Christen zijn bij de politie
Waar mogelijk op onze post blijven
De schooltas aan de vlaggenstok, het is een tafereel dat bij de laatste weken van juni hoort. Jongeren zijn geslaagd en gaan zich voorbereiden op hun maatschappelijke loopbaan. De vraag is wat in onze samenleving hun christen zijn daarin betekent..
De hervormde Genemuidenaar J. van der Meulen gaf recent in een vraaggesprek met het Reformatorisch Dagblad een goede impuls aan de bezinning op de beroepskeuze van christen. De politieman signaleerde dat ‘de politie een heel seculiere wereld is. Het aantal kerkelijke agenten is de afgelopen jaren schrikbarend gedaald.’ Van der Meulen is zowel stimulerend (‘We moeten ons niet terugtrekken in eigen bastion. Laat jonge mensen uit reformatorische kring maar bij de politie komen.’) als realistisch (‘Weet waar je aan begint. Het is geen gemakkelijke wereld.’)
Opvallender vind ik dat hij ‘zich ernstig afvraagt of orthodoxe christenen nog welkom zijn bij de politie’. Zo’n enkele zin mogen we niet negeren en kan christenpolitici aanzetten tot alertheid. Los van de vaak lastige aspecten die voor christenen vanouds horen bij werken bij de politie– zoals de handhaving van de orde op zondag tijdens voetbalwedstrijden – hebben zij altijd goed bij deze overheidsdienst kunnen functioneren. Sluit hun levensovertuiging niet juist aan bij noties als gezag en orde, bij goed burgerschap die de politie wil handhaven en stimuleren?
Moeilijker
De waarneming van Van der Meulen zal daarom niet alleen politici alert houden, maar ook wat moeten doen met christenen zelf. We weten sinds april dat de Commissie Gelijke Behandeling de mening heeft dat een gemeente niet in strijd met de anti-discriminatiewetgeving handelt, als zij weigert een trouwambtenaar aan te stellen die op grond van zijn godsdienst geen huwelijken wil sluiten tussen personen van hetzelfde geslacht. Orthodoxe christenen zien dat het in het ruimdenkende Nederland voor hen moeilijker wordt om in sommige beroepen actief te zijn – het komt steeds meer aan het licht. Dat we hierbij ook aan een overheidsdienst als de politie kunnen denken, is nieuw.
De vuurlinie
In zijn lezing op de jaarvergadering 2007 van de Gereformeerde Bond heeft prof.dr. J. Hoek christenen terecht opgeroepen de vuurlinie niet te mijden. ‘Laat in de christelijke gemeente het besef levendig blijven dat we vanuit gehoorzaamheid aan koning Jezus overal waar het maar enigszins mogelijk is, op onze post hebben te blijven: in ziekenhuis en laboratorium, in kaderfuncties binnen het bedrijfsleven of de bankwereld, in militaire functies, op wetenschappelijk terrein, in de kunst, in de politiek enzovoort.’
Dr. Hoek deed niet alleen een oproep, maar sprak ook van een dwaalspoor! Bij dat laatste dacht hij aan het mijden van de medische wereld. Hij signaleerde dat ‘sommige christenjongeren de verpleging en heel de medische wereld links laten liggen, omdat je daar als principieel mens steeds minder uit de voeten zou kunnen.’
Zorg en verpleging
Niet minder dan de woorden van de politieman Van der Meulen is deze opmerking reden tot grondig nadenken over de beroepskeuze van christenen. Zou het zo zijn dat orthodoxe christenen die veelal niet meer in de grote steden van ons land willen wonen, evenmin beschikbaar zijn voor het werken in bepaalde beroepen? Juist in de medische zorg kunnen we zoveel kwijt van onze christelijke identiteit.
Voor de eerste christenen lag hier ook een missionair motief. Eusebius vertelt in zijn kerkgeschiedenis dat zij bij epidemieën met gevaar voor eigen leven, zieken verzorgden, gewonden verbonden en hongerigen te eten gaven. De verbreiding van het christendom vond plaats door hun barmhartigheid jegens vreemdelingen, zorg voor de begrafenis van de doden en de heiligheid van hun leven. Als we vanwege de negatieve bejegening van christenen in onze oriëntatie steeds meer terug gaan naar de Vroege kerk, betekent dit dan niet dat velen zich geroepen mogen weten in zorg en verpleging voor de ander in te zetten?
Betekenis van ons werk
Wie in het arbeidsproces betrokken is, weet dat er veel van hem of haar wordt gevraagd. Want de economie, die tot een afgod kan worden, zegt nooit: Het is genoeg. Niet voor niets wordt er tegenwoordig veel geschreven over het belang van spiritualiteit en zingeving in ons dagelijks bestaan.
Christenen hebben daarom bijbels zicht nodig op de betekenis van hun arbeid.
In zijn enkele weken geleden verschenen boek Ethiek onderweg geeft de Leidse hoogleraar prof. G.G. de Kruijf acht adviezen, waaronder eentje over ons werk. ‘Ga niet op in je werk – het is slechts een middel van bestaan en geen doel op zichzelf,’ zegt hij. Dat is voor velen in Nederland een weerbarstige opmerking, omdat we bijna gewoon zijn elk telefoongesprek te beginnen met aan de ander te vragen hoe druk hij is. Zicht op wat onze roeping inzake de arbeid is, hebben we hard nodig.
Goddelijk beroep
Dr. A. de Muynck gaf zijn dissertatie over de identiteit van leraren in het orthodox-protestants onderwijs onlangs de titel Een goddelijk beroep mee. Dat is een mooie keuze, maar de suggestie mag er niet van uitgaan dat je per definitie als christenleerkracht meer dan een ander een goddelijk beroep hebt! Het zal 35 jaar geleden zijn – en omdat het indruk maakte, weet ik het nog – dat prof.dr. C. Graafland op de preekstoel vertelde dat zijn vader bij de gemeentereiniging werkte, arbeid die velen als niet-aantrekkelijk zagen. Maar, zei prof. Graafland, ‘voor mijn vader was dit zijn goddelijk beroep’. Ons huwelijksformulier spreekt immers over ‘het beroep waarin we door God gesteld zijn’.
In het volmaakte gebed, door Jezus ons geleerd, komen we de aandacht voor ons werk tegen. ‘Geef ons heden ons dagelijks brood.’ Dat maakt dat bij de behandeling van deze catechismuszondag in de prediking aan de vragen rond arbeid en levensovertuiging (en levensstijl!) leiding kan worden gegeven. Ondertussen vraagt de tijd waarin we leven, veel meer dan het reserveren van dit onderwerp voor een enkele leerdienst. De oudtestamentische geschiedenissen bieden veel stof voor de prediking hierover.
Driestar en CHE
Inzicht in de doorsnee beroepskeuze van christenen heb ik niet. Maar de indruk bestaat dat we meer dan gemiddeld vertegenwoordigd zijn in de wereld van de ict, economische studies volgen of ons bezighouden met bestuurskunde en recht. Met al deze disciplines is helemaal niets mis, als we andere sectoren niet over het hoofd zien. Denk aan de vorige week gepresenteerde plannen van onder meer Driestar Educatief en de CHE om meer jongens te interesseren voor een baan in het christelijk onderwijs. Van groot belang! Een kritische vraag naar orthodoxe christenen is hierbij in hoeverre het toekomstige salaris een motief is. Als we zoeken naar richtingwijzers van God in ons leven, kunnen financiën geen vooraanstaande rol spelen. Is het wijze advies van Jethro aan zijn schoonzoon Mozes (Ex. 18:21) om uit te kijken naar mensen die met hem het volk kunnen besturen, niet veelzeggend? ‘Maar u, u moet onder heel het volk omzien naar bekwame mannen, godvrezend, mannen die betrouwbaar zijn en een afkeer hebben van winstbejag.’ Mozes moet voor het bestuur op zoek naar betrouwbare mensen.
Heiliging
Het bezig zijn in ons goddelijk beroep – bij de gemeentereiniging of als hoogleraar theologie – staat in het kader van de levensheiliging. De praktijk van het arbeidsleven wijst uit dat een levende band met Christus nodig is, om staande te blijven. Veel (jonge) mensen verlangen ernaar om van maandag tot vrijdag over Hem te spreken, maar weten zich tegelijk onzeker als de weerstand tegen Zijn Naam toeneemt. Dan wil je op zondag toegerust worden voor deze opdracht en frustreert het als het zondags over heel andere dingen gaat dan op maandag realiteit is.
Ik las over Joke, die als verpleegkundige op haar werk ontspannen en rustig is, als ze haar relatie met Christus ervaart. Dat had ze nodig, toen een collega reiki (een paranormale therapie, waarbij via de handen levensenergie overgebracht moet worden) wilde toepassen op een nerveuze patiënt. ‘Ik heb me toen even afgezonderd en ben gaan bidden. Ik vroeg de Heere om Zijn vrede voor deze patiënt en tegen de behandeling van reiki. Toen we vervolgens op zaal kwamen en mijn collega de vrouw wilde ‘behandelen’, kwam ze daar snel op terug. Ze zei: Die vrouw was al helemaal rustig.’
Psalm 119
In die heiliging van het leven zijn Gods geboden beslissend. Psalm 119 leert ons dat het leven bij die geboden vreemdelingschap op aarde betekent. Het is deze psalm waarin de dichter bidt: ‘Richt mijn hart op Uw getuigenissen en niet op hebzucht.’ Het is deze psalm die aantoont dat een mens daarmee veel aankan: ‘Ook zal ik voor koningen spreken over Uw getuigenissen en mij niet schamen.’ Wie op de weg van de vreemdelingschap wandelt, zal ook grenzen stellen. Ik denk, als actueel voorbeeld, aan de in deze voetbalweken gevoerde discussie of een christen profvoetballer kan zijn en op zondag kan spelen. In de gereformeerde traditie is werken op zondag terecht gereserveerd voor barmhartigheid en noodzakelijkheid.
In ons dagelijks werk komt het vooral aan op trouw in het kleine. Richard Foster noemt met de titel van zijn boek Geld, seks & macht de drie terreinen waarop we het meest in de fout gaan. Knoeien met declaraties, seksistische grappen en jezelf bevoordelen – het luistert even nauw als het op tijd nakomen van afspraken. Betrouwbaar in het kleine, dat is groot.
‘Op welke wijze zal ik betrokken raken bij Gods werk op aarde?’ Deze vraag stelt ds. J. Kommers in Zending zonder franje, zijn boek over onze roeping in Gods Koninkrijk. Ook ons antwoord moet volgen.
Wie meer over dit thema wil lezen, wijzen we op: - Dr. J. Kommers en A. Kommers-Visser, Zending zonder franje (met name hoofdstuk 2: Gods doel met ons leven); uitg. Groen, Heerenveen, 2007; - Eddy de Pender, Help! Het is weer maandag! Christenzijn op je werk; uitg. Buijten & Schipperheijn, Amsterdam, 2006.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juni 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juni 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's