‘Je bent toch al gedoopt?’
VERSTANDELIJK GEHANDICAPT EN DE GEMEENTE [2, SLOT]
Het is moeilijk je voor te stellen wat er in ouders omgaat als ze weten dat ze een kind met het syndroom van down verwachten. Of wanneer later blijkt dat hun kind zwakbegaafd is.
We moeten de vragen die opkomen niet onderschatten. Vooral de toekomst van het kind speelt bij ouders een grote rol. ‘Als wij er niet meer zijn, wat dan?’ Meeleven vanuit de kerkelijke gemeente, op een passende manier, waarbij wij niet onze wijsheden de ander voorhouden, is heel belangrijk.
Dat we vandaag steeds vaker spreken over anders begaafden, heeft niet te maken met een verdoezelen van het gebrek, maar wil duidelijk maken dat zij die een verstandelijke beperking hebben werkelijk anders begaafd zijn. Dikwijls vind je bij hen een diep gevoelsleven, warmte, betrokkenheid, zich sterk aan anderen hechten. Als er iets van geloof opbloeit, is dat vaak heel authentiek en intens.
Trouw
Wie wel eens deel uitgemaakt heeft van het catecheseteam voor geloofsonderricht aan anders begaafden, weet hoe trouw zo’n groep is. Je slaat niet zomaar over. Verzuimen andere catechisanten het catechese-uur nog al eens vanwege sport, huiswerk, een verjaardag, bij de aangepaste catechese vind je dat veel minder. Eerder moet alles wijken voor de catechisatie.
Hun betrokkenheid is groot. Het is een feest om te zien hoe velen van hen (voor zover hun beperking dat toelaat) de opdrachten voor thuis voorbereiden. Ook al is het niveau anders, toch zie je dat zij met dezelfde geloofsvragen kunnen worstelen. Zelf heb ik het voorrecht gehad een aantal jaren betrokken te zijn geweest bij deze vorm van catechese. Mij trof hoe sommigen heel persoonlijke antwoorden gaven, waaruit een diep vertrouwen op de Heere God naar voren kwam. Dit is bij de gemeente (ten dele) bekend. Diensten voor anders begaafden mogen zich vaak in een grote belangstelling verheugen vanuit het geheel van de gemeente.
Vragen
Toch leven er ook vragen. Kunnen anders begaafden belijdenis doen van het geloof? Weten zij voldoende om antwoord te kunnen geven? Kunnen ze deelnemen aan het Heilig Avondmaal? Beseffen zij wat de inhoud daarvan is?
Ik kan me heel goed voorstellen dat deze vragen – vooral door ouders – als storend ervaren kunnen worden. Waarom zou ons kind geen belijdenis kunnen doen en aan het Heilig Avondmaal deelnemen? Ik noem dit, omdat er gemeenteleden zijn die deze vragen hebben en hun gedachten soms op een manier verwoorden die als heel pijnlijk ervaren wordt. Uiteraard dient de vraag naar belijdenis doen en deelname aan het Heilig Avondmaal bij de anders begaafde zelf vandaan te komen, zodat het echt zijn of haar keuze is en niet in de eerste plaats de keuze van de ouders.
Hebben ze voldoende kennis om tot een zo belangrijke keuze te komen? Het is waar dat anders begaafden soms grote moeite hebben met het zich eigen maken van de inhoud van het geloof. ‘Ik begrijp het niet’, kun je in de catechese dan ook nog wel eens te horen krijgen. Maar misschien zegt dat wel meer over de manier waarop wij dingen uitleggen – abstract en daarom voor hen te ingewikkeld – dan over hun geloofsbeleving.
Mijn ervaring is dat wanneer je dichtbij hun eigen belevingswereld probeert te blijven, je heel veel wat met het geloof te maken heeft kunt uitleggen, op zo’n manier dat ze het begrijpen en het bij hen overkomt.
Worden als een kind
Vaak wordt het niveau van anders begaafden vergeleken met dat van een kind. Maar sprak de Heere Jezus juist niet over het worden als een kind? Is de ontvangende houding van een kind niet ontroerend? Zo is het ook met anders begaafden. Wat kunnen we bij hen dikwijls een diep vertrouwen op de Heere tegenkomen. Wat kunnen ze soms heerlijk getuigen van de liefde van de Heere Jezus! Zouden we hun dan niet de ruimte geven om belijdenis te doen van het geloof ? Juist van hun jawoord kan zoveel uitgaan. En zouden we hun het sacrament van het Heilig Avondmaal mogen onthouden? Vooral als we merken hoe juist bij hen de woorden van het lied ‘Mijn Jezus, ik hou van U’ zoveel doet.
Geen aparte groep
Hoewel het voor hen goed is om zoveel mogelijk samen met andere anders begaafden belijdenis van het geloof af te leggen, zou ik er toch voor willen pleiten om dat als het maar enigszins mogelijk is te doen in een dienst waarin ook andere gemeenteleden hun jawoord uitspreken. Het is daarbij heel belangrijk dat er van tevoren contact is geweest en de anders begaafden de belijdeniscatechese een keer hebben bezocht en dat, andersom, belijdeniscatechisanten een keer aanwezig geweest zijn bij de aangepaste catechese.
Zo ontstaat er contact, maar kan er ook gewerkt worden aan integratie. Het geeft aan dat de anders begaafden wel vanwege hun beperking een eigen vorm van geloofsonderricht ontvangen, maar geen aparte groep in de gemeente zijn. Zij behoren voluit tot de gemeente van Christus. Het is goed dat kerkenraden daar ook visie op hebben. Willen we de anders begaafden echt een plaats binnen de gemeente geven, dan lijkt het me wijs om hen zoveel mogelijk binnen het geheel van de gemeente op te nemen.
Kwetsend
Anders begaafden mogen wel een apart plekje hebben in ons hart, maar laten we hun ook een gewone plaats geven binnen de gemeente. Juist zo laten we zien dat ze een speciale plek hebben en wij hen als volwaardige leden van Christus’ gemeente zien. Iemand verwoordde het zo: ‘Gehandicapten moeten geen bezienswaardigheid en troeteldieren worden.’
Ik zou ervoor willen pleiten om elke vorm van neerbuigendheid te laten varen. Die kan als heel kwetsend ervaren worden, niet het minst door de familie van de anders begaafde. Laat er naar onze anders begaafde broeders en zusters geluisterd worden, want ze kunnen dingen zeggen die heel erg raak zijn.
Niet allemaal
Onder de anders begaafden zullen er ook zijn die niet in het openbaar belijdenis van het geloof afleggen en aan het Heilig Avondmaal deelnemen. Dat heeft te maken met de mate waarin zij gehandicapt zijn. In de praktijk merk je dat bij hen de wens niet leeft, of dat ze er te zeer tegenop zien. We mogen hen niet overbelasten.
In zulke situaties mag het een geweldige troost zijn dat zij tot het verbond van God behoren en eenmaal in Gods Koninkrijk, zonder enige beperking, hun geloof zullen belijden en aan zullen zitten aan de tafel van de bruiloft van het Lam.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juli 2008
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juli 2008
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's