De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Bach en het kerkelijk jaar

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Bach en het kerkelijk jaar

Het slotakkoord

4 minuten leestijd

Een groot deel van de wereldbevolking is de overtuiging toegedaan dat de geschiedenis een leerschool is, alsmede een eeuwige kringloop, terwijl er ook zijn die menen dat de geschiedenis absurd is en met de vernieling eindigt. Wij geloven dat we afgaan op het Koninkrijk van God, de bruiloft van het Lam. Het loflied op Hem, die door Zijn lijden en sterven de zonde, als de wortel van alle nood en dood, heeft weggenomen, zal allerwegen klinken. Dat is het machtige slotakkoord.

Hele mensheid
Na het eerste deel van cantate 21, met zijn knerpende dissonanten en seufzer (muzikale zuchten), volgde ook in de Thomaskerk in Leipzig de verkondiging van het evangelie. De musici maken zich vervolgens op een teken van de componist en dirigent, gereed voor het tweede deel, dat met een slotkoraal van zeldzame schoonheid eindigt. Het is fugatisch. De vier zangstemmen, symbool voor de hele mensheid, zetten na elkaar in. Het ‘amen’ heeft een uitbundige coloratuur (muzikale versiering). Het Lam Gods, dat staat als geslacht, wordt lof gezongen. Openbaring 5 wordt geciteerd. Trompetten en pauken moeten eraan te pas komen. Hier wordt immers de koning der koningen de eer gebracht.
Aan het slotkoraal gaat een aria vooraf, waarin de tenor zijn ziel tot vreugde oproept en de zorgen en bekommernis beveelt zijn gemoed te verlaten. In staccato worden de bevelen gegeven. Het is een gevolg van het direct voorafgaande koraal, waarin op een toonladder thema gezongen wordt ‘Sei nun wieder zufrieden’. In cantate 21, waarin enorm veel bijbelteksten worden geciteerd, wordt hier teruggegrepen op Psalm 116:7. ‘Mijn ziel keer weder tot uw rust, want de Heere heeft aan u welgedaan.’ Door dit koraal heen zingen respectievelijk de sopraan en tenor een couplet uit het lied van Neumark, dat wij kennen als ‘Wie maar de goede God laat zorgen’.

In dialoog
Opzettelijk beweeg ik me van het slotkoraal naar het midden van de cantate. Waarom kan de gelovige de bekommernis bevelen, zijn gemoed te verlaten? Hoe kan de ziel weerkeren tot rust? Wat heeft de Heere welgedaan? Dat komt aan de orde in het dialoogrecitatief en de dialoog-aria, waarmee het tweede deel van cantate 21 begint. De sopraan, de stem van de gelovige, en de bas, de stem van Christus, treden met elkaar in dialoog. ‘Waar blijft U, die mijn licht en rust zijt’, roept de gelovige. Als antwoord krijgt ze: ‘Ik ben bij je.’ De gelovige kan dit niet geloven, want de omstandigheden spreken een andere taal, het is nacht om haar heen. Het antwoord van Christus is dat Hij in het donker nabij is en waakt. Het donker wordt dus niet verdreven.
Het is goed om dat te bedenken. We worden geroepen in het donker te volharden. In de aria roept de gelovige om de verkwikkende nabijheid van Christus. In een liefdesduet, dat aan het Hooglied doet denken, treden Christus en de gelovige in een dialoog. Luther, in wiens traditie Bach stond, hield zeer van het Hooglied. Hij las het als de uiting van de liefde van de bruidegom Christus tot de bruid, de gemeente. Wanneer de gelovige zegt: ‘Ik ben verloren’, weerspreekt Christus dat door te zeggen: ‘Je bent verkoren en Ik heb je lief.’
De aria krijgt na verloop van tijd een dansant karakter. De geschiedenis zal met een machtig slotakkoord eindigen. Zo ver is het nog niet. Wij leven in de tussentijd. Daarin roepen we elkaar en onszelf op tot vreugde, bevelen we de bekommernis ons gemoed te verlaten. Dit kan, omdat Christus ons nabij is. Hoe? Door Zijn Woord en Geest.

Voorlopig karakter
Het dialoogrecitatief en de dialoog-aria van cantate 21 doen mij denken aan de prekenbundel van ds. A. Kool. Hij was predikant in Utrecht. De bundel verscheen onder de titel Er was alleen een stem, naar aanleiding van Deuteronomium 4:12. Het beloftekarakter van het heil, het leven bij de beloften, het geloven soms tegen de klippen op, tekende de verkondiging van ds. Kool.
In deze tijd, waarin ervaring een steeds dominanter karakter krijgt, lijkt het me goed het Sola Scriptura van de Reformatie in deze zin te beklemtonen. Bij tijd en wijle doet God ons Zijn nabijheid ervaren.
Dat heeft doorgaans een voorlopig karakter. In de tussentijd hebben we genoeg aan de belofte dat het slotakkoord het loflied op het Lam zal zijn. Met de kracht van de Geest wordt het ons telkens weer gezegd, verkondigd. Het is ons genoeg.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juli 2008

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Bach en het kerkelijk jaar

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juli 2008

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's