Helder en vriendschappelijk
Calvijn en de eenheid van de kerk [2]
Het is dringend nodig om tot meer eenheid in de verdeelde gereformeerde gezindte te komen. Calvijn heeft over die eenheid mooie dingen gezegd.
Niet alleen de nood van binnenuit doet een klemmend appèl op de verdeelde gereformeerde gezindte om te zoeken naar eenheid. Ook de aanvallen van buitenaf op de Bijbel en een door de Bijbel genormeerde manier van leven dringen ertoe. Je vraagt je af wat er nog meer moet gebeuren vóór we als gereformeerde gezindte de handen ineen slaan. Is het slechts denkbeeldig om te stellen: moet het eerst tot verbod van kerkdiensten en misschien zelfs tot vervolging komen voor we begrijpen hoezeer we elkaar nodig hebben?
Als het om de eenheid van de kerk gaat, kunnen we goed bij Calvijn in de leer. Transparantie was een belangrijk uitgangspunt bij zijn zoeken naar eenheid. Er volgen een paar voorbeelden, waarna bezien wordt hoe Calvijn omging met de middelen en de confessie.
Helderheid
Naar aanleiding van het eerste godsdienstgesprek te Regensburg in 1541 uit Calvijn in een brief aan Farel zijn misnoegen over het streven van Melanchthon en Bucer om de tegenstanders tevreden te stellen. Hij schrijft: 'Philippus en Bucer stelden (…) dubbelzinnige (…) stellingen op in een poging de tegenstanders tevreden te stellen, zonder iets toe te geven. (…) Zij hopen namelijk dat, als eenmaal de deur openstaat voor heel de zuivere leer, de bijzonderheden in het kort wel aan de dag zullen komen. Op die manier (…) schrikken zij zelfs niet terug voor zo’n dubbelzinnigheid. Toch is er niets gevaarlijker dan dat.' Twee jaar eerder had hij bij Farel ook al zijn beklag gedaan over het feit dat Bucer bij zijn eenheidspogingen tevreden bleek als er op hoofdlijnen eenheid werd gevonden, terwijl hij ten aanzien van belangrijke details nonchalant en gemakkelijk tot concessies bereid was.
Calvijns misnoegen geldt het optreden van Farel, niet de man zelf. Hij weet personen en zaken te scheiden.
Als voorbeeld daarvan moge ook dienen wat Calvijn schrijft in reactie op Bullingers eruptie in 1546, Luthers sterfjaar. Naar aanleiding daarvan schrijft Bullinger dat het maar beter was geweest als God ook Bucer tot zich had geroepen.
De reden van Bullingers verzuchting is dat, naar zijn mening, in die dagen geen mens meer hoop aan het pausdom verschaft en over het avondmaal op een duisterder wijze spreekt dan Bucer. Calvijn neemt dat echter niet van Bullinger over, maar blijft Bucer eren als een van de voornaamste dienaren van Christus 'in onze tijd'.
Augsburgse Confessie
Op de onvoldoende doorzichtigheid of halfslachtigheid van de formuleringen richt zich ook Calvijns kritiek ten aanzien van de Augsburgse Confessie. In dit verband heeft hij van deze confessie gezegd dat ze vlees noch vis is. Tegelijkertijd heeft Calvijn zich van felle inhoudelijke kritiek op de Augustana onthouden. Helderheid in taal en schrijfwijze is voor Calvijn een goddelijke opdracht. God gaf ons de taal, aldus Calvijn, om daarmee met elkaar te kunnen communiceren. In zijn beleving is het dan ook een omkeren van de orde, die God ons ten aanzien van de taal heeft gesteld, en zondigen tegen het goddelijk gebod inzake de onderlinge communicatie als men zich slechts van de taal bedient om ermee in de lucht te slaan, zoals Calvijn zegt.
Calvijn weet wel zeker dat men nooit tot echte eenheid zal komen als men de punten, waarover geen eenstemmigheid bestaat, verzwijgt. Omdat Calvijn zich bewust is van zijn bemiddelende positie tussen de verschillende partijen, wil hij wars zijn van vage en verhullende formuleringen en verwacht hij dat heldere uiteenzettingen zullen bijdragen aan confessionele eenheid onder de belijders van de reformatie. ’t Is Calvijn dan ook niet in de eerste plaats begonnen om esthetisch taalgebruik – een zaak die aanhangers van de Renaissance in hun terugkeer naar de klassieke bronnen doorgaans na aan het hart lag. Voor Calvijn is de taal allereerst een instrument, dat geheel en al dienstbaar is aan de Boodschap en verder dient om zijn opdracht als reformator te vervullen. Zelf streeft hij slechts naar eenvoud van taal en uitdrukking. Wie dit begrijpt, gaat de soms wat zakelijke schrijfstijl van Calvijn met andere ogen zien.
Middelen
Van de middelen, waarvan Calvijn zich bedient, springt vooral zijn vriendschappelijkheid in het oog. Hij probeert zoveel mogelijk vriendschappen te sluiten of hij draagt zijn commentaren op aan personen, van wie hij verwacht dat ze voor de eenheid van de kerk der reformatie iets kunnen betekenen (wat overigens niet door ieder van hen is aanvaard). Als mensen, die voor de reformatorische leer werden ingewonnen, na hun verblijf in Genève naar hun vaderland terugkeren, probeert Calvijn hen vast te houden door met hen te corresponderen. Op alle mogelijke manieren probeert Calvijn via ‘gewone’ vriendschappelijke contacten de zaak en de eenheid van de reformatie te dienen.
Niet ten koste van alles
Het is niet moeilijk om vriendelijk te zijn voor iemand met wie men op wezenlijke punten eensgeestes is. Anders wordt het als men tegen iemands gedachten overwegende bezwaren heeft. Calvijn kan dan toch nog op vriendschappelijk voet met iemand blijven omgaan. Dat geldt zijn relatie met de Poolse edelman en theoloog Johannes à Lasco. Tegen diens opvattingen over de uitverkiezing heeft Calvijn ernstige bezwaren en tegen zijn tactiek bij zijn pogingen om de Poolse aanhangers van de reformatie op een lijn te krijgen, heeft hij ook zijn bedenkingen. Toch is de relatie tussen beide mannen altijd zeer vriendschappelijk gebleven.
Deze vriendschappelijke omgang is er opnieuw een bewijs van hoe Calvijn zaken en personen van elkaar weet te (onder)scheiden. Toch voert hij zijn vriendelijkheid niet zo ver dat zij ten koste gaat van de waarheid. Duidelijk is voor Calvijn de relatie tussen eenheid en waarheid, zoals hij die ook ziet tussen verdeeldheid en ketterij. In zijn pogen de kerkelijke eenheid met alle denkbare middelen te bevorderen, staat de waarheidsvraag centraal. Voor Calvijn is het zo dat de waarheid eenheid schept en dat omgekeerd op ketterij verdeeldheid volgt.
Lismanino
Dat Calvijn geen vriendschappen onderhoudt die de eenheid van de kerk en haar leer schade toebrengen, blijkt uit zijn reactie op een brief van de Pool Lismanino, die een poging doet om Calvijn te verzoenen met Blandrata. Laatstgenoemde moest om zijn verzet tegen de leer van drie-eenheid voor de inquisitie vluchten. Hij kwam in Zevenburgen terecht en werd er lijfarts van koning Johan Sigismund, die hij won voor zijn denkbeelden. Blandrata kreeg daardoor veel aanhang, onder andere in Polen.
In genoemde brief doet Lismanino een poging Calvijn met Blandrata te verzoenen met een beroep op de persoonlijke vriendschap tussen Calvijn en Lismanino. Calvijn stelt hem dan de vraag hoe hij ooit kan denken dat hij, omwille van hun vriendschap, de zaak waarom het gaat, zal verraden. Wel wilde hij, aldus Calvijn, dat hun vriendschap altijd bleef bestaan, maar de prijs was hem in dit geval te hoog. Hij raadt Lismanino aan andere vrienden te zoeken, die hij kan voorschrijven om het gebod van de waarheid en de eenheid van de kerk te schenden. Ten overvloede voegt Calvijn er nog aan toe dat, wat hem betreft, hun vriendschap altijd blijft bestaan, maar dat Lismanino hem niet mag verhinderen om overeenkomstig zijn plicht te handelen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 augustus 2008
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 augustus 2008
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's