruijf niet aan het verabsoluteren van een eschatologische ethiek, waarbij de uitersten elkaar weer blijken te raken. Het lijkt me goed tot een integratie van die beide te komen. Op één spoorrail kan de trein niet rijden!

C.A. van der Sluijs, Veenendaal

Wouter Klouwen, Ad van Nieuwpoort (red.):
Dominee of tentenmaker? De predikant als tolk en getuige.
Uitg. Kok, Kampen; 143 blz.; € 16,50.

Momenteel wordt er binnen de Protestantse Kerk een stevige discussie gevoerd over het ambt van predikant. Wat maakt een predikant tot predikant? In dat gesprek voegen zich door middel van de publicatie Dominee of tentenmaker? de stemmen van een zestiental theologen van wie het merendeel zich verwant weet met het gedachtegoed van de bekende ds. F.H. Breukelman (1916-1993). Met een aansprekende preek van hem opent de bundel. Indringend tekent hij de predikant: een zeer middelmatige man, maar wel ‘geroepen om vanuit de Heilige Schrift het Woord van God te verkondigen’. Met de laatste zinsnede is min of meer de ondertoon van het boek weergegeven, zij het dat deze in de ene bijdrage meer doorklinkt dan in de andere.
Mag iedereen dat: het Woord van God verkondigen? Ja hoor, zei Luther, want we worden allemaal door de doop tot priesters gewijd. Alleen, niet allemaal tegelijk. Er dient orde in de gemeente te zijn. Eerlijk gezegd wel een wat magere visie van de grote reformator. Aan Noordmans’ opvatting, die ook in het kort beschreven wordt, hebben we ’t meest. Universitaire studie voor het predikantschap vond hij een eerste vereiste. ‘De kerk eist van haar dienaren academische opleiding, waaraan de Grieks-Romeinse beschaving ten grondslag ligt. De enkel bijbelvaste oefenaar waardeert, maar prefereert zij niet.’ Een voorganger van een gemeente moet volgens hem dus het vermogen hebben om God in het Hebreeuws en Grieks te horen spreken.
Ik miste enkele stemmen in het boek. Bijvoorbeeld van Calvijn, bij wie sterk de overtuiging leefde dat de kerk in alles naar Gods Woord moet zijn ingericht, zeker met betrekking tot het ambt. En van de nauw met hem verwante Nederlandse Geloofsbelijdenis, die zegt dat de kerk ‘geregeerd moet worden naar de geestelijke politie, die ons onze Heere heeft geleerd in Zijn Woord, namelijk dat er dienaars of herders moeten zijn om Gods Woord te prediken en de sacramenten te bedienen’ (art. 30). Wat mijns inziens niet voldoende in de bundel doorklinkt, is het paulinische besef ‘Wee mij als ik het evangelie niet verkondig’ en ‘Wij dan, wetende de schrik des Heeren, bewegen de mensen tot het geloof.’ Was deze tentenmaker daarvan niet op-en-top doordrongen?
In elk geval, een waardevolle bundel, waarvan ik hoop dat de grondtoon gehoord en verwerkt zal worden in de meningsvorming van de synode en de door haar in dit kader ingestelde commissies.
Als slotzin een intrigerende zin uit een preek van Barnard, ergens in Dominee of tentenmaker opgetekend: ‘Zijn dominees geen pelgrims, - ergens uitgestapt op een perron in deze wereld, voor heilig aangezien, maar overigens niets dan ontsnapte gevangenen?’

H.J. Lam, Rijssen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juni 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

BOEKBESPREKINGEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juni 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's