Onderwerping aan overheid
De Bijbel over gezag en gezagsuitoefening [2, slot]
Gezag kent verschillende gezagsvormen. Al wisselen de vormen, toch is het bijbels getuigenis ook vandaag richtinggevend, zowel voor gezagsdragers als voor wie dit gezag hebben te aanvaarden.
Paulus laat er geen misverstand over bestaan waartoe het gezag voor de gezagsdragers dient: ‘Het staat in dienst van God u ten goede.’ Een regering is geroepen recht en gerechtigheid te betrachten, een beschermend schild te vormen voor de zwakken, op te komen voor wie onder liggen en te waken over vrijheidsrechten, opdat niet de ene groep de andere overheerst. Zelfs het zwaard dat de overheid draagt, heeft daarmee te maken. Het is het zwaard van de rechter die de misdaad straft en waakt over het welzijn van de burgers.
Als we in de kerk en de theologie spreken over het gezag van het ambt, luistert het nauw. Het ambt is er ter wille van de gemeente en haar opbouw, niet om gemeenteleden onder de duim te houden of te controleren, maar om de gemeente bij het Woord te bewaren en voor te gaan op de weg van het evangelie. Goede leiding schept ruimte, is helend en helpend. Belangrijker dan een abstracte theorie over gezag is de vraag naar het functioneren van gezag. Komt het ‘u ten goede’ tot zijn recht?
Het functioneren van gezag
Gezag kan zo maar ontaarden in macht. Daarom is er in ons land de scheiding van de machten en kennen we de controlerende instantie van het parlement, zijn er inspraakmogelijkheden en is er een onafhankelijke rechtspraak. Zonder bevoegd gezag raakt een samenleving op drift. Democratisering kan ook doorslaan. Het is tekenend dat Pim Fortuyn met zijn spreken over de verweesde samenleving appelleerde aan iets wat breed leefde.
Het gemis aan goed leiderschap, aan voorbeeldfiguren, wreekt zich. Er is een nivellering die niets met gelijkwaardigheid te maken heeft, maar een grauwe gelijkheid voorstaat, waarbij intussen de grootste schreeuwers de anderen naar hun hand willen zetten. Met allemaal eigenzinnige mensen komt vanzelf de sterke man te voorschijn. Dan krijgen populisten die inspelen op de onderbuikgevoelens, hun kans. En wat te denken van al die enquêtes en peilingen? Gaat er niet de suggestie van uit dat de helft plus één het voor het zeggen heeft? Wat is in een samenleving inspraak zonder inzicht en kennis? Mondigheid is wat anders dan een grote mond opzetten. Als het gezag van een goede traditie bijvoorbeeld wegvalt, moet je telkens weer zelf het wiel uitvinden. Als in de kerk het gezag van de belijdenis ontkend wordt, krijgen allerlei krachten vrij spel.
Macht
Niettemin luistert het wel nauw hoe gezag functioneert. Kun je zoiets als een profiel schetsen van de goede gezagsdrager in functie? Jaren geleden wees de Amsterdamse theoloog G. van Leeuwen in zijn boek Om mens te zijn erop dat je voor het goed functioneren van gezag drie elementen bij elkaar moet houden: macht of heerlijkheid, wijsheid en liefde. Ik denk dat die onderscheiding ook in onze 21e eeuw richtinggevend is. Om gezag uit te oefenen heb je macht nodig. We spreken niet voor niets over de sterke arm van de overheid. Wie zijn belasting niet betaalt of met zijn opgaven sjoemelt, krijgt te maken met de macht van de overheid in de vorm van de fiscus. Macht betekent in de Bijbel ook volmacht. Macht is geen vies woord, wel een gevaarlijk woord. Een overheid die alles wil regelen kan heel snel zijn boekje te buiten gaan. Er zijn grondrechten, zoals de vrijheid van meningsuiting, van godsdienst en van onderwijs, die we zorgvuldig bewaken. Ik geef toe dat hier, zeker in een ingewikkelde samenleving als de onze met zijn vele culturen, moeilijke vragen liggen. Vrijheidsrechten kunnen ook botsen.
Wijsheid
Overheidsmacht die ontaardt in tirannie, is misbruik van gezag en macht. Ouders die hun kinderen tiranniseren maken hun gezag tot een aanfluiting. Een predikant of een hulpverlener die in een pastorale relatie de fout ingaat, schendt niet alleen vertrouwen, maar verspeelt ook zijn gezag. Wat is daarom macht zonder wijsheid? Wijsheid heb je nodig om te onderscheiden waar het echt op aan komt, om inzicht te hebben in dat waar mensen echt mee gediend zijn. Daarom vraagt koning Salomo van de Heere niet om rijkdom of een lang leven, maar bidt hij om wijsheid (1 Kon. 3). Ik denk dat het alles te maken heeft met gezag.
Gezag moet je ook verdienen. Een wijs politicus verwerft gezag, niet door de positie die hij bekleedt, maar door zich in te zetten voor zijn onderdanen, door op te komen voor het recht, door met kennis van zaken en bovenal op een eerlijke wijze te besturen. Als ik aan mijn middelbare schooltijd terugdenk, dan heb ik het meest geleerd van leraren die niet maar een vracht kennis ten toon spreidden, maar die wijsheid uitstraalden en je vormden voor het leven. Een wijze kerkenraad zal niet autoritair zeggen: ‘Wij weten het en daarmee uit.' Wijs is het om het gesprek te zoeken met de gemeenteleden, vooral ook te luisteren en zo beslissingen te nemen.
Liefde
Naast macht en wijsheid is er de liefde. Klinkt dat niet wat te soft als we over gezag praten? Ik denk het niet. In de relatie tussen ouders en kinderen gaat het mis als in de opvoeding de liefde niet de toon aangeeft. Dat geldt ook in andere verhoudingen. Liefde betekent ook: respect, aandacht en zorg voor wie aan jou zijn toevertrouwd. Je kunt je gezag te grabbel gooien door corruptie, respectloos optreden en aanstootgevend gedrag.
Onderwerping
Wat betekent dat nu voor ons? Hoe hebben we ons als christen op te stellen tegenover gezagsdragers? Dat is in alle tijden een teer punt geweest, ook in Paulus’ dagen. Rome heerste met harde hand.
Machteloze mensen vervloekten de rijken en de machtigen. Wat zeiden de christenen? ‘Ieder mens moet zich onderwerpen aan de overheid,’ schrijft de apostel. Dat klinkt ons niet bepaald sympathiek in de oren. Moet je uit dit woord concluderen dat het een kwestie van slikken of stikken is? Als ik het woord ‘onderwerpen’ aftast op zijn betekenis in de Bijbel, dan is duidelijk dat er zeker geen slaafse gehoorzaamheid of een vorm van kadaverdiscipline mee bedoeld is. Nergens houdt de Schrift overheden door dik en dun de hand boven het hoofd. Integendeel, doorgaans is het oordeel over vorsten en regeringen helemaal niet gunstig. Israëls profeten hebben zich uitermate kritisch uitgelaten over de koningen van hun tijd.
Paulus heeft stadhouder Felix aangesproken op zijn levensgedrag en hem gewaarschuwd voor het oordeel van God.
Erkenning
Onderwerping is geen slaafse onderdanigheid. De Nieuw Bijbelvertaling (NBV) gebruikt dan ook een ander woord: erkennen. Niet: erkennen, voorzover het in mijn kraam te pas komt, of omdat die minister of politicus zo goed overkomt en in staat is in de media een charmante indruk te maken. We hebben de positie die God aan mensen verleent, te erkennen. Je kunt ook spreken van respect, gehoorzaamheid binnen het kader van de wet, die volgens de spelregels van de democratie is vastgesteld.
Vormen wijzigen en we kijken anders aan tegen onze ministers dan zestig jaar geleden. We zijn wat nuchterder geworden, gelukkig ook in de kerk. In mijn kinderjaren werden predikanten soms op een voetstuk gezet dat met bijbels respect niets te maken had. Het leek meer op domineesverheerlijking. Heel wezenlijk is, zoals uit 1 Timotheüs 2 blijkt, de voorbede voor de overheid, voor keizer Nero en consorten. Voorbede is geen buiging richting staatsgezag. Voorbede is geen staatscultus. Integendeel. Er is geen kritischer optreden tegen de overheid mogelijk dan de voorbede, want in de voorbede treedt de gemeente met de overheid, met allen die over ons gesteld zijn, samen voor God, samen onder Zijn oordeel.
Grens
Zijn er grenzen aan het gezag? Ja, maar het hangt er wel van af, waar wij die leggen. Een leraar op school die geen orde kan houden, blijft toch je leraar. Het kan misschien beter zijn dat hij, als het echt niet verandert, omziet naar een andere baan, maar toch ... Een wettig gekozen regering kan mogelijk je instemming niet hebben, maar het is aan het parlement om zo’n regering naar huis te sturen. Ik ken eigenlijk maar één grens: men moet Gode meer gehoorzaam zijn dan mensen! Vroedvrouwen in Egypte weigerden de Joodse jongetjes te doden. Farao’s bevel ging in tegen God. In Openbaring 13 ontpopt de overheid zich als een antigoddelijke macht die je moet weerstaan.
Zo’n situatie kan zich in elke tijd voordoen, maar ook dan blijft de vraag hoe we als christelijke gemeente weerstand bieden. Onze gereformeerde vaderen hebben diepgaand nagedacht over het recht van opstand. Dietrich Bonhoeffer heeft met die vragen geworsteld. Het heeft enkele jaren geduurd voordat hij meedeed aan de opstand tegen Hitler. In de jaren zeventig van de vorige eeuw werd er veel gediscussieerd over het recht van burgerlijke ongehoorzaamheid. Duidelijk is dat we over zoiets als burgerlijke ongehoorzaamheid niet lichtvaardig moeten spreken. Wat soms begint als een rustige protestmars kan snel ontaarden in brutaal geweld. Wat is de impact van het woord van Jezus: 'Allen die het zwaard nemen, zullen door het zwaard vergaan.' (Matth. 26:52), of van het apostolisch vermaan om het kwade te overwinnen door het goede (Rom. 12)? Hier liggen voor de ethiek spannende vragen.
Ik eindig met een strofe uit ons volkslied. Het is het laatste vers dat in mijn oren iets heeft van een belijdenis waarin een reformatorische visie op gezag doorklinkt:
Voor God wil ik belijden
En Zijne grote macht
dat ik te genen tijden
de koning heb veracht,
dan dat ik God de Heere
de hoogste Majesteit
heb moeten obediëren (gehoorzamen)
in der gerechtigheid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 juli 2008
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 juli 2008
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's