De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Traditie doorbroken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Traditie doorbroken

Vijftig jaar vrouw in het ambt [1]

5 minuten leestijd

Deze week is het een halve eeuw geleden dat de synode van de Nederlandse Hervormde Kerk besloot tot de openstelling van de kerkelijke ambten voor de vrouw. Hiermee kwam een eind aan een traditie van honderden jaren. Welke factoren hebben een rol gespeeld bij die beslissing?

Sinds de Reformatie tot 1900 heeft geen vrouw in de kerk een ambt bekleed. In 1911 werd in Nederland voor het eerst een vrouw tot het predikambt toegelaten in de gemeente van de Doopsgezinde Broederschap te Bovenknijpe in Friesland. In 1915 besliste de Remonstrantse Broederschap dat ook aan de vrouw voortaan de mogelijkheid moest worden geboden predikant te worden. In 1922 verklaarde de synode van de Evangelisch–Lutherse Kerk dat de reglementen het beroepen van vrouwen in de kerk niet verbieden.

Hervormde Kerk
In 1915 kwam in de Nederlandse Hervormde Kerk een verzoek om het hulppredikschap voor de vrouw. Dit verzoek werd verworpen. Pas in 1922, na het besluit van de toekenning van het vrouwenstemrecht in 1921, werd het verzoek om het hulppredikschap voor de vrouw aangenomen. In 1930 deed de Leidse kerkelijke hoogleraar L. Knappert een voorstel om het predikambt voor de vrouw open te stellen. Bij het nagaan van de voorgeschiedenis moeten we twee bijzonderheden niet over het hoofd zien. De vraag naar het ambt kwam altijd van de kant van vrouwelijke studenten theologie. Bovendien gaf de toename van vrouwelijke studenten theologieaanleiding tot de vraag om een bepaalde vorm van kerkelijke dienst te ontwerpen.

Twee rapporten
In 1948 werd voorzichtig besloten om een commissie in te stellen, die de vragen onderzocht rondom de kwestie van de vrouw in het ambt en naar de wenselijkheid van een synodebesluit in deze. Vanaf 1950 ontstond er een grondige discussie aan de hand van twee rapporten (1950 en 1957). De commissie bracht in 1950 een meerderheidsrapport voor de vrouw in het ambt uit en een minderheidsrapport daartegen. Het meerderheidsrapport was helemaal gebaseerd op de gelijkwaardige verhouding tussen man en vrouw. Het minderheidsrapport vestigde meer de aandacht op de ongelijkheid tussen man en vrouw. De synode besloot geen stemming te houden over deze zaak en de rapporten in een omgewerkte vorm met een begeleidend schrijven naar de kerken te zenden. In 1954 bleek uit de reacties van de classes dat de meerderheid van de kerk de totale uitsluiting van de vrouw in het ambt niet meer kon handhaven. De synode besloot het ambt voor de vrouw open te stellen, hoewel men het nog op verschillende punten oneens was met elkaar.
Het besluit van de synode werd echter ingetrokken vanwege de afwijzende reacties van de classes. Over de principiële discussiepunten was in de gemeenten nog geen overeenstemming bereikt. De intrekking van het besluit gebeurde door praktische argumenten. Het rapport van 1957 had de functie om de weg tot de volledige openstelling van de ambten voor de vrouw te banen. De betekenis van het ambt werd niet ingevuld. Wel werd veel aandacht geschonken aan de hermeneutische aspecten. Het aspect van tijdgebondenheid was één van de factoren waardoor de blokkade van absolute uitsluiting van de vrouw in het ambt langzamerhand afbrokkelde en de openstelling van het ambt voor de vrouw werd versneld.
Er kwam geen volledige openstelling voor de ambten van de vrouw tot stand. Een vrouw mocht ouderling en diaken worden, maar voor het predikambt was dispensatie vereist.

De synode van 1958
Het jaar 1958 was in de Nederlandse Hervormde Kerk het beslissend jaar voor ‘de vrouw in het ambt’. Op de synode van dat jaar werd naar aanleiding van de openstelling van het ambt voor ouderlingen en diakenen en de beperkte openstelling van het predikambt voor de vrouw fel gediscussieerd over het gezag van de Heilige Schrift. Belangrijke bijbelse punten bleken nog niet opgelost te zijn. Op maandag 23 juni heeft de synode met 27 tegen 24 stemmen de voorstellen tot toelating van de vrouw in de ambten aangenomen.
In 1966 werden de kerkordelijke bepalingen, die de volledige ambtsuitoefening door vrouwelijke predikanten beperken, geschrapt als gevolg van de voortgaande maatschappelijke bezinning op de positie van de vrouw en de oecumenische ontwikkeling. De overgrote meerderheid was voor volle-

De Koreaan K.K. Lim deed een nauwgezet historisch onderzoek naar de openstelling van het ambt voor de vrouw in de Evangelisch-Lutherse Kerk, de Nederlandse Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken in Nederland. Geïnteresseerden kunnen in dit boek uitvoerig de achtergronden lezen van de openstelling van de kerkelijke ambten voor de vrouw. K.K. Lim, het spoor van de vrouw in het ambt, Kok, Kampen, 2001.

dige openstelling van het predikambt voor de vrouw. De praktische beperkingen bleven. De vrouwelijke predikant moest bij het aangaan van een huwelijk haar ambt neerleggen. Ook ging zij eerder met emeritaat dan de man. In 1977 zijn deze beperkingen afgeschaft, zodat er vanaf dat moment geen belemmeringen meer bestonden voor een volwaardig functioneren van de vrouw in het ambt van predikant.

De Gereformeerde Bond
De Gereformeerde Bond heeft telkens een duidelijke en consistente koers aangehouden: de vrouw in het ambt wordt op grond van de Bijbel afgewezen. Dit standpunt werd direct toen de discussies binnen de Nederlandse Hervormde Kerk op gang kwamen, ingenomen en later in beleidsbrochures herhaald. Ook in de uitvoerige studie Man en vrouw in bijbels perspectief blijft deze conclusie staan. In 1954 reageerde het hoofdbestuur met een Consideratie, waarin op grond van het Oude en Nieuwe Testament wordt geoordeeld, dat geen van de ambten voor de vrouw dient te worden opengesteld. In 1958 bezochten 750 ambtsdragers een ambtsdragersvergadering. Tijdens deze vergadering werd een resolutie aangenomen, waarin de beslissing van de synode in strijd wordt geacht met ‘de duidelijke uitspraken van de Heilige Schrift’.

Eindconclusie
We vatten samen. De openstelling van de vrouw in het ambt is langzaam dichterbij gekomen. De vraag kwam steeds van de kant van vrouwelijke studenten theologie. De discussie is jarenlang gevoerd met een verschillend verstaan van de Schriftgegevens. Bij de aanvaarding hebben bijbelse gegevens marginaal een rol gespeeld. De tijdgeest en praktische aspecten telden als argumenten zwaarder mee dan de uiteenlopende principiele meningen. In 1958 heeft de synode met een nipte meerderheid het voorstel aanvaard. De Gereformeerde Bond hield vast aan een duidelijke en consistente lijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juni 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Traditie doorbroken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juni 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's