BOEKBESPREKINGEN
Dr. Bram de Muynck Een goddelijk beroep. Spiritualiteit in de beroepspraktijk van leraren in het orthodox-protestantse basisonderwijs. Uitg. Jongbloed, Heerenveen; 420 blz. € 29,95
Dr. Bram de Muynck:
Een goddelijk beroep. Spiritualiteit in de beroepspraktijk van leraren in het orthodox-protestantse basisonderwijs.
Uitg. Jongbloed, Heerenveen; 420 blz.; € 29,95.
Hoe groot is de invloed van de leraar in de godsdienstige vorming van leerlingen? Over deze vraag gaat de lijvige dissertatie van dr. Bram de Muynck.
Over de identiteit van de christelijke school is veel geschreven, vooral over de christelijke school als instituut. Algemeen wordt erkend dat leraren belangrijke dragers van deze identiteit zijn. Zij hebben immers dagelijks de contacten met leerlingen. De leraar draagt minstens zoveel bij aan het vormingsproces als de leerstofinhoud dit doet.
Wetenschappelijke studie
In Een goddelijk beroep komt die vorming aan de orde. Het is een grondige, wetenschappelijke studie geworden, opgezet volgens geëigende methodologische onderzoekstheorieën. De lezer die geïnteresseerd is in de vraagstelling zal echter terugschrikken van de wetenschappelijke verantwoording, noodzakelijk voor een dissertatie. Een gepopulariseerde uitgave zou wenselijk zijn, gelet op het belang van het onderzoek voor het christelijk onderwijs.
In de studie wordt nagegaan op welke wijze de eigen, persoonlijk beleefde identiteit en de geloofsbeleving (spiritualiteit genoemd) tot uiting komen in de beroepspraktijk van leraren in het orthodox protestantse basisonderwijs. Spiritualiteit is breed opgevat als de wijze waarop men – zich oriënterend aan bronnen – ervaringen van inspiratie en/of transcendentie meer of minder in verband brengt met het concrete leven. Wat drijft de leerkracht en welke ervaringen inspireren hem?
Theoretisch en empirisch
In het theoretisch deel van de studie is de bestaande kennis over spiritualiteit en in het bijzonder de spiritualiteit van het orthodox protestantisme uiteengezet. In het empirisch deel wordt gerapporteerd over het kwalitatieve onderzoek: gesprekken met de directeur van een representatief aantal scholen, een vragenlijst voor honderdvier leraren en uitvoerige diepte-interviews bij twintig leerkrachten uit de orthodox-protestantse scholen. Als doelgroep zijn zowel reformatorische als vrijgemaakt-gereformeerde basisscholen gekozen.
De schrijver is zich ervan bewust dat er meer orthodoxe protestants-christelijke scholen zijn. Het betrekken van het gehele protestants-christelijk onderwijs zou het onderzoek te omvattend maken en de verwachting was dat verschillende conclusies ook van toepassing zouden zijn op andere orthodoxe-protestants christelijke scholen.
Naast de interviews, die uitvoerig zijn geanalyseerd, betrok De Muynck ook klasse- en leraarobservatiegegevens. De verslagen vormen een interessant en leesbaar geheel. Tevoren is op grond van het theoretisch deel een aantal veronderstellingen geformuleerd die getoetst werden op grond van het onderzoeksmateriaal en soms moesten worden bijgesteld.
Individuele overtuigingen
Gerefereerd wordt aan het onderzoek van Van Hardeveld (ook een dissertatie) waaruit zou blijken dat leraren in orthodox-protestantse scholen zich in hun pedagogische opvattingen niet zozeer laten leiden door de identiteit van de school, maar door hun eigen individuele overtuigingen. De Muynck nuanceert deze uitspraak door te concluderen dat Van Hardeveld het heeft over beroepsbekwaamheden, maar dat voor wat betreft de levensbeschouwelijke identiteit, de opvattingen van leraren in de scholen die hij onderzocht, congruent zijn met de opvattingen van de zuil.
Orthodox-protestantse leraren beschouwen zichzelf als orthodox-protestants. De binding aan de zuil heeft echter voor ieder een eigen inkleuring. Men vindt een uniek evenwicht tussen de loyaliteit aan het gedachtegoed van de zuil en de kritiek daarop. Voorbeeld is de opvatting over de pedagogische relatie met het kind. Er is een diep besef dat de leraar en de leerling op dezelfde manier tegenover God staan, en dat beiden onderworpen zijn aan het gezag van God. Er is het besef dat men niet autonoom, los van God, op kan treden ten opzichte van de leerling.
Zes motieven
De Muynck vond zes motieven die leerkrachten in hun beroepsmatige overtuiging van belang vinden: geborgenheid bieden, zorg bieden, God (leren) kennen, Godsbesef bijbrengen, nieuwsgierigheid wekken en willen toerusten.
Het belangrijkste verschil tussen reformatorische en vrijgemaakt-gereformeerde leraren is dat de laatste een minder mijdende cultuurhouding hebben, meer optimisme en vertrouwen in verbetermogelijkheden uitstralen en kinderen aanspreken als kinderen van God. Als je de geanonimiseerde gespreksverslagen leest, ontmoet je toch wel markante verschillen. In deze studie blijven de verschillen teveel onderbelicht.
Welke rol heeft de spiritualiteit gespeeld in de professionele ontwikkeling van leerkrachten?
Dit is de tweede onderzoeksvraag. Geconcludeerd wordt dat jeugdervaringen in de eigen omgang met kinderen en beelden van vroegere leraren van blijvende en inspirerende invloed zijn op de beroepsuitoefening. Ook de groep studiegenoten waarmee men tijdens de opleiding een intensief contact heeft opgebouwd is van belang en – opmerkelijk – stages met een bijzonder karakter en werkervaringen in het buitenland.
Spiritualiteit
De derde onderzoeksvraag heeft betrekking op de spiritualiteit in het handelen van de leerkrachten. Spiritualiteit blijkt behalve in de rituelen als zingen, bidden en de bijbelvertelling, vooral te herkennen in het gesprek, het kijken naar de leerlingen, de omgang met moeilijkheden en in bijzondere ervaringen. Die bijzondere ervaringen doen zich voor als men zich intens verwondert over het gedrag van kinderen of wanneer men zich met kinderen verheugt in het resultaat, maar ook tijdens het bijbelverhaal als men zich ervaart als bemiddelaar van Gods boodschap.
Vervolgens blijkt er een aantal inspiratiebronnen te zijn die spiritualiteit van leraren voeden, zoals de omgang met kinderen, het persoonlijk geloof, het resultaat dat men samen met kinderen bereikt, de collega’s en de ouders.
Samenvattend: de studie geeft een schat aan informatie over een thema dat tot nu toe niet zo is uitgediept als in dit werk. Het is van belang voor opleidingen als de Pabo, voor schoolbesturen die leraren hebben te benoemen en voor leraren zelf. Het is ook van belang voor de werkgroep Onderwijs van de Gereformeerde Bond van waaruit deze bespreking komt.
Breder
Ten slotte nog enkele opmerkingen naast de opmerking die reeds gemaakt is: een beknopte en eenvoudig geschreven editie van dit proefschrift is aan te bevelen.
Het is jammer dat de studie niet meeromvattend het orthodox-protestants christelijk onderwijs kon behandelen. Nu zijn de twee denominaties, reformatorisch en vrijgemaakt-gereformeerd onderwijs betrokken. Het orthodox-protestants christelijk onderwijs is echter veel breder en het zou boeiend zijn wanneer ook minder zuilair gebonden leraren in het onderzoek betrokken werden. Veel gemeenschappelijks zou er gevonden zijn, zo merkt de schrijver op. Er zouden ook andere accenten gelegd zijn. Ik concludeer dit op grond van de gespreksverslagen met leraren die wel heel nadrukkelijk een kerkgebonden spiritualiteit vertolken: gereformeerd-vrijgemaakt of Gereformeerde Gemeenten.
Het proefschrift bevat kwalitatief onderzoek. Dat is wat ongebruikelijk in onze tijd waar alles gekwantificeerd moet worden. Het voordeel van kwalitatief onderzoek is dat de interviews niet gestandaardiseerd verwerkt zijn en dus boeiend blijven om er kennis van te nemen. Nadeel is dat de conclusies minder hard zijn. De beperking tot twintig interviews beïnvloedt de mate waarop valide conclusies getrokken kunnen worden. Wellicht geeft deze studie zoveel aanzetten tot een gestandaardiseerde aanpak dat de volledige doelgroep – leraren die behoren tot het orthodoxe protestants-christelijk onderwijs – bereikt kan worden met een vervolgonderzoek.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juli 2008
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juli 2008
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's