Om welke gaven bidden we?
Evangelicalisering van de gemeenten [5]
Wat bindt de gereformeerde overtuiging met die van de Pinkstergemeenten en charismatische stromingen en waar gaan de wegen uiteen? Behalve om het belangrijkste werk van de Heilige Geest in het leiden van mensen tot Christus mogen we bidden om die gaven die voor onze tijd nodig en zegenrijk kunnen zijn.
In de jaren tachtig preekte ik soms in een kerkgebouw van de Pinkstergemeente dat tevens gebruikt werd door de hervormde gemeente. Op de muur naast de kansel stond met grote letters: Jezus geneest. Ik heb dikwijls gedacht: Is dat juist? Zijn dat, als ze zo centraal gesteld worden, niet heel eenzijdige woorden? Een aantal jaren geleden was ik in verschillende Waldenzenkerken in Noord-Italië. Daar stonden boven de kansels heel andere woorden: ‘Wij prediken de gekruisigde Christus.’
De gekruisigde Christus
Daar hebt u een van de verschillen tussen de Pinkstergemeenten en de reformatorische kerken. In veel Pinkstergemeenten en de charismatische beweging wordt vooral de nadruk gelegd op de bijzondere gaven van de Geest, zoals de gaven van gezondmaking, het spreken in tongen, en profetie. Reformatorischen leggen de nadruk op de prediking van de gekruisigde Christus.
Nu belijden evangelischen en charismatischen ook, voluit, dat het heil alleen ligt in de gekruisigde en opgestane Christus. We hebben veel met hen gemeenschappelijk. Evangelischen belijden het gezag van de Heilige Schrift als het Woord van God, belijden voluit de drie-enige God en dat er maar één Naam is tot behoud. Ook in ethische vragen hebben we veel gemeenschappelijk.
Toch zijn ook hier wel een paar opmerkingen bij te maken. Is bijvoorbeeld de charismatische beweging (ik moet wat generaliserend spreken) niet erg breed-oecumenisch, tot en met de Rooms-Katholieke Kerk toe? Is het bijbelgebruik bij pinkstergelovigen en evangelischen niet vaak een wat los-vast tekstgebruik, zonder te letten op de grote verbanden en de doorgaande lijnen van de Schrift? Evangelischen moeten niet veel hebben van belijdenisgeschriften. Alsof het mogelijk is helemaal opnieuw te beginnen en bijvoorbeeld de Reformatie over te slaan of in de marge mee te nemen. Toch, de kernthema’s delen we.
En wij?
Ik zeg er meteen wat bij: zijn er bij reformatorischen niet een aantal onderbelichte elementen? Moeten we niet zeggen dat, zo ‘open’ evangelische gemeenten dikwijls zijn, zo gesloten de reformatorische kerken vaak zijn? Evangelischen hebben nogal eens een grote spontaniteit en werfkracht. Ze worden niet gehinderd door al te vaste structuren in hun samenkomsten, structuren die op zichzelf goed zijn, maar bij reformatorischen vaak zijn dichtgetimmerd. Blijven reformatorischen in prediking en geloofsbeleving niet soms of dikwijls steken in de vragen rond de toe-eigening van het heil: hoe kom ik tot geloof, hoe word ik rechtvaardig voor God? Alsof er niet meer centrale thema’s zijn. Pinksterchristenen zeggen wel eens: reformatorischen zijn blijven steken in de Voorhof, waar het brandofferaltaar staat. Maar het is ook nodig te weten van het Heilige: het kennen van Christus als de Gouden Kandelaar en het Brood des levens (de Tafel der toonbroden) en het gebed als het reukoffer voor Gods aangezicht.
En er is nog méér: het met de Heilige Geest gedoopt zijn, verkeren in het Heilige der Heilige, in de bijzondere gemeenschap met God. Dat gedoopt zijn met de Heilige Geest, zeggen veel evangelischen en charismatischen, komt onder andere tot uiting in de charismata, de gaven van de Geest.
Toe-eigening van het heil?
Mijn vraag is echter: Hoe is het bij evangelischen en charismatischen met de toe-eigening van het heil? Is dat bij hen niet vaak een gepasseerd station? Men kiest voor Jezus en is even in de Voorhof, daarna verkeert men in het Heilige, om vervolgens door te gaan naar het Heilige der Heilige. Anders gezegd: men was zwart (de zonde), dat zwarte is wit geworden door het rode bloed van Christus, en dat witte gaat nooit meer weg, wordt ook nooit meer grijs.
Hebben de charismata bij evangelischen en charismatischen niet vaak veel te grote nadruk? De grote lijn van de Schrift is naar mijn overtuiging dat in de eerste plaats nodig is het wérk van de Heilige Geest in de overtuiging van zonde en de zondaar leiden naar Christus. De vrúcht van de Geest is daarvan het gevolg: de heiliging van het leven. Die heiliging werken we niet zelf; wij stribbelen, ook na ontvangen genade, eerder tegen. Die werkt de Heilige Geest als vrucht (Gal. 5:17-22). De gaven van de Geest zijn extra: de Geest geeft ze zoals Hij wil en aan de één deze gave(n), aan de andere dié gave(n).
Buitengewone gaven
Mijn moeite met het benadrukken van de gaven van de Geest is dat het vaak om heel spectaculaire gaven gaat. Niet dat de gaven van de Geest er niet zijn. We kunnen niet zeggen wat onder andere Calvijn zei – wat te begrijpen is vanwege de bijzondere tijd waarin hij leefde – dat de gaven van de Geest er alleen waren voor de eerste christentijd en daarna zijn opgehouden.
Waarom gaat het bij evangelischen en charismatischen echter bijna altijd om de buitengewone en spectaculaire gaven, zoals spreken in tongen, profetie en gaven van gezondmaking? Zijn er niet veel meer gaven? In 1 Korinthe 12:1-6 gebruikt Paulus verschillende woorden: geestelijke gaven (pneumatika), gaven (charismata), bedieningen (diakonia) en werkingen (energèmata). Hij gebruikt drie keer het woord verscheidenheid. Dat werkt hij uit in de verzen 14-24, als hij spreekt over de voet en de hand, het oor en het oog. In Efeze 4:8 gebruikt hij voor gaven weer een ander woord: domata.
Verscheidenheid
Paulus noemt in 1 Korinthe 12:8-10 negen gaven. In vers 28-30 noemt hij er acht, die voor een deel weer andere gaven zijn. In Romeinen 12:7-8 en Efeze 4:11 lezen we van weer andere gaven. Wil dat niet zeggen dat bepaalde gaven in de ene tijd bijzonder nuttig en nodig zijn, maar in een andere tijd minder of niet nodig en nuttig? Is de Geest niet vrij om dié gaven te geven die Hij in een bepaalde situatie van nodig acht?
Ik neig er daarom toe om het spreken in tongen, dat pinksterchristenen steeds benadrukken en dat ook nu kan voorkomen, voor onze tijd minder belangrijk te achten. Paulus noemt het in 1 Korinthe 12, met de uitleg van de tongen, als laatste gave. In de andere brieven noemt hij het in het geheel niet. Bovendien wijst hij het in 1 Korinthe 14:4 eerder terug dan dat hij het zou willen bevorderen. Schrijft hij over het spreken in tongen en over andere gaven van de Geest bovendien niet in een heel bepaalde concrete situatie?
Profetie
Een andere gave is de profetie. Paulus zegt in 1 Korinthe 14:3-4 dat profetie de mensen en de gemeente sticht (opbouwt). Zou profetisch spreken ook in onze tijd niet erg belangrijk zijn? Daarbij denk ik niet aan bijzondere openbaringen die iemand van de Heere zou ontvangen. Daar kan men zich zeer in vergissen, wat in de kerkgeschiedenis herhaaldelijk is voorgekomen.
Ik denk bij profetie veel meer aan de gave van de Geest om helder te zien wat God met een bepaald Schriftwoord in een bepaalde situatie en tijd bedoelt. Zou er aan mensen die profetisch en met gezag kunnen spreken, in onze tijd geen grote behoefte zijn? Weer een andere gave is de gave van de gezondmakingen. Er is geen reden om te ontkennen dat de Heere die gave ook in onze tijd kan geven, maar we zullen dat niet moeten verabsoluteren. Het is naar mijn mening niet onjuist om te zeggen dat de Heere de gave van gezondmakingen bijzonder gaf in een tijd van veel lichamelijke nood, toen er weinig of geen adequate medische hulp was. We mogen wat onze tijd betreft de medische wetenschap zien als een bijzondere gave van God.
Vaak zijn het bij evangelischen en charismatischen de spectaculaire gaven die benadrukt worden. Past dat niet precies in de gevoelscultuur van onze dagen, waarin emotie een grote rol speelt? Dat zullen we dan steeds moeten onderkennen.
Leidinggeven en verzorgen
Als ik de verscheidenheid van gaven bij Paulus zie, denk ik dat hij niet bedoelt dat we ons op een of meer van de genoemde gaven moeten vastpinnen, alsof die het een en het al zijn. De Geest beschikt over veel meer gaven, die Hij in bepaalde situaties kan geven. Zou voor onze tijd niet heel belangrijk zijn de gave om in onze geseculariseerde en dikwijls ingewikkelde wereld op een goede wijze leiding te kunnen geven en met kennis van zaken te kunnen spreken? (woord van wijsheid en woord der kennis, 1 Kor. 12:8). Of de gave om op een verantwoorde wijze onderwijs te kunnen geven aan middelbare scholieren en studenten? (onderwijzen, Rom. 12:7). Ik denk ook aan de gave van het verzorgen van demente of terminale patiënten (barmhartigheid doen, Rom. 12:8), om te evangeliseren (Ef. 4:11), om om te gaan met allochtonen, voor werk voor de media, enzovoort? In de Naam van Jezus Christus!
Gezond geloofsleven
Vooral is nodig een krachtig en gezond geloofsleven waarbij groot van God en van Christus’ genade gedacht wordt. Als evangelischen en charismatischen daar voor ons de vinger bij leggen, kunnen we dat slechts beamen. We belijden dat het geloofsleven, en wellicht ook de prediking, bij ons dikwijls onder de bijbelse maat is. Het werk van de Heilige Geest in het leiden van mensen tot Christus en in het blijven bij Hem is blijvend nodig. De vrucht van de Geest, de heiliging van het leven, is daar het onmiddellijk gevolg van.
Dat zijn naar mijn overtuiging de belangrijkste noties van de Heilige Geest. Daarnaast mogen we bidden om die gaven van de Geest die voor onze tijd bijzonder nodig en zegenrijk kunnen zijn.
Over drie weken gaat ds. G.D. Kamphuis in de serie ‘Evangelicalisering van de gemeenten’ in op de vraag wat gereformeerd-zijn betekent in ons spreken over God de Vader.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 juli 2008
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 juli 2008
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's