De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GLOBAAL BEKEKEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GLOBAAL BEKEKEN

4 minuten leestijd

In 1943 verscheen bij uitgever W. ten Have in Amsterdam een boek van N.G.J. Schouwenburg, onder de titel Nagelaten sporen. Veertig jaar hervormd kerkelijk leven in de hoofdstad. Daarin komen dertien hervormde predikanten voor het voetlicht die de gemeente van Amsterdam in de eerste helft van de 20e eeuw hebben gediend. Twee fragmenten:

• Over ds. A. Voorhoeve (1850-1922), ‘op en top evangelisatieman’, die zijn werk begon in Nederhemert maar daar niet paste.
Vlak vóór zijn 23ste jaar, op 8 November 1873, doet Ds. A. Voorhoeve intrede in zijn eerste gemeente, in Nederhemert. De eerste gemeente is, zegt men dikwijls, de leerschool voor elken jonge dominee. Zij is het voor Voorhoeven in zooverre geweest, dat hij begrepen heeft, dáár niet op zijn plaats te zijn. De menschen waren bevindelijk en zwaar. Zij misten in elk opzicht de blijmoedigheid van den christen; het wettissche christendom miste den grondslag van het Evangelie, en dus kon de vraag gesteld worden; wás dit wel christendom? Men hing aan uiterlijkheden. Van zulke menschen heeft een Utrechtsche boer ons eens gezegd: het zit dertig centimeter te hoog. Hij bedoelde: het is alleen maar een kwestie van het hoofd en niet van het hart. Zoo was het ook toen in Nederhemert. De jonge dominee had bijvoorbeeld een toga, die niet deugde! Want van dien fluweelen streep over dat ambtscostuum heette het: ‘Je kon wel zien, dat de hoogmoed zijn hart uitpuilt’. En het oordeel over het eerste gebed bij een zieke, luidde: ‘Arrejakkes, wat een gebed; dat zullen we maar overdoen’.
Zie, dat alles is allerminst gemakkelijk en bemoedigend voor een jong predikant, die met heel de liefde van zijn hart het wondere ambt heeft aanvaard en brandt van verlangen om menschen tot Jezus te leiden.
Aan het Avondmaal kwam vrijwel niemand, omdat men dat voor elkaar niet durfde en van elkaar niet mocht. En zonder sacrament kan toch de gemeente van Christus geen gemeente zijn!
In dien Betuwschen tijd kreeg Ds. Voorhoeve een kans, ongezocht, om de harten te veroveren. De Maas stond schikbarend hoog en de dijk op doorbreken. Drie dagen en drie nachten heeft toen de Nederhemertsche pastor medegewerkt aan den dijk. Dat heeft hem vrienden bezorgd, maar de kritiek op zijn theologie bleef. Daarvan zei men alleen: ‘Een trapje om naar den hemel te komen.

• Over dr. J.Th. de Visser (1857-1932), die ook 12 jaar kamerlid was en in 1918 minister van onderwijs werd en voor het christelijk onderwijs van grote betekenis is geweest, een fragment over zijn Rotterdamse jaren:

Rotterdam heeft van Dr. De Visser den vollen mensch geëischt, en hij heeft dien gegeven. Wijkwerk, huisbezoek, vergaderingen, cathechisaties. Van deze laatste zóóveel, dat het tegenwoordig ondenkbaar is, dat een predikant zooiets volhoudt niet alleen, maar dat het in het algemeen mogelijk is: 32 uren catechisatie met in totaal 1500 leerlingen! Wat is er als wij zulk een cijfer eens tot ons laten doordringen, dán in den loop van een halve eeuw veranderd en ... .... verminderd. Rotterdam heeft nóg vele cathechisanten (1943!, v.d.G.), meer dan Amsterdam. Nu wordt ons iets duidelijk, alleen reeds door het getal. Met zooveel cathechisanten namelijk moet een kerkelijke gemeente van een halve eeuw later nog haar voordeel kunnen doen’.
Men vraagt zich af, hoe bij zulk en bezetten tijd, nog gelegenheid gevonden werd om ten minste één, dikwijls echter twee preeken te maken voor de eigen gemeente. Toch was dit een arbeid, dien Dr. De Visser nimmer verwaarloosde. Wie hem heeft gehoord, weet hoe verzorgd zijn preeken waren en dat hij ze óók nog uit zijn hoofd kende! Het staat dus wel vast, dat hij enorm veel werk kon verzetten en van vele dingen het levend middelpunt kon zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 augustus 2008

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

GLOBAAL BEKEKEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 augustus 2008

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's