Stormachtige groei van de kerk
Indrukken uit Zuid-Korea
Korea is een welvarend en hoog-technisch land, maar in een aantal opzichten leven christenen er anders. Ze nemen de tijd voor wijding en gebed.
In 2005 bezocht ik Korea voor het eerst, in het kader van de tweejaarlijkse conferentie van het International Reformed Theological Institute (IRTI), die toen in Seoul werd gehouden. Prof. Verboom gaf daarna in deze kolommen een impressie van onze ervaring aangaande het kerkelijke leven in de Presbyteriaanse gastgemeente aldaar, waarbij hij onder andere de nadruk legde op de educatie in de vele groepen waarin de gemeente bijeen was na de massaal bezochte kerkdiensten.
Enkele weken was ik opnieuw te gast in deze gemeente, nu voor een tiendaags congres met een dertigtal predikanten en anderen uit Frankrijk, dat geheel werd gevuld met lezingen van Koreaanse theologen. Dat gaf een verdiept inzicht en een nieuwe beleving. In verschillende bladen gaf ik al een impressie van mijn ervaringen. In de hier volgende bijdrage leg ik de nadruk op toewijding en gebed, die naar mijn oordeel mede het geheim zijn achter de stormachtige groei van de kerk in Zuid-Korea.
Twaalf miljoen christenen
Pas heel laat (in 1885) werd Korea met het evangelie bereikt. Vandaag telt Zuid-Korea twaalf miljoen christenen (25 procent van de bevolking), waarvan drie miljoen behoren tot de Presyteriaanse Kerk van gereformeerde signatuur, waar de gemeente in Seoul onder valt. Die Presbyteraanse Kerk telt over heel Zuid-Korea drie miljoen leden, de (wijk)gemeente in Seoul vijftienduizend, met daarnaast nog een flink aantal andere gemeenten van die kerk, bijvoorbeeld in het oudste kerkgebouw in Seoul. In totaal telt Seoul 6533 kerkgebouwen, die ’s zondags twee keer vol zitten, nog afgezien van een ‘Pinkstertempel’ met 30.000 kerkgangers.
Dr. Jong Yun Lee, de voorganger van de gemeente, wees er in een afsluitende lezing op dat vurig en aanhoudend gebed en bijbelse prediking, met nadruk op geestelijke vernieuwing en geestelijke groei, het geheim vormen voor groei van de kerk. Mensen moeten door de prediking in het net van het evangelie worden gevangen. Die prediking moet niet louter bestaan in het doorgeven van kennis maar moet wekken tot levensverandering door de Heilige Geest. In de Presbyteriaanse gemeente van Seoul zijn er ‘op de dag des Heeren’ drie hoofddiensten (ongeveer vierduizend kerkgangers) en een zangdienst, twee diensten op woensdag, elke dag inclusief de zondag om half zes ’s morgens een morgenwijding c.q. gebedsdienst van een uur, en elke vrijdagavond een gebedssamenkomst, annex bijbeloverdenking in vele kleine groepen in de huizen.
Gebed
Er is dus voortdurend gebed. Luther zei ooit dat als je het druk hebt, je extra tijd voor gebed moet nemen. Welnu, in Korea is het gebed geen minutenwerk. De christenen in Korea zijn geoefend in het gebedsleven gedurende de tijd van het grote lijden tijdens de vijfendertig jaar durende Japanse overheersing en de daarop volgende vervolging onder het communisme en in de Koreaanse oorlog (1950-1953).
Christenen trokken in groepen de bergen in rondom Seoul voor gebedsbijeenkomsten. Ze werden in de weg van het gebed gestaald in standvastigheid en weerbaarheid, die niet onopgemerkt zijn gebleven en een voedingsbodem vormden voor de stormachtige groei die de kerken daarna gingen doormaken. Het boeddhisme had de mensen niet geholpen, het christelijk geloof was inspirerend gebleken.
Die gebedstraditie is voortgezet. Het behoort immers tot de geestelijke wapenrusting van de christen? Paulus zegt: ‘… terwijl u bij elke gelegenheid met alle gebed en smeking bidt in de Geest en daartoe waakt met alle volharding en smeking voor alle heiligen’ (Ef. 6:18, HSV). Elke morgen om half vijf is er een gebedsdienst. Niet alle leden van de gemeente zijn dan aanwezig, maar elke dag wel enkele honderden, vaste en wisselende deelnemers.
Elke morgen is er een uitgewerkte, twintig minuten durende meditatie van de voorganger, waarin een bijbelboek van dag tot dag op de voet wordt gevolgd. In die meditaties bleek hoezeer de gemeente in de traditie van de Reformatie staat. Regelmatig passeerden de geschriften van Luther en Calvijn, alsook de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Op een morgen werd de Godsleer bij Calvijn uiteen gezet. Het bleef niet bij kennisoverdracht – al was die grondig – het ging ook om geestelijke groei en teerkost op de dagelijkse levensweg.
Concreet
Gebeden waren concreet. Hoe gemakkelijk kunnen gebeden in de eredienst niet tot loopjes worden, ‘voor de koster en de organist’ en ‘voor ons koninklijk huis’, zonder dat er concrete aanleiding voor is of er concrete invulling aan wordt gegeven. Ik geef een paar voorbeelden:
Er was dagelijks gebed voor de ontsluiting van het hermetisch gesloten Noord-Korea voor het evangelie. Men voegt overigens de daad bij het gebed door regelmatig aan de grens van Noord-Korea een veelheid van luchtballonnen met (rode) Bijbels eraan los te laten. Heel concreet werd dagelijks gebeden voor de (bekering van de) militairen (in Noord en Zuid) en voor de minister van defensie. Het evangelie moet infiltreren in alle hoeken van de samenleving. Dagelijks werd gebeden voor de vele mensen in zendingsdienst: vanuit heel Korea ongeveer twintigduizend, vanuit die ene gemeente in Seoul alleen al veertig. Gebeden werd om nieuwe arbeiders. De opleiding voor predikanten telt voor deze kerk 1800 studenten. Geen nood, de hele wereld is werkterrein.
Ook werd gebeden voor het bewaren van de gemeente en van de wereldchristenheid bij het rechte geloof en de daarmee gepaard gaande levensheiliging. De kerk in Frankrijk kreeg, gegeven het congres met de Fransen, elke dag aandacht, in die zin dat gebeden werd om herleving en om terugkeer naar de bronnen van de Reformatie. Dat gebed was er voor heel Europa. De noden in de wereld, zoals die van dag tot dag in de media tot ons komen, werden voor Gods Aangezicht neergelegd. En verder werd er telkens gebeden met de vinger bij het behandelde Schriftgedeelte.
Leermomenten
Leermomenten zijn er voor ons te over. Ik besef zeer wel dat de situatie aldaar niet zo maar is over te planten naar hier, maar men neemt de tijd voor wijding en gebed, omdat men overtuigd is van de kracht van en de zegen op het gebed. Daarbij komt de sterke missionaire passie. Wij denken vandaag na over ‘de missionaire gemeente’. De kerk, c.q. de gemeente ìs daar gewoon missionair. Men heeft zelf nog maar betrekkelijk kort het evangelie. De drang om het (wereldwijd) door te geven is groot. Per week komen er in de onderhavige gemeente in Seoul gemiddeld dertig nieuwe kerkgangers bij. Er zijn ook afvallers, maar de groei zit er nog steeds in, al begint die nu wat af te vlakken. Intussen is Europa zendingsgebied geworden voor de kerken in Zuid-Oost Azië. Ook daar ligt de kerk buiten het Paradijs. Naarmate men dieper kennis maakt met de christenheid aldaar, zullen er ook best teleurstellende ervaringen zijn, maar dit tweede bezoek aan Zuid-Korea was voor mij verdiepend, verootmoedigend en bemoedigend. Gods werk gaat door. Zijn werk in de wereld valt niet te keren. Het evangelie heeft kracht en geeft kracht. Het geloof is wereldoverwinnend geloof (1 Joh. 5:4) en het gebed is wereldwinnend.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juni 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juni 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's