Hugo Claus en J.J. Voskuil
SIGNALEMENT
Vanouds is zelfdoding een uiterst kwetsbaar en teer onderwerp. Er werd meer over gefluisterd dan over gesproken, zeker in christelijke kring. Wie nam er woorden in de mond als het zwart van de nacht een medemens ook overdag voor ogen staat, als de last van het leven als te zwaar ervaren is? De Bijbel leert ons dat het soms beter is te zwijgen. Meezwijgen is meelijden en als zodanig een uiting van pastoraat.
Geen heldendaad
Dat zwijgen is voorbij. In de Nederlandse samenleving ligt er voor een overgrote meerderheid geen taboe meer op het vaststellen van je eigen sterfdag. Verhullend wordt dat genoemd: de regie over je leven tot het laatste op een waardige wijze in eigen hand nemen. Wij kunnen er zomaar mee te maken krijgen, op ons werk, in de buurt waarin we wonen, in de familiekring ook. Je buurman die afscheid komt nemen, omdat hij het leven moe is. Ja, wat zég je dan? Of een collega die vraagt of ze over tien (!) dagen vrij kan zijn, omdat haar moeder dan begraven zal worden. Wat zeg je dán?
We signaleren dat berichten over een zelfbepaalde sterfdag ineens onbekommerd in de media klinken. Zoals dit voorjaar, toen de Belgische schrijver-kunstenaar-filmer Hugo Claus overleed. Het nieuws begint met de aankondiging dat Claus aan Alzheimer leed en zelf het tijdstip van zijn dood gekozen heeft. Columnisten reageren pas op dit feit als de Belgische kardinaal Danneels in zijn preek zegt: ‘Door zomaar uit het leven te stappen, antwoordt men niet op het probleem van lijden en dood. Men loopt er in een boog omheen en omzeilt het. Omzeilen is geen heldendaad, geen voer voor frontpaginanieuws.’ Dán is er verontwaardiging bij de stukjesschrijvers, want de kardinaal ‘bekladt de nagedachtenis van de schrijver’. De wereld op haar kop. Wat heeft een volk daarom deze woorden uit de kerk nodig, niet belerend, wel bewogen.
Demente moeder
In Nederland volgde J.J. Voskuil op donderdag 1 mei, de dag waarop de kerk de Hemelvaart van Christus herdenkt, de weg van Claus. Wat staat er inmiddels op de flaptekst van zijn heruitgegeven roman De moeder van Nicolien: ‘Op 1 mei 2008 overleed de schrijver Voskuil op een tijdstip dat hijzelf uitkoos. Dit bewuste einde plaatst het relaas over De moeder van Nicolien in een ander en betekenisvol perspectief.’ De roman bestaat uit fragmenten uit Voskuils grote, zevendelige romancyclus Het Bureau en beschrijft het dementeringsproces van de moeder van Nicolien.
Is het aangrijpende van de dood van twee identificatiefiguren in de Nederlandse cultuur niet dat hun zelfgekozen sterfdag als ‘een waardig einde’, als normaal wordt voorgehouden? Wie verbaast zich er dan over dat zelfdoding na verkeersongevallen de grootste doodsoorzaak onder twintigers is? De eeuwigheid is uit het vizier. Het blijkt als je in de boekhandel de flaptekst van een boek leest, zoals je het aantal calorieën op een product voor in de keuken bekijkt. Doodgewoon, zeggen we. Maar de dood is niet gewoon.
Ik las ergens: ‘God openbaart zich in ons lijden en in onze zwakte meer dan in onze kracht.’ Van Hem is ons leven. Daarom leven we met Hem, tot de laatste van onze dagen. Hoe zwaar en door pijn bepaald die ook kunnen zijn.
Na Pasen kent de kerk het redmiddel en is ze bewogen met allen rondom ons die ten dode wankelen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juni 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juni 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's