Hebt Gij mij lief?
Verstandelijk gehandicapt en de gemeente [1]
Wie niet in staat is het lichaam des Heeren te onderscheiden, kan toch niet aan het Heilig Avondmaal deelnemen? Verlegenheid rond de verstandelijke handicap.
Ds. A. Trapman vertelde eens het volgende verhaal. Een verstandelijk beperkte jongen die graag belijdenis wilde doen, zat tijdens de aannemingsavond tussen de andere belijdeniscatechisanten in. De dominee had een paar vragen met hem gerepeteerd. Toen de dominee hem die vragen stelde, antwoordde hij niets. Een ouderling probeerde hem te helpen, maar het bleef stil, doodstil. Ten einde raad vroeg die ouderling: ‘Maar m’n jongen, waarom wil jij nou belijdenis doen?’ Toen antwoordde die jongen: ‘Omdat ik zoveel van de Heere Jezus houd.’ Daarop viel er een stilte vol ontroering.
Ik geloof dat we uit de mond van deze jongen de kern van de belijdenis van het geloof horen. Wat wonderlijk dat er toch zoveel verlegenheid bestaat rondom het doen van belijdenis door verstandelijk gehandicapten en de daarmee verbonden deelname aan het avondmaal. Ik wil enkele achtergronden aanwijzen en hopelijk ook een weg wijzen. Ik merk meteen op dat we niet kunnen spreken over dé verstandelijk gehandicapte, omdat de verstandelijke handicap zelf heel verschillend van aard kan zijn.
Opgesloten
Waar komt onze verlegenheid vandaan? Wanneer we eens terugkijken naar de wijze waarop in de loop der eeuwen over verstandelijk gehandicapten gedacht is, wordt ons dat vrij spoedig duidelijk. Ik stip zomaar enkele dingen aan. In de Grieks-Romeinse cultuur was hen geen lang leven beschoren. Een tijdlang kregen ouders zelfs het recht om hen te doden.
In latere eeuwen werden ze vaak beschouwd als een object van vermaak, of als heks. Veelal werden ze opgesloten in dolhuizen. Een dieptepunt was de (tijdelijke) maatregel van Hitler, waardoor 60.000 à 70.000 verstandelijk gehandicapten zijn vermoord.
Schamen
Hoe was het in de kerk? Deskundigen zeggen dat de acceptatie door de Vroege Kerk al spoedig plaats maakte voor een negatieve houding. Men zag eeuwenlang verstandelijk gehandicapten als wezens die door de duivel bezeten waren. Zelfs iemand als Luther noemde hen Wechselbälger (monsters), die men beter niet kon laten leven. Meestal werden ze weggestopt, alsof ze niet bestonden, al zijn er lichtende uitzonderingen te noemen, zoals bisschop Nicolaas van Myra (Sint Nicolaas) en enkele kloosterorden. Meestal werden ze niet oud door gebrek aan verzorging. Wanneer ik dit bedenk, begin ik me te schamen. Hoe verklaarbaar deze houding wellicht is vanuit de context, wat erg dat deze broeders en zusters zo geleden hebben.
Heel langzaam is de houding tegenover verstandelijk gehandicapten in de kerk veranderd. De eerste persoonlijke initiatieven ontstonden in het Duitse piëtisme en het latere Reveil. Met ere mogen in ons land onder anderen genoemd worden O.G. Heldring, C.E. van Koetsveld en W. van den Bergh. Maar hun houding werd over het algemeen niet begrepen. De laatstgenoemde moest klagen dat geen enkele diaconie zijn plannen voor een verzorgingstehuis voor geesteszwakke kinderen wilde ondersteunen.
Moeilijk leerproces
Pas in de vorige eeuw is de positie van de verstandelijk gehandicapte in de kerk ten goede veranderd. In 1970 verscheen er een positief rapport over hun belijdenis en avondmaalsgang in de Gereformeerde Kerken, in 1974 gevolgd door een geschrift in de Nederlandse Hervormde Kerk. Gelukkig zijn de verstandelijk gehandicapten steeds meer aanvaard in de gemeente. Het is wel een uiterst moeilijk leerproces voor de doorsnee gemeenteleden om hen als volwaardige leden van de gemeente te zien.
Hoe bezag de gereformeerde traditie de verstandelijk gehandicapte als het ging om doop, belijdenis en avondmaal? Gedoopt werden zij zeker. En als zij heel jong stierven? Indrukwekkend vind ik wat hierover de Drentse afgevaardigden op de Dordtse Synode (1618-1619) zeiden: Wat de Dordtse Leerregels in I.17 zeggen over jonggestorven kinderen, geldt ook voor volwassenen die van het begin van hun leven ‘buiten hun verstand’ geweest zijn. Over belijdenis en avondmaal van verstandelijk gehandicapten zwijgt onze gereformeerde traditie veelzeggend. Een uitzondering is de opmerking van Johannes à Marck (1656-1731) dat ‘krankzinnigen in haar betere stonden niet volkomen van het avondmaal geweerd kunnen worden’.
Dat verstandelijk gehandicapten – soms tot in onze tijd – niet tot het doen van belijdenis kwamen, werd mede veroorzaakt door het feit dat men belijdenis doen verbond met het blijk geven van de nodige verstandelijke kennis. Voor niet-verstandelijk gehandicapten is dat ook goed. Maar zou de uitdrukking in de doopvraag: ‘als zij tot hun verstand zullen gekomen zijn’, ook geen aanleiding gegeven hebben voor de verlegenheid rondom belijdenis en avondmaal?
Beschaamd
Ik denk dat we moeten leren onze verstandelijk gehandicapten te aanvaarden zoals ze zijn. Wij zijn allen schepselen van God buiten het paradijs en leven in gebrokenheid. Het missen van (voldoende) verstandelijke kennis mag geen reden zijn om hen af te houden van de belijdenis van het geloof. Gaat het bij de geloofsbelijdenis ten diepste niet om de vraag van Jezus aan Petrus (Joh. 21): ‘Hebt gij Mij lief ?’ Dat moeten we dan maar eens vragen aan onze verstandelijk gehandicapte broeders en zusters. Ik denk dat we in veel gevallen zeer, zeer beschaamd worden door hun antwoord.
En de avondmaalsviering? Vaak wordt aangevoerd dat zij het lichaam des Heeren niet kunnen onderscheiden, zoals Paulus daarover spreekt in 1 Korinthe 11. Maar dit argument smelt als sneeuw voor de zon, als we merken dat Paulus hiermee de (sociale) misstanden in de gemeente van Korinthe bedoelt. In de viering van het Heilig Avondmaal speelt het non-verbale een grote rol. Ik waag de uitspraak dat onze verstandelijk gehandicapten daar vaak meer van begrijpen dan niet-verstandelijk gehandicapten. Zijn zij niet de zwakste leden van het lichaam van Christus uit 1 Korinthe 12? Heeft God niet juist wat in de ogen van de wereld veracht is, uitverkoren om de wijzen te beschamen (1 Kor. 1)?
Begeleiding
Betekent dit alles nu dat iedere verstandelijk gehandicapte maar belijdenis moet doen en naar het avondmaal dient te komen? Nee, hier is wijsheid en invoelingsvermogen, zorgvuldige voorbereiding en (blijvende) begeleiding voor nodig. Wat voor ons allen geldt, geldt ook voor hen: helaas heeft niet ieder mens een relatie met Jezus Christus. Dat werpt ons weer terug op onszelf, daar verstandelijk gehandicapten heel vaak het voorbeeld van anderen volgen. Ook is het niet altijd zinvol om, gezien de aard en de ernst van de handicap, de gebruikelijke weg van belijdenis en avondmaal te gaan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juni 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juni 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's