De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Vriendschap, steun in geloof

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vriendschap, steun in geloof

Pastoraat – Gemeenschap der heiligen

7 minuten leestijd

'Je hebt iemand nodig, stil en oprecht, die, als het erop aan komt, voor je bidt of voor je vecht. Pas als je iemand hebt, die met je lacht en met je grient, dan pas kun je zeggen: Ik heb een vriend.'

Met dit fijne en speelse versje brengt Toon Hermans onder woorden wat echte vriendschap is. Niemand kan alleen leven. Iedereen heeft mensen om zich heen nodig die meeleven. God zei van Adam al: ‘Het is niet goed dat de mens alleen zij.’ Hij schiep hem een medemens en het huwelijk is de eerste en meest hechte band van vriendschap. Vervolgens is daar de gezinsrelatie, waarin de mens leven mag in een vriendschapsband met ouders, broers en zussen.

Vriendenkring
Maar zelfs leden van goede gezinnen en fijne families hebben meer mensen nodig om mee samen te leven: de kring van vrienden. De wijze Salomo spreekt over het belang van vriendschap als hij zegt: ‘Een man die vrienden heeft, heeft zich vriendelijk te houden; want er is een liefhebber, die meer aankleeft dan een broeder.’ (Spr. 18:24) Met dat wat moeilijke woord bedoelt de koning te zeggen: ‘Wees zuinig op je vrienden, want je kunt ze hard nodig hebben.’

Jobs vrienden
Wie over vriendschap in de Bijbel nadenkt, komt al snel bij het boek Job terecht. Het is een aangrijpende geschiedenis en het boek wordt wel terecht Het troostboek van het Oude Testament genoemd. Jobs schijnbaar zinloze lijden, blijkt een beproeving van zijn geloof te zijn. In die beproeving spelen zijn vrienden een dubbele rol. Zij steunen Job in zijn geloofsstrijd als ze stilletjes mee-lijden. Maar ze maken Jobs lijden zwaarder en zijn aanvechting groter, als zij gaan spreken, beter gezegd: gaan redeneren. Calvijn brengt, als hij het boek Job uitlegt en er aan toegekomen is dat de vrienden bij de lijdende Job op bezoek komen, de gemeenschap der heiligen ter sprake. In de vriendschap van Job en zijn vrienden ziet de reformator leerzame dingen voor de gemeente van nu. Hij schrijft: ‘Laten wij ook goed bedenken, dat wij zelfs tegenover onze beste vrienden op onze hoede moeten zijn. Niet aan mijn vrouw en niet aan mijn naaste of aan welk vertrouwd persoon dan ook, mag ik mij volkomen toevertrouwen; onze onderlinge verbondenheid moet zo zijn dat wij samen altijd op God zien en dat de band van onze onderlinge eendracht en vriendschap door Hem gelegd is.’
Jobs vrienden hebben te horen gekregen wat hun vriend aan leed overkomen is. Zij besluiten hem te gaan opzoeken. Daaraan kun je zien dat het echte vrienden zijn. Die leer je immers in de nood kennen.

Meeleven
Van die drie mannen, die hun vriend helpen willen, is veel te leren. Allereerst staat er van hen geschreven dat ze overleg hebben gehad. Als ieder op eigen houtje mee gaat leven met de zieken in de gemeente, dan is dat voor de patiënt vaak eerder verwarrend dan vertoostend. Het is goed en wijs afspraken te maken: wie gaat er vandaag, wie gaat er morgen? Of: zullen wij samen op bezoek gaan? Soms is het voor alleenstaanden veel aangenamer twee of drie bezoekers te hebben, dan één alleen. Die vrienden hebben er trouwens een hele reis voor over om Job op te zoeken. Dat hebben zij voor hun vriend wel over, want echte vriendschap ziet immers niet tegen moeite op. Verder staat er van die vrienden ‘dat zij kwamen om hem te beklagen en om hem te vertroosten.’ Het Hebreeuwse woord voor ‘beklagen’ heeft met bewegen te maken. De kanttekeningen bij de Statenvertaling zeggen dan ook dat wij moeten denken aan ‘medelijden, bewogen zijn of met hem verdrietig zijn’. Kortom, het gaat om - en dat is vriendelijk – echt meeleven.
Dat medeleven tonen zij ook. Als zij Job van verre zien zitten op de mestvaalt, misvormd door die afschuwelijke kwaal, lopen ze van schrik niet hard weg, maar dan huilen zij. Naar het gebruik van die dagen gaan ze in de rouw. Job kan het aan zijn vrienden zien: zij zitten met mij in zak en as. Dit is mee-lijden. En dat is veel meer dan medelijden hebben. Een collegapredikant, die in het ziekenhuis was terechtgekomen, zei mij eens: ‘Een traan in het oog van een verpleegster, die bij mij op catechisatie had gezeten, deed mij meer dan al het gepraat van de dominees, die op bezoek kwamen.’ Mee-lijden van vrienden verlicht de pijn in het hart van mensen, die moeten lijden.
Stilletjes gaan de mannen bij Job zitten, die op de mestvaalt zijn zweren krabt. Zij durven niets te zeggen, want zij zien hoe groot zijn verdriet is. Wat een wijze vrienden! Hier is spreken zilver en zwijgen goud. Wat kan het goed doen, dat er iemand is die er zomaar stil bij komt zitten, als je veel te verwerken krijgt. Wij zijn vaak veel te vlug met onze tong. Toen zij zwegen betekenden de vrienden veel meer voor Job, dan toen zij hun mond open deden.

Voorzichtig met woorden
Soms ondervind je de meeste vriendschap van mensen, van wie je dat niet verwachten zou. Elifaz, de Themaniet, de eerste die wat tegen Job gaat zeggen, stamt uit een geslacht, waaruit je niet bepaald veel meeleven zou verwachten. Hij is ongetwijfeld een nakomeling van Ezau, van wie de zoon ook Elifaz heette. De zoon daarvan had de naam Theman en mogelijk hebben wij hier dus een achterachterkleinkind uit dat geslacht. Wij drukken soms heel makkelijk bepaalde families en gemeenteleden een etiket op, maar wat kun je je vergissen! Van ongedachte kant komt vaak het meest hartelijk medeleven. Ezau maakt Jakobs kinderen beschaamd. Hoe vaak stellen kerkmensen niet teleur en zijn buitenkerkelijken niet een lichtend voorbeeld?
Op een heel verstandige manier gaat Elifaz tot het pastorale gesprek over. Hij voelt dat hier iets gezegd moet worden, maar wat moet hij zeggen en hoe zal hij het zeggen? Hij begint wijs met heel voorzichtig te vragen of Job er soms bezwaar tegen heeft dat hij gaat spreken: ‘Zo wij een woord opnemen tegen u, zult gij verdrietig zijn? ’ Uit die vraag spreekt een stuk mee-voelen. Soms beginnen ouderlingen of predikanten zomaar plompverloren aan een ziekbed te redeneren. Wij hebben er soms als mensen naast het ziekbed niet de minste gedachte bij hoe onze woorden pijn kunnen doen. Dit is een voorbeeldig goed begin van een gesprek, maar dat is helaas wel het enige goede van de vriendenwoorden. Als Elifaz een paar regels gesproken heeft, begint hij al over zichzelf. Je merkt, als je in het boek meeluistert naar het gesprek tussen de vrienden en Job, een typisch menselijke trek: slecht luisteren en druk praten.

Het laatste woord
Het wordt een felle discussie in plaats van een goed gesprek. Jobs vrienden ontpoppen zich steeds meer als vijanden. Ten slotte neemt de HEERE het woord. Job en zijn vrienden moeten zwijgen. Job legt de hand op de mond en erkent gesproken te hebben over dingen ‘die mij te wonderbaar waren, die ik niet wist.’ Hij vraagt de Heere ootmoedig om dagelijks nader onderricht: ‘Ik zal U vragen en onderricht Gij mij!’ Dat is echte wijsheid: de HEERE alleen laten spreken in je leven. De vrienden worden in het ongelijk gesteld en moeten Job offers ter hand stellen, zodat hij als een priester voor hen om vergeving zal bidden. Zij hebben totaal verkeerd van de Heere gedacht en gesproken.
Dan neemt de HEERE ook het laatste woord in hun leven: ‘En de HEERE wendde de gevangenis van Job, toen hij gebeden had voor zijn vrienden en de HEERE vermeerderde al hetgeen Job gehad had tot dubbel zoveel!’ De Heere laat Zijn vriendelijk aangezicht immers lichten over de gemeenschap der heiligen. Hij verbindt een vriendenkring door Zijn Geest aan die ene echte Vriend, Die het ook nu nog zegt: ‘Dit is Mijn gebod dat gij elkander liefhebt, gelijkerwijs Ik u heb liefgehad. Niemand heeft meerder liefde dan deze dat iemand zijn leven zette voor zijn vrienden. Gij zijt mijn vrienden, zo gij doet wat ik u gebiede.’ (Joh. 15:12 – 14).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 juli 2008

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Vriendschap, steun in geloof

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 juli 2008

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's