De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De waarde van de kinderdoop

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De waarde van de kinderdoop

Een teken en zegel [3, slot]

7 minuten leestijd

Voorstanders van de volwassendoop brengen vaak drie bezwaren tegen de kinderdoop naar voren. Hoe die te waarderen? En wat raken we kwijt als we voor herdoop kiezen?

Een teken en zegel (3, slot)

Een veel gehoord kritiekpunt is dat het Nieuwe Testament geen uitdrukkelijk bevel tot de kinderdoop kent. Geloven geldt daar als voorwaarde om gedoopt te mogen worden. Het geloof gaat dus zonder meer aan de doop vooraf. Kleine kinderen kunnen, omdat zij nog niet kunnen geloven, dus sowieso niet worden gedoopt. Een logisch juiste conclusie.
Een ander punt is dat doop door onderdompeling van meer waarde zou zijn dan de doop door besprenging of begieting met water. Dit symbool onderstreept veel meer dat gedoopt worden een sterven en opstaan is met Christus. Een kern van waarheid zit er onmiskenbaar in.
Om herdoop recht van bestaan toe te kennen wordt ook vaak een beroep gedaan op het feit dat Jezus als kind was besneden en Zich daarna nog eens liet dopen in de Jordaan.

Voorwaarde
Hoe te reageren op deze drie hoofdbezwaren? Als het gaat over geloof als voorwaarde voor de doop, moet worden gezegd dat de kerk voor de kinderdoop kiest in de geloofsovertuiging dat de doop altijd bediend wordt op initiatief van God. ‘Ik richt Mijn verbond met u op.’ ‘Ik heb u liefgehad met een eeuwige liefde.’ Nooit omgekeerd. God zij dank niet. Dat kan, mag en zal het geloof nooit opgeven.
De grond voor de doop is niet mijn geloofskeus voor God, maar Gods genadige verkiezing, Die het verbond tot bedding van het heil maakt. ‘De Heere legt de brug’, las ik ergens. Ik dacht hierbij aan de pijlers waar die brug op rust. De eeuwenoude onwrikbare steunpilaren (Ps. 111:5). Mijn brug naar God toe, ofwel mijn keus voor Hem is zo onstabiel, dat God op mij en mijn belijdenis niet aan kan. Of brengen we het er beter vanaf dan Petrus? Dat geloven we zelf toch niet?

Onderdompeling
Het tweede punt gaat over onderdompeling in vergelijking met besprenging. Er is geen bijbels argument tegen het dopen door besprenkeling met royaal water, met meer dan twee of drie druppels, in te brengen. De Bijbel spreekt in verband met de doop over het bad der wedergeboorte (Tit. 3:5). Nu kan de vraag worden gesteld hoe wezenlijk het bad is. Kan er alleen sprake van een volwaardige doopbediening zijn als er een onderdompeling plaatsvindt? We lezen in Hebreeën 12 over het bloed der besprenging. Besprenging gaat niet minder diep dan onderdompeling. Het punt waar het hier om gaat is niet het symbolische maar het verzegelende aspect van het water. Er is geen Schriftuurlijk argument tegen het dopen door besprenkeling met royaal water in te brengen. Weliswaar kan door geen uiterlijk teken of symbool (soms wordt – nogal bijgelovig – voor de doop water uit de Jordaan overgevlogen) het innerlijk geloof bevestigd worden. Dat is werk van de Heilige Geest door het Woord.
Maar als dat het enige bezwaar tegen de kinderdoop zou zijn, dan zou het te overwegen zijn om – indien ouders dat wensen – ook de kinderen door onderdompeling te dopen. Zoiets moet dan wel kerkelijk worden geregeld. De Zwitserse theoloog en reformator Bullinger (1504-1575) maakte geen onderscheid tussen onderdompelen of besprengen, als men maar de stichting van de gemeente in het oog hield. In de laatste toevoeging zit een lading levenswijsheid, die wij, bij de vernieuwingsdrang waartoe ook de herdoop behoort, iets meer ter harte konden nemen. De zegen van de doop hoeft toch niet afhankelijk te zijn van de hoeveelheid water? Wel van het geloof in de vaste belofte van God.

Besneden en gedoopt
De conclusie dat Jezus eerst besneden was en daarna gedoopt, tast het wezen en de continuïteit van Gods verbond met Abraham en de volken aan. Ze veronderstelt dat er een breuk is tussen het Oude en Nieuwe Testament. Zou Jezus, toen Hij zich door Johannes liet dopen, het hoofdstuk van de Gods verbondsgeschiedenis van Genesis tot Maleachi als afgesloten hebben beschouwd? Zegt Hij niet Zelf dat Hij niet gekomen is om de Thora, met het verbond van God als grondslag, te ontbinden, maar juiste tot haar volle ontplooiing, haar uiteindelijke doel te brengen? Ik acht het genoemde argument dan ook een radicale misgreep.
Wel vraagt deze kwestie een diepere exegetische bezinning, waar ik binnen het kader van deze bijdrage niet aan toe kan komen. Ik laat het bij een hint voor iedereen die geroepen is samen met de ouders gedoopte kinderen bijbels te onderwijzen in de rijkdom van Gods verbond, er serieus meer werk van te maken. In de grondige catechese en prediking liggen handvatten om onbijbelse leringen te weerleggen, voor het grijpen.

Ander fundament
Herdoop schijnt voor velen geestelijke winst te betekenen, hij zou een echte doopbeleving meebrengen. Dat is zo als je aan het uitwendige teken, het water zelf, de betekende kracht van de doop toekent. Maar dan zit je eerder op het spoor van het bijgeloof dan van het oprechte geloof. Je raakt de vastheid van Gods belofte kwijt. Je hecht aan je herdoop. Je bouwt er je redding op. Je legt een ander fundament. Je schept ook behoefte aan steeds nieuwe bevestiging. Stel dat de zekerheid van het moment van herdoop ook weer uit het zicht verdwijnt (en dat doet het vroeg of laat) en je er opnieuw ‘niets aan beleeft’, moet je dan om je doop te ervaren nog eens en nog eens worden gedoopt? Dit komt echt voor. Mijns inziens levert een herdoop eerder het grote verlies van de vastheid van Gods belofte op. Ik zal dit vragenderwijs trachten te onderbouwen.

Verloren zoon
Betekent herdoop niet dat er per saldo van uitgegaan wordt dat ieder die als kind is gedoopt, eigenlijk nog ongedoopt is? En dat dus het merendeel van de kerk nog als ongedoopte heidenen aan te merken is? Kan God vanuit het verbond geen claim meer op de gedoopte mens leggen? Kan iemand die als kind is gedoopt zich niet meer op Gods verbondsbelofte beroepen? Ook al heeft hij zijn doop schromelijk verwaarloosd, kan hij bij God niet meer aankomen met een: O God, ik ben gedoopt!? Alleen omdat hij ‘verkeerd’ gedoopt zou zijn?
Dan dacht de vader van de verloren zoon, die tegelijk vader van diens oudste brave broer was en bleef, er toch wel anders over. God zij geloofd! Daarom willen we wat God door Zijn verbond in de kinderdoop verzegelt en bevestigt voor geen enkele min of meer psychologisch getinte, emotioneel gekleurde doopervaring prijsgeven. Het is bovendien te vrezen dat het appellerende element uit de prediking van geloof en bekering verdwijnt en plaats moet maken voor een wettisch opnieuw gedoopt te moeten worden.
Roep je zo geen gearriveerd christendom in het leven, dat God looft omdat het het zelf allemaal heeft gedaan? Alsof God, Die de Eerste en de Laatste, is nog nooit een hand naar je heeft uitgestoken?
Mogelijk zeg ik het nu een beetje gechargeerd, maar dat doe ik met opzet, om duidelijk te maken dat de redding van ons leven niet afhangt van een eventuele herdoop, maar verankerd ligt in het verbond dat wij met God hebben. Dit te geloven is je doop beleven.

Verwarring
Ik wil nog op één praktische vraag ingaan. Moet de kerkelijke gemeente ruimte scheppen voor de herdoop, vooral als het trouwe en meeleven gemeenteleden aangaat? Weiger je hen tegemoet te komen, dan vertrekken ze doorgaans naar vrije groepen of gemeenten. Dat wil je ook niet.
Toch moeten kerkenraden en voorgangers beseffen dat ze met alle toegeeflijkheid de kinderdoop zelf op het spel zetten en het gelovig leven uit wat God in het verzegelde verbond ons en onze kinderen belooft, uithollen en ondermijnen. Laten ambtsdragers ook niet zeggen: Als je de kinderdoop maar niet verwerpt, is opnieuw dopen toegestaan. Dat lost niets op en werkt verwarring in de hand. Welke doop heeft dan sacramentele betekenis, de eerste of de laatste? Op den duur weet niemand meer waar hij aan toe is. Is er dan meer dan één doop nodig om zeker te zijn van het heil?
Ik geloof daar niet in. Een veel betere weg is om al strijdend in het geloof, iedere dag opnieuw, tegen alle aanvechting in, tegen de God van je doop zeggen: ‘U kunt niet van mij af. Beloofd is beloofd. Ik houd U voor waarachtig.’ Daar hebben we ook geen eventuele latere voetwassing als een soort nieuw ritueel voor nodig. We hebben wel de Heilige Geest nodig, Die ons toe-eigent wat wij in Christus hebben: Vergeving van zonden, dagelijkse levensvernieuwing en eeuwige thuiskomst onder de uitverkoren gemeente van God. Wat moet je meer?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juni 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

De waarde van de kinderdoop

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juni 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's