De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Geringe status voor theologie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Geringe status voor theologie

CHRISTEN & TIJDGEEST [9, SLOT]

7 minuten leestijd

Hoe staat het er voor met de theologiebeoefening in relatie tot de hedendaagse tijdgeest? Een Leidse bachelorstudent zei onlangs: Uw colleges vallen eigenlijk een beetje uit de toon, want bij u denken we gewoon na over het geloof!

Die wat verbaasde opmerking laat misschien wel zo bondig en helder als maar mogelijk is zien hoe het er voorstaat. Om het terrein te verkennen letten we er eerst op hoe theologieopleidingen momenteel ingebed zijn in het hoger onderwijs. Daarin zijn namelijk nogal wat veranderingen gaande. Daarna proberen we meer inhoudelijk te peilen hoe theologen hun taak opvatten en zich daarvan kwijten.

Geesteswetenschappen
Een eerste ingrijpende verandering die op structureel niveau gaande is, betreft de opheffing van theologische faculteit en de inbedding daarvan in grotere gehelen. Aan de Universiteit van Amsterdam gebeurde dat als eerste, daarna volgde enkele jaren geleden de Universiteit Utrecht, terwijl recent de Universiteit Leiden een soortgelijk besluit genomen heeft. Dat betekent dat binnenkort alleen de Universiteit Groningen en de Vrije Universiteit nog hun van huis uit protestants-georiënteerde theologische faculteiten zullen hebben.
De achtergrond van de opheffing van theologische faculteiten is een tamelijk eenvoudige: de noodzaak tot schaalvergroting. Veel theologische faculteiten zijn qua studentenaantallen te klein geworden om zelfstandig te kunnen voortbestaan. Ze vallen soms ook min of meer in het niet vergeleken bij de meeste andere faculteiten binnen een universiteit.
Het zou dan vreemd zijn als een decaan van de faculteit Godgeleerdheid eenzelfde status blijft houden als de decaan van de vele malen grotere faculteit natuurwetenschappen. Vandaar dat theologie als een afzonderlijk ‘departement’ (Utrecht) of ‘instituut’ (Leiden) ondergebracht wordt in een grotere faculteit Geesteswetenschappen (of eventueel Letteren).
De theologische instelling behoudt daarbij weliswaar een zekere zelfstandigheid, maar de uiteindelijke verantwoordelijkheid ligt toch bij de decaan van die omvattende faculteit – meestal natuurlijk geen theoloog, in veel gevallen ook niet iemand die de wereld van kerk en theologie van binnenuit kent.

Vooroordeel
Dat dat zeker op termijn gevolgen kan hebben, laat zich raden. De vakken die tezamen de theologie vormen (bijbelwetenschappen, kerkgeschiedenis, et cetera) kunnen gemakkelijk ‘oplossen’ in het geheel van zo’n grotere letterenfaculteit. Nu al moeten studenten soms erg puzzelen om hun studie theologie zo in te richten dat ze uiteindelijk voldoen aan de vakinhoudelijke voorwaarden die de Protestantse Kerk stelt voor instroming in haar predikantsopleiding (kennis van de bijbeltalen, de Reformatie, etcetera). Een samenhangende theologische opleiding is er aan de openbare universiteiten nauwelijks meer, en zal in de toekomst vermoedelijk alleen nog maar meer onder druk komen te staan.
De achtergrond van deze ontwikkeling is een even eenvoudige als aangrijpende: de ontkerkelijking. Nog niet zo heel lang geleden had de theologische faculteit van een openbare universiteit een tamelijk christelijk profiel. Hoogleraren waren weliswaar al sinds 1876 door de wet verplicht hun onderwijs ‘neutraal’ aan te bieden, maar niemand vond het vreemd dat zij hun vak toch beoefenden vanuit hun geloof, en de waarde daarvan van tijd tot tijd ook duidelijk maakten in hun colleges.
De laatste decennia wordt echter door velen steeds scherper aangezet dat docenten theologie aan een staatsopleiding niet vanuit een gelovig ‘vooroordeel’ mogen werken. Dat zou namelijk ten koste gaan van hun wetenschappelijkheid (zo bv. eind 2006 nog de Utrechtse professor M. Sarot). Vanuit een soortgelijke gedachtegang heeft men in Leiden onlangs besloten de naam ‘Theologie’ te veranderen in ‘Godsdienstwetenschappen’. Theologie betekent immers letterlijk: Godgeleerdheid, dus kennis aangaande God, en als het goed is ten diepste ook kennis ván God. Maar dat is niet wat men aan de universiteit moet zoeken. Daar bestudeert men slechts het verschijnsel godsdienst op alle mogelijke manieren, zonder zich uit te laten over het al of niet ‘waar’ zijn van die godsdiensten. Vandaar de naam godsdienstwetenschappen (in het Engels: Religious Studies). Het christendom neemt temidden van de bestudeerde godsdiensten een steeds bescheidener plaats in.

Godgeleerdheid
In de gereformeerde traditie geldt echter, dat de ‘echte’ theologie nog altijd zoiets is als Godgeleerdheid, vanuit de vooronderstelling dat die via de Bijbel tot ons spreekt, dat dat spreken ook is: van God geleerd zijn. Zij is dus gericht op de God van Israël, opgevangen en verwerkt in de geschiedenis van de christelijke kerk. Het is van groot belang om het door te vertalen naar vandaag. Gelukkig zijn er nog heel wat academische instellingen waar theologie in deze klassieke zin van het woord wordt beoefend – niet alleen in Nederland maar ook daarbuiten.
Dat brengt ons bij de inhoudelijke kant van de ontwikkeling van de theologie. Is er daarin een bepaalde tendens te bespeuren, of gaat het alle kanten uit? Dat is nog niet zo makkelijk te zeggen. Daarvoor zou men immers het hele veld van wat er zoal aan theologische publicaties verschijnt moeten kunnen overzien, en dat is vrijwel onmogelijk.

Ervaring
Toch denk ik dat zich globaal gesproken twee lijnen laten zien. Aan de ene kant - en dat is waarschijnlijk wel de hoofdstroom - is er heel veel wat we noemen ‘ervaringstheologie’. Daarmee bedoelen we die vormen van nadenken over God, die hun vertrekpunt nemen in menselijke ervaringen, ideeën en idealen. Soms wordt dat heel openlijk ingevuld: we moeten een beeld van God ‘construeren’ dat recht doet aan de gelijkwaardigheid van mensen, of aan de strijd van onderdrukten, of aan de vrijheid waarin wij mensen onze eigen keuzes mogen maken. Soms gaat het er subtieler aan toe, en neemt men officieel zijn uitgangspunt in de Bijbel en/of de christelijke traditie – maar wordt het beeld van God wel zó bijgesteld dat het overeenkomt met wat we zelf graag waar willen hebben.
Nu is het natuurlijk ook moeilijk om dat helemaal te voorkomen. Niemand benadert de Bijbel nu eenmaal geheel ‘blanco’, we nemen altijd onze vooronderstellingen mee. Maar het maakt wel verschil, of we de Bijbel bewust inkaderen in ons eigen denkraam of dat we erop uit zijn om ons denken over God juist te laten storen en corrigeren door de Bijbel.

Openbaring
Dat laatste komt gelukkig ook nog wel degelijk voor in de hedendaagse theologie. Tegenover ‘ervaringstheologie’ spreekt men in dit verband wel over ‘openbaringstheologie’: een nadenken over God waarbij men streng wil uitgaan van hoe God Zichzelf heeft laten kennen. De naam die sterk verbonden is aan deze geheel andere manier van theologiseren, is die van Karl Barth. Onder ons heeft Barth natuurlijk geen onverdeeld positieve naam, vooral doordat zijn theologie in haar uitwerking tendeert naar algemene verzoening. Maar kijken we naar de fundamentele theologische grondposities, dan moeten we zeggen dat Barth met zijn strenge oriëntatie op Gods openbaring geheel in lijn is met Reformatoren als Luther en Calvijn.
Niet voor niets krijgt hij op dit punt nog altijd heel wat kritiek te verduren. Wereldwijd richten velen die vanuit een ervaringstheologie denken dan ook hun pijlen op Barth: ze vinden zijn theologie veel te orthodox en gesloten. Maar Barth had een onweerlegbaar argument voor zijn stellingname: wanneer we in de theologie vertrekken vanuit ons eigen denken en ervaren, dan eindigen we in antropologie. Met andere woorden: dan zeggen we uiteindelijk alleen nog maar iets over onszelf, onze wensen, idealen en projecties, maar niet meer over de ware God. Dat laatste kan immers alleen, wanneer we naspreken wat God ons voorgezegd heeft.

Webster
Nog altijd zijn er vandaag de dag theologen actief die heel bewust de lijn van de openbaringstheologie kiezen. Als ik hier één van hen mag noemen, denk ik aan de Schotse theoloog John Webster, als hoogleraar werkzaam in Aberdeen. Jarenlang heeft Webster uitgebreid over ándere theologen geschreven, om door te geven wat hij van hen geleerd had. Maar recent is hij begonnen meer voor eigen rekening te spreken, onder andere in een indrukwekkend boekje over de Heilige Schrift. Daarin weet hij – naar vriend en vijand erkent – een hoog niveau van theologiseren te paren aan een orthodoxe Schriftleer. Niet alleen Barth, maar ook ‘onze’ H. Bavinck behoort daarbij tot zijn bronnen. Webster is in bepaalde opzichten een eenzame figuur, hij weet dat slechts weinigen hem volgen. Toch heeft zijn werk een krachtige uitstraling, doordat hij zo authentiek, grondig en doordacht uiteenzet – niet zozeer wat hijzelf vindt, maar wat christelijk geloof ten diepste inhoudt.
Al is er in de hedendaagse theologie dus veel wat zorgen baart, er valt tegelijkertijd ook nog veel te leren – en bij tijden zelfs te genieten van indrukwekkende publicaties die getuigen van een diepgeworteld geloof in de God van de Bijbel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juni 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Geringe status voor theologie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juni 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's