Spiritualiteit is breder
Middenstroom tussen vrijgemaakten en bevindelijken
In zijn dissertatie 'Een goddelijk beroep' onderzoekt broeder A. de Muynck de doorwerking van de geloofsbeleving in het onderwijs. Doet hij met zijn tweedeling de hervormd-gereformeerden recht?
Wat mij bij het lezen ervan vooral heeft getroffen is de authentieke doorleving van het beroep van leerkracht als roeping van Godswege die vanuit de verschillende diepte-interviews in dit boek naar voren komt. Zo blijkt dat er bij de geïnterviewde leerkrachten over het algemeen duidelijke verbindingslijnen liggen tussen hun persoonlijk geestelijk leven en hun beroepspraktijk. Dit is zeker een bemoedigende uitkomst van het onderzoek. Het komt mij voor dat de beroepsgroep van leraren zich daarin gunstig onderscheidt van vele andere beroepsgroepen.
Tweedeling
Ik heb dus veel waardering voor de studie van De Muynck en ben het eens met de aanbevelingen die hij doet. Dat ik hierop niet verder inga, is omdat het niet mijn taak is een recensie van deze studie te bieden. Wel wil ik naar aanleiding van dit boek graag een punt naar voren brengen dat mij al langer bezighoudt.
In zijn zorgvuldig uitgevoerde onderzoek hanteert de auteur de tweedeling ‘bevindelijk-gereformeerden’ en ‘vrijgemaakt-gereformeerden’. Deze indeling hangt samen met de verzuiling in het onderwijs. Er zijn naast de reformatorische en gereformeerde scholen nog wel andere protestants-christelijke scholen met een duidelijk orthodox karakter, maar deze scholen vormen niet een aparte zuil die als zodanig door de overheid wordt erkend. Omdat zij minder gemakkelijk herkenbaar zijn, is het ook moeilijker leerkrachten van deze scholen te benaderen voor een onderzoek als door De Muynck is uitgevoerd.
De interviews in het boek maken onweerlegbaar duidelijk dat de genoemde twee vormen van geloofsbeleving - bevindelijk-gereformeerd en vrijgemaakt-gereformeerd – herkenbare typen zijn binnen het spectrum van gereformeerde spiritualiteit in Nederland. De in dit boek geboden omschrijving van deze vormen van spiritualiteit is leerzaam en in hoge mate doeltreffend. Maar al met al houd ik toch het gevoel dat dit onderzoek een belangrijk deel van de gereformeerde gezindte in de kou laat staan of in elk geval in een keurslijf dringt waarin het niet past.
Aanvechtbaar
Het zou het onderzoek hebben verrijkt wanneer de ‘middenstroming’ in de gereformeerde gezindte (hervormd-gereformeerd, christelijk-gereformeerd, delen van hersteld-hervormd, enz.) op een of andere manier apart zou zijn benoemd als alternatief tussen enerzijds de Gereformeerde Gemeenten en anderzijds de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt). Ik denk aan de wijze waarop nog recentelijk de hoogleraren F.G. Immink en A. de Reuver over spiritualiteit in de hervormd-gereformeerde beweging op genuanceerde en verhelderende wijze hebben geschreven. Men kan ook denken aan publicaties als van W. van ’t Spijker en W.H. Velema vanuit de Christelijke Gereformeerde Kerken. Onbedoeld ontkomt het proefschrift niet aan een blikvernauwing die binnen de gereformeerde gezindte nogal eens heerst en waardoor een groot deel van deze gezindte tussen wal en schip valt.
Kievit en Woelderink
Laat ik het zo mogen zeggen: er zijn heel wat aspecten van geloofsbeleving die de gemiddelde ‘bonder’ of christelijke gereformeerde deelt met de bevindelijk-gereformeerden, maar er zijn eveneens veel aspecten van geloofsbeleving die hij of zij eerder deelt met de vrijgemaakt gereformeerden. Dat betekent niet dat zo iemand een eclectische gereformeerde is, iemand die vlees noch vis is of die van verschillende walletjes tegelijk wil eten. Neen, het geeft mijns inziens aan dat er orthodox gereformeerde gestalten van spiritualiteit zijn die gelijkwaardige, maar eigenstandige typen vormen naast de beide in deze studie onderzochte typen. Ter illustratie: het gaat niet aan om hervormd-gereformeerde voormannen uit het midden van de vorige eeuw zoals ds. I. Kievit en dr. J.G. Woelderink zomaar bij de bevindelijk-gereformeerde of bij de vrijgemaakt-gereformeerde geloofsbeleving in te delen. Kievit had veel aandacht voor bevinding, maar dacht echt anders over het genadeverbond dan de meeste bevindelijk-gereformeerden. Kievit zat niet op de lijn van ds. G.H. Kersten. Bij hem stond het verbond namelijk niet onder de beheersing van de verkiezing. Hij spreekt wel over ‘tweeërlei kinderen des verbonds’, maar alle verbondskinderen hebben deel aan Gods beloften die in de doop zijn bezegeld.
Woelderink stond weliswaar vanwege zijn verbondsvisie dicht bij de vrijgemaakt-gereformeerden, maar toch valt zijn spiritualiteit niet samen met die van de vrijgemaakte dr. K. Schilder. Hij is minder eenzijdig heilshistorisch in zijn preken en geschriften en heeft nadrukkelijke aandacht voor de geloofsbeleving als een bewogen leven op Gods beloften. Woelderink was net als Kievit een man van bevinding.
Een smaldeel van de gereformeerde gezindte wordt weggedefinieerd of komt in elk geval slechts marginaal in het vizier wanneer de spiritualiteit in de beroepspraktijk van leraren in ‘het’ orthodox-protestantse basisonderwijs voornamelijk wordt onderscheiden in bevindelijk-gereformeerd of vrijgemaakt-gereformeerd.
Slagader
Laat mij tot nadere typering slechts één slagader van gereformeerde spiritualiteit noemen. Zij weet van de radicale verlorenheid en verdorvenheid van de mens en daartegenover de radicale genade van vergeving en vernieuwing in Christus. Juist vanuit dit sola gratia belijdt de gereformeerde christen de verkiezende God. Deze is geen Ander dan de Vader van Jezus Christus. Christus staat centraal in de gereformeerde spiritualiteit en via Hem is er zicht op de verkiezende God. Zo is het geloof in de verkiezende God bron van geloofszekerheid en vreugde. Gereformeerden zingen van de verkiezing: ’Door U, door U alleen, om ’t eeuwig welbehagen’. In allerlei latere ontwikkelingen werkt een vooropgezette predestinatie-idee de onzekerheid in de hand, waardoor de mens toch weer op zichzelf teruggeworpen wordt om aan de hand van allerlei kenmerken zichzelf moeizaam of in het geheel niet te overtuigen van zijn bekeerde staat. Opmerkelijk is daartegenover bij Calvijn de grote nadruk op de zekerheid van het geloof. Hij weet van de mystieke verbondenheid met Christus en heeft veel aandacht voor het toe-eigenend werk van de Heilige Geest, maar er is bij hem geen sprake van de martelende onzekerheid rond het persoonlijk deel hebben aan het heil, die later delen van de gereformeerde gezindte zozeer is gaan kenmerken. Hij leeft met blijdschap uit de vastheid van Gods belofte en verbond.
Verkiezing en verbond
Het gaat in het belijden van de Verkiezende niet om soevereiniteit op zichzelf, maar om de soevereiniteit van Gods genáde, waarbij Christus de spiegel is van de verkiezing en het verbond gezien wordt als de bedding waardoor
vervolg op pagina 14
God de stroom van Zijn verkiezende liefde leidt, zonder overigens daartoe beperkt te zijn. Juist daarom is er de overtuiging van de volharding der heiligen. Een ketting is zo sterk (zwak) als zijn zwakste schakel, maar de keten des heils kent geen zwakke schakels: 'Uit God, door God en tot God zijn alle dingen.'
Toch sluit dit krachtige accent op Gods soevereine en volkomen genade de eigen verantwoordelijkheid van de mens op paradoxale wijze in. Er kan geen sprake zijn van verkaveling tussen Gods vrijheid en menselijke vrijheid. Op voor ons ondoorgrondelijke wijze garandeert Gods vrijheid juist de vrijheid van de mens.
Herbronning nodig
Naar mijn overtuiging moeten we zoeken naar een goede omschrijving van authentieke gereformeerde spiritualiteit die de verbijzonderingen, zoals door De Muynck omschreven, overstijgt. In het spoor van Calvijn, Bucer, Guido de Brès en Zacharias Ursinus komen we uit bij de kernen sola gratia, sola scriptura, sola fide, solo Christo, soli Deo gloria: door genade alleen, door de Schrift alleen, door geloof alleen, door Christus alleen, Gode alleen de eer. De actuele relevantie van deze spiritualiteit of vroomheid is dat zij tegelijkertijd theocentrisch is en open voor mensen van alle tijden, dus ook van de 21e eeuw.
De herbronning op de Reformatie kan voor bevindelijk-gereformeerden en vrijgemaakt-gereformeerden verenigend werken en allerlei dilemma’s doen overstijgen. Gereformeerde spiritualiteit zal een weg moeten gaan die niet gekenmerkt wordt door een eenzijdige verbondsmatige benadering (verbondsautomatisme), maar evenmin door een chronische onzekerheid die de twijfel als kenmerk van het ware verheerlijkt en waarbij het genadeverbond met de daarmee gegeven kostbare beloften voor alle verbondskinderen nauwelijks een rol speelt.
De geschriften van de reformatoren Luther, Calvijn, Bucer, Zwingli en anderen moeten opnieuw ruime aandacht krijgen. Wanneer we samen teruggaan, allereerst naar de Schrift en vervolgens naar de Reformatie, komen we werkelijk samen verder en behoeft er geen gereformeerde uit de boot te vallen.
Dan ontvangen aanstaande leraren voor het orthodox-protestantse (basis)onderwijs een opleiding waarin zowel aandacht is voor de rijkdom van Gods verbond en beloften, als voor de noodzaak van de persoonlijke geloofsverbinding met Christus door de Heilige Geest.
We zouden de zuiltjes binnen de gereformeerde gezindte moeten relativeren vanuit een gemeenschappelijke betrokkenheid op de kernen van gereformeerde spiritualiteit.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juli 2008
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juli 2008
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's