De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het werk van een evangelist

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het werk van een evangelist

Pastor in het verpleeghuis

8 minuten leestijd

Paulus geeft Timotheüs in 2 Timotheüs 4 de opdracht mee om zijn taak op een juiste manier te vervullen. Hij somt een aantal belangrijke zaken op die bij het vervullen van deze taak horen. Hij eindigt met de opdracht om het werk van een evangelist te doen.

Timotheüs mag de blijde boodschap, de boodschap van de Redder in een verloren wereld, vertellen. Deze boodschap is niet oppervlakkig, maar staat in het spanningsveld van de wederkomst van Christus, Die bij Zijn verschijning de levenden en doden zal oordelen. Het is de roeping van elke gelovige om dit evangelie uit te dragen, dus ook het werk van een predikant in een verpleeghuis. Het evangelie moet wakker schudden.
Ons hervormde verpleeghuis staat open voor elke gezindte. Echter, mensen die hier opgenomen worden, krijgen te horen welke voorwaarden aan een opname verbonden zijn. We zijn een zogenaamd prolife verpleeghuis, waar actieve euthanasie niet wordt toegepast. Zo is iedere bewoner welkom. De populatie van ons verpleeghuis toont een breed spectrum van kerkelijke en niet-kerkelijke achtergronden. Niet voor elke bewoner ben ik als hervormd predikant acceptabel. Hoe doe ik mijn werk als evangelist bij hen die van de dienst van God niet weten of ervan vervreemd zijn geraakt?

Contact
Ik vind het altijd spannend om contacten te leggen met een buitenkerkelijke bewoner. Stel ik me niet te bescheiden op? Probeer ik niet te snel het doel te bereiken waartoe ik geroepen ben? Tijdens een kennismakingsbezoek vertel ik wie ik ben en wat ik doe en overhandig de gids Geestelijke verzorging van ons verpleeghuis. Soms bemerk ik afwijzing, quasi onverschilligheid, soms ook toenadering. Voor wie bezoek op prijs stelt, blijf ik komen om een goede relatie op te bouwen.
Gesprekken komen op gang en soms wordt de relatie open. Dan gebeurt het nog wel eens dat de Bijbel gelezen wordt en er plaats is voor gebed. Soms komt dit pas na een reeks bezoeken.
Tot mijn verwondering hoor ik dat er toch naar de kerktelefoon geluisterd wordt en er op de kerkdienst wordt gereageerd. De Heere God wordt bij het leven, de zorgen en de afnemende gezondheid betrokken.

Verbitterd
Een van onze bewoners was een dame die voor een opname in het verpleeghuis nog betrekkelijk jong was. Haar lichamelijke zorg was na een lange opname in het ziekenhuis zo intensief, dat ze in ons verpleeghuis kwam. Bijna wekelijks sprak ik haar. Ze was wat verbitterd geworden. Geen wonder, dacht ik, na alles wat ze in haar huwelijk had meegemaakt. Bidden was niet nodig voor haar, maar dat wekelijkse praatje vond ze wel belangrijk. Ze zei op een dag: ‘Ik heb u zondag gehoord en ik heb het wel begrepen!’ Ze vertelde iets over de preek. Zei ze: ‘Ik begrijp God niet, want waarom had ik zo’n moeilijk leven?’ Dit aangesneden onderwerp gaf gesprekstof genoeg.
Op een dag liet ze me roepen. Ze voelde dat ze niet beter zou worden en dit vertelde ze mij en ze zei: ‘En toch geloof ik in God ...!’ ‘Geloof, je in de Heere Jezus, dat Hij voor uw zonden is gestorven?’ vroeg ik. ‘Ja, dat geloof ik,' zei ze. Tranen kwamen in haar ogen en ook in die van mij. ‘En als ik sterf moet u de begrafenis leiden.’ Ik heb haar gevraagd om dit aan haar dochters te vertellen, want er stond een ander programma in haar testament. Ze heeft dit gedaan.
De wekelijkse gesprekken werden anders, meer open en met haar steeds zieker wordende lichaam verlangde zij om heen te gaan. Vrienden en kennissen die bij de rouwdienst waren, verwonderden zich over het feit dat er een predikant voorging. Ook toen kon ik mijn werk als evangelist doen.

Watersnood
Een andere bewoonster was thuis gevallen en werd opgenomen in ons verpleeghuis om te revalideren. Ze was zo graag weer naar haar huisje teruggegaan. Ze wilde zo graag daar sterven. Ze viel op haar hoge leeftijd op door haar nog rijzige gestalte, maar het lopen ging moeilijk. Haar man had, zoals velen op dit eiland, op het land gewerkt. Zijn loon was karig geweest, maar ze had de eindjes aan elkaar weten te knopen en voor haar grote gezin wist ze met Sinterklaas en Kerst nog iets bijzonders te doen.
Ze was met haar gezin wonderlijk gered na de vreselijke nacht van 1 februari 1953. Na die tijd kwam ze niet meer in de kerk. Nee, ze had niets tegen de kerk, maar die ingrijpende gebeurtenis had haar leven geestelijk gebroken. Nu was ze oud en al jaren weduwe. Wat voor grote woorden zal een evangelist spreken, als hij hoort van de ingrijpende gebeurtenis van 1953? Over de bittere armoede? En toch. De Geest spreekt alle talen en doet ons elkaar verstaan. De Bijbel ging open, gesprekken kwamen op gang en ze bezocht zondags de Lukaskapel.
Haar gezondheid bleef broos. Op een dag lag ze weer op bed. Het stormde buiten. Angst was op haar gezicht te lezen. De geschiedenis van de storm op het meer van Galilea sprak haar aan. Eindelijk was voor haar plaats in één van de verzorgingshuizen op het eiland. Na een verblijf van veertien dagen viel ze opnieuw en kwam ze weer op een afdeling van ons verpleeghuis terecht. Zienderogen ging ze achteruit. Omringd door haar kinderen mocht ik met en voor haar bidden. Enkele uren later overleed ze.
Tijdens het gesprek met de familie ter voorbereiding op de rouwdienst, vertelde ik dat moeder zondags in de Lukaskapel kwam. ‘Dat had ze ons niet verteld’, zo was de reactie. Dit was ook typisch moeder.
Tijdens de rouwdienst heb ik gesproken over de woorden uit Hebreeën 12:14: ‘Want wij hebben hier geen blijvende stad, maar wij zoeken de toekomende.’ De aanleiding tot deze tekst was dat deze mevrouw vanuit haar huisje in het ziekenhuis was gekomen, daarna op de verpleegafdeling van het ziekenhuis werd opgenomen, vervolgens in ons verpleeghuis, daarna in het verzorgingshuis en ten slotte op de verpleegafdeling van het ziekenhuis overleed – en dat in een tijdbestek van een half jaar. Wij hebben hier geen blijvende stad.

Dwars
De Hongerwinter. Daar sprak een van de mannelijke bewoners over bij zijn opname in ons huis. Die zat hem na ruim zestig jaar nog dwars. Hij was toen een kind, een jongen van tien jaar. Zijn oom had een groentetuin en had die winter van 1944-’45 heel wat voorraad. Zijn oom verkocht de voorraad voor veel geld en liet het gezin van zijn ouders op een houtje bijten en toch ging hij elke zondag twee keer naar de kerk. Toen de man dit vertelde, voelde hij als ware de honger nog.
Later in 1953-’54 was hij dienstplichtig matroos. Zijn oom was in die tijd overleden. Hij had het gesprek aangehoord na het overlijden van zijn oom. Vrienden van zijn oom en mensen van zijn kerk oordeelden toen of zijn oom ‘Boven’ was. Het ging er koud aan toe. ‘Toen ben ik nog wat bij de kerk blijven hangen en heb mijn kinderen laten dopen, maar toen ik volcontinue diensten moest draaien heb ik de kerk en God buiten mijn leven gezet. Ik stond voor iedereen klaar om te helpen en als ik bij de hemelpoort kom, word ik wel binnen gelaten, denk ik.’

Verloren zoon
Tijdens het kennismakingsgesprek was een andere man al enthousiast dat er een dominee op bezoek kwam. ‘Ik kom naar de kerk, de Lukaskapel’, beloofde hij. Hij kwam samen met zijn vrouw. Zij haalde hem op in zijn rolstoel. Daar zat hij, achterin in de Lukaskapel. Hij dronk het Woord als het ware in.
Hij vertelde dat hij een goed leven had gehad. Wel waren er zorgen in het gezin. Zijn oudste dochter had haar man verloren, maar ze was gelovig en dat had haar en haar kinderen enorm geholpen. Zijn leven had tweeënhalf jaar geleden een plotselinge wending genomen. De specialist had kanker geconstateerd. Dat hij nu nog leefde was een wonder, hoewel het niet goed ging met hem. Hij vertelde over zijn moeder, die dichtbij God en met het Woord van God had geleefd. Ze had hem aangesproken op het feit dat hij God de rug had toegekeerd. Kort voor haar overlijden had ze dit nog eens benadrukt. Nu kwamen haar woorden terug. Als ze me nu zou zien, zou ze heel blij zijn, omdat ik weer naar de kerk ga en weer uit de Bijbel hoor lezen. Ik voel me net een verloren zoon. Inderdaad, zei ik: ‘God de Vader staat op je te wachten en is met ontferming bewogen.’ Bittere tranen komen boven. Hij vertelt van zijn terugkeer naar God aan zijn kinderen, familie en vrienden en nodigt ze uit voor een bezoek aan de Lukaskapel.
Tijdens een volgend bezoek hoor ik dat de specialist heeft gezegd dat de levensverwachting kort is. Hij is geschrokken. Samen spreken hij en zijn vrouw over de toekomst. Het huis zou aangepast worden om de thuiskomst mogelijk te maken. Hij heeft nog een belangrijke vraag aan mij. Ik voel wel aan welke dat is en ik beloof om de dienst van Woord en gebed te leiden. Hij verlangt naar Huis. Naar het Huis waar de poort is opengegaan, waardoor het Licht, Christus, binnenkwam. Als hij nog geen dag thuis is, wordt hij weer opgenomen en in de vroege morgen ontslaapt hij, zonder dat iemand het verwachtte.
Deze woorden stonden centraal tijdens de dienst van Woord en gebed: ‘En als hij nog ver van hem was, zag hem zijn vader, en werd met innerlijke ontferming bewogen; en toelopende, viel hem om zijn hals, en kuste hem.’ ‘En de farizeeën en de schriftgeleerden murmureerden, zeggende: Deze ontvangt de zondaars en eet met hen.’

‘Doe het werk van een evangelist...!’

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 augustus 2008

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Het werk van een evangelist

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 augustus 2008

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's