De noodzaak van eenheid
Calvijn en de eenheid van de kerk [1]
De kerkelijke verdeeldheid is een zere plek van de gereformeerde gezindte. Calvijn, de grote oecumenicus van zijn dagen, deed er alles aan om de eenheid van de protestantse kerken te bevorderen.
'Onze kerkelijke gemeenten en gezinnen zijn door onze verdeeldheid en biddeloosheid opengebroken steden. De duivel lijkt daardoor vrij spel te hebben.' (RD, 1 februari 2008)
Bovenstaande woorden zijn niet afkomstig van de een of andere kerkelijke opinieleider, maar van een moeder die uiting geeft aan haar gevoelens over de suïcide van haar 21-jarige dochter. Zij maakt deze opmerking in antwoord op de vraag van de interviewer of er raad is voor mensen met suïcidale neigingen. Daarbij verwijst zij naar God. Ook dringt zij eropaan hulp te zoeken. Zij eindigt met een dringende oproep tot gebed aan het adres van ouders en familieleden van suïcidale patiënten. In dat verband staan de aangehaalde woorden.
Eenheid is noodzaak
Het interview raakte mij diep, vooral het geciteerde gedeelte. Ik moest denken aan een voorbeeld dat de noodzaak van eenheid onderstreept. Het gebeurde toen de Romeinen in Brittannia waren geland. Verschillende stamhoofden overlegden hoe zij de vijand het hoofd konden bieden. Ieder vond zijn plan het beste. Tot een oud stamhoofd opstond. Hij nam evenveel stokken als er stamhoofden waren, gaf ieder een stok en zei: ‘Breek doormidden!’ Dat was niet moeilijk. Toen nam hij weer zoveel stokken als er stamhoofden waren, bond ze samen, gaf de bundel aan de eerste hoofdman en beval: ‘Breek doormidden!’ Het lukte de man niet. Ook de tweede kreeg het niet gedaan. De derde evenmin. Zelfs de sterkste spande tevergeefs zijn krachten in. Daarop zei het oude stamhoofd: ‘Het verschil tussen de losse stokken en die bundel is het verschil tussen gescheiden optrekken en samenwerken tegen de vijand.’
Het voorbeeld benadrukt eenheid als noodzaak. Die noodzaak krijgt een heel zwaar accent in het licht van de schrijnende nood van mensen met suïcidale neigingen en hun families, die doorgaans in grote ontreddering achterblijven als de neiging daad is geworden. In de aangehaalde woorden beluister ik een dringend appèl om niet langer te berusten in de kerkelijke verdeeldheid, als gevolg waarvan wij als kerken en gemeenten van de gereformeerde gezindte opengebroken steden vormen, met als gevolg dat satan er moeiteloos kan binnendringen om zijn verwoestend werk te doen.
Dit indirecte appèl om eenheid te zoeken, is werkelijk niet bedoeld om allerlei breuken op z’n zachtst te helen. Wie zou een moeder, die haar dochter aan zelfdoding verloor en de kerkelijke verdeeldheid mede aanwijst als oorzaak, van goedkope argumenten durven beschuldigen?
Mede schuldig
Treffend is het dat ik, zo’n twee maanden na verschijnen van het bewuste interview, deze woorden nog niet tegengesproken heb zien worden. Mijns inziens kunnen ze ook niet tegengesproken worden omdat ze de trieste realiteit van onze kerkelijke verdeeldheid uiterst schrijnend onthullen. Wij hebben ons mede daardoor het geestelijke wapen uit handen laten slaan om satan te weerstaan en zo mee te strijden met onze broeders en zusters, aan wie satan in hun diepe psychische nood suïcidale neigingen opdringt.
Dat wij met de kerkelijke verdeeldheid kunnen leven, zegt trouwens ook iets over ons gebedsleven. Wie de kerkelijke eenheid tot een vast gebedspunt heeft gemaakt, kan eenvoudig in de kerkelijke verdeeldheid niet berusten. De gevolgtrekking uit deze biddeloosheid en het handhaven van kerkelijke verdeeldheid is dat wij ons mede schuldig maken aan zoveel psychische nood. Moet daarbij niet worden opgeteld zoveel huwelijks- en gezinsnood?
Machteloosheid
Als de vinger zo onthullend gelegd wordt bij deze zere (of moeten we zeggen: zieke? ) plek van de gereformeerde gezindte, is vervolgens de vraag wat wij ermee doen. Al is dan de genoemde opmerking nog door niemand tegengesproken, hij is (voor zover mij bekend) ook nog door niemand overgenomen. Spreekt ons zo’n cri de coeur dan niet aan?
Tegelijkertijd ervaar je de machteloosheid om een uitweg te vinden uit de kerkelijke verdeeldheid, die zo weinig als nood ervaren wordt. Zo vergaat het onder meer de deelnemers van het Contactorgaan voor de Gereformeerde Gezindte (COGG). Er is dankbaarheid voor de regelmatige ontmoetingen en de jaarlijkse conferenties, nu al meer dan een halve eeuw. Het is ook wel zeker dat die ontmoetingen tot bepaalde ‘resultaten’ hebben geleid die er zonder het COGG niet waren geweest. Daarmee is echter de verdeeldheid nog lang niet opgeheven. Soms lijkt ze eerder groter dan kleiner te worden en dat nota bene in een tijd waarin gemeenten, behorend tot de gereformeerde gezindte, opgeheven worden!
Calvijn
Geraakt door bovengenoemde hartenkreet ben ik op het punt van de eenheid van kerken weer eens in de leer gegaan bij Calvijn, de grote oecumenicus van zijn dagen. Niet om in onze situatie zonder meer over te nemen wat Calvijn voor de eenheid van de kerken der reformatie heeft gedaan en erover heeft geschreven. Wij zullen ons terdege rekenschap moeten geven van verschillen tussen toen en nu, zonder die echter onnodig uit te vergroten.
Als we daarmee rekening houden, valt er echter nog genoeg van Calvijn te leren, al was het alleen maar zijn bezieling om de eenheid van kerken met alle mogelijke middelen te bevorderen.
Een voorbeeld daarvan is wat Calvijn schrijft, in een door het Geneefse consistorie ondertekende brief, aan de Poolse hervormden. Als de Poolse hervorming in diverse richtingen dreigt uiteen te vallen omdat een deel ervan de Augsburgse Confessie en een ander deel de Confessie van de Boheemse Broeders wil volgen, probeert Calvijn dat te voorkomen door te wijzen op gevolgen van hun onenigheid. ‘Het is overbodig, met veel woorden uiteen te zetten, welk een schadelijke pest de onenigheid is; want gij weet heel goed, dat niet slechts in de eenheid van het geloof, maar ook in een broederlijke eenstemmigheid het heil der kerk gelegen is.’ Het zijn ronde woorden, die voor zich spreken.
In de hoop dat we ons door Calvijn laten gezeggen, wil ik in het vervolg enkele aspecten van het oecumenisch streven van Calvijn aan de orde stellen. Het betreft de uitgangspunten die hij hanteert bij het zoeken van eenheid, de middelen die hij daarbij gebruikt en zijn omgang met de confessie in dat verband. De intentie is een dringende aansporing tot verdergaande bezinning.
Uitgangspunten
Gevleugeld is het woord dat Calvijn schreef aan de anglicaanse bisschop van Canterbury, Thomas Cramner, dat hij, als men hem voor de eenheid van kerken nodig had, wel tien zeeën wilde oversteken. Het lijdt dan ook geen twijfel dat de Straatsburgse/Geneefse reformatie het meest oecumenisch ingesteld is geweest. Toch is het oecumenisch streven van Calvijn allerminst ten koste van veel, zo niet alles gegaan. Integendeel, zijn uitgangspunten zijn juist geworteld in een diepgaande exegetische kennis van de Schriften. Deze kennis is er mede de oorzaak van dat Calvijn versluierend taalgebruik verafschuwt. Perspicuitas, helderheid van taal, is een eerste vereiste. In dit verband waarschuwt Calvijn de 17 jaar oudere Bucer voor de gevaren die kleven aan de voorzichtige formuleringen waarmee deze het confessioneel gesprek voert. Ze verhullen meer dan ze onthullen en gaan daarmee de waarheidsvraag uit de weg. Calvijns kritiek betreft de Wittenberger Konkordie (1536).
Tekenend voor Calvijn is dat hij steeds personen van zaken weet te scheiden. Hij steekt zijn bewondering voor Bucers streven naar eenheid met Luther niet onder stoelen of banken. Verbonden met deze loftuiting stelt hij echter dat deze eenheid niet mag worden bereikt door formuleringen die het wezenlijke in het midden laten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 augustus 2008
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 augustus 2008
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's