De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GLOBAAL BEKEKEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GLOBAAL BEKEKEN

4 minuten leestijd

Fietstassen, vleermuizen en gasmaskers is de titel van een boekje over ‘Het alledaagse Israël’ (Uitgave Dutch Forum), waarin 25 Israëli’s van Nederlandse afkomst iets van hun ervaringen vertellen. Geske Boneh schrijft over ‘Er tussenin’. Ze werd van rooms-katholiek Joods en dat is niet eenvoudig, evenmin als voor een protestant.

(…) We stijgen op, Tel Aviv-Jaffo glijdt onder ons weg en ik voel al een beetje heimwee, die vermengd is met een blij gevoel. Even weg uit het woelige Israël, even weer iedereen zien en lekker in alle rust met Nederlandse geordendheid en netheid een en ander doen in mijn geboortelandje.
Ik zit heerlijk en denk aan de lieve thuisblijvers, die me weer hebben laten gaan. Moshe, mijn man, die ik leerde kennen tijdens mijn eerste bezoek aan Israël. Als jonge vrijwilliger in kibboets Beet Keshet. Het leek een bijna onmogelijke liefde, want ik was immers een Nederlands meisje en hij Israëli. Hij was Joods, ik katholiek. Dingen die later, toen de liefde opbloeide en echt serieuze kanten kreeg, ware obstakels bleken op ons liefdespad. De afstand tussen de beide landen, de taal, de cultuur en niet te vergeten het geloof. De godsdienst, de religie! Ik was een sjikse, een niet-Joodse vrouw. Maar niets kon mij in de weg staan en ik begon aan de lange moeilijke weg die gioer heet, bekering tot het jodendom. De leerstof sprak mij ten zeerste aan en gaf geen enkel probleem, ik had alle wetten en regels snel onder de knie en nam alles heel serieus. Wat ik in het begin niet wist, was dat je niet zomaar even Joods wordt. Het was een ware lijdensweg, de bijna twee jaar duurde, totdat opperrabbijn Shlomo Goren ons te hulp kwam en ik slaagde voor mijn examen. Ik was Joods en wij konden trouwen, we kregen vier prachtige kinderen, bouwden hard aan ons huisje en aan ons bestaan, wat ons aardig lukte. Ik deed mijn best de taal, mijn nieuwe geloof, mijn nieuwe vaderland zo snel en goed mogelijk in me op te nemen, wat heel goed gelukte.
De einduitkomst: Ik ben een Nederlandse gioret (een vrouw die Joods is geworden), wonend in Israël, de vrouw van een Israëlisch joodse man met vier Joodse kinderen met Hebreeuwse namen, die alle vier dubbele paspoorten hebben. Vaak vragen mensen naar mijn naam. ‘Geske? Ah, je bent een Nederlander?’ Ze doen dan soms ineens heel aardig. Andersom doen zich vaak gelegenheden voor, dat ik uitleg moet geven aan medeburgers, ex-Nederlanders. Op de Hollanddag bijvoorbeeld, een dag voor oud-Nederlanders in Israël, wordt mij menigmaal naar mijn naam gevraagd. De reacties zijn meestal dezelfde, zo van: ‘Oh je bent een gioret?’ ‘Nee, mevrouw, meneer, ik heb geen Joodse naam, mijn ouders, schatten van mensen, zijn niet Joods. Ze hebben wel veel Joodse kennissen, maar nee, sorry ik ben niet Joods geboren’.

In Israël en de kerk (C.v.I.) bracht ds. M.M. van Campen (Maranathakerk, Rotterdam-Zuid) in een bijdrage ‘Isaac Da Costa, profeet van het Reveil’ een aantal uitspraken van deze ‘profeet’ van het oude bondsvolk bijeen. Hier volgen er twee:

Het ongeloof noemt ons graag predikers van het duizendjarig rijk om ons bespottelijk te maken alsof we geloven in de sprookjes van duizend en één nacht. Men bespot zo niet ons maar de Schrift waar de apostel Johannes in één hoofdstuk (Openb. 20  MMvC) die uitdrukking zes keer gebruikt. Een groot denkbeeld heeft altijd als eerste welkomstgroet dat het uitgelachen wordt. Eén zal alles doen wat wij allen tezamen niet vermogen.

Dat de Joden bekeerd worden wenst iedere christen, dat zij ten laatste bekeerd zullen worden geloven vele christenen, maar dat zij dit zullen worden onafhankelijk van de christelijke kerk (...), op een afzonderlijke wonderdadige en heerlijke wijze die God zich ten hunne opzichte heeft voorbehouden en zij alzo onmiddellijk door God weder tot heerlijkheid zullen komen, is vele christenen nog tot een ergernis, ja dwaasheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juli 2008

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

GLOBAAL BEKEKEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juli 2008

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's