De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Over de Vader gesproken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Over de Vader gesproken

Evangelicalisering van de gemeenten [6]

8 minuten leestijd

'Abba, Vader, U alleen, U behoor ik toe. U alleen doorgrondt mijn hart, U behoort het toe.' Met deze regels begint een prachtig lied uit de Evangelische liedbundel. Evangelische christenen zingen het maar wat graag, evenals onze jongeren. Prachtig en diep: dat vertrouwen op God de Vader.

Waarom raakt dit lied harten van jongeren en van ouderen? Misschien omdat het gedachten oproept aan bekende en geliefde woorden uit Psalm 139? Het kennen en doorgronden van ons bestaan wordt verbonden met het uitzingen van vertrouwen op de hemelse Vader. In het Oude Testament zingen we niet op deze manier, zo direct, zo rechtstreeks van en tot God de Vader. In dit lied is de notie van Psalm 139 echter verbonden met die van Romeinen 8: ‘Abba, Vader’. Zou dat het zijn waarom dit lied zoveel harten raakt? Omdat we rechtstreeks, in bekende, verstaanbare woorden, ootmoedig, in geloofsvertrouwen, zingen van en tot de Vader?
Daarmee komen we bij het thema van dit artikel. Hoe spreken wij als reformatorische christenen over God als Vader? En doen evangelische christenen dat anders dan wij? Is er sprake van beïnvloeding? Hebben wij in de geloofsbevinding binnen de gereformeerde stroming voldoende oog voor de omgang met de hemelse Vader? Hoe spreekt onze belijdenis daar over? Krijgt het voldoende gestalte in ons geloofsleven?

Heidelberger
Twee passages uit de Heidelberger wil ik noemen. We zullen zien dat onze belijdenis in ieder geval op een bloedwarme toon over de hemelse Vader spreekt. Impliciet komt ook de omgang Vader-kind ter sprake. In het eerste antwoord uit ons geloofsboekje lees ik ‘… dat zonder de wil van mijn hemelse Vader geen haar van mijn hoofd vallen kan’. Een door en door bijbels getuigenis is dat. Hier is een kind aan het woord, een kind van God, dat van zijn Vader getuigt, zijn geloof verwoordt en dat spreekt over ‘de wil van mijn hemelse Vader’. De zorg en de trouw van de Vader gaan zelfs over de haren van mijn hoofd. Hier klinkt een toon van vertrouwen, overgave, geborgenheid en een besef van veiligheid.
Diezelfde toon komen we tegen in Zondag 9. Daar gaat het over ‘de eeuwige Vader van onze Heere Jezus Christus, Die … omwille van Zijn Zoon Jezus Christus mijn God en mijn Vader is’. Deze zondag getuigt opnieuw, direct en zonder omwegen van de Vader-kind-relatie, van de zorg en de trouw van deze Vader.

Onderbelicht
Het is de vraag of wij uit deze hoogte en diepte in ons geloofsleven voldoende leven. Soms, uit schroom, uit onzekerheid, uit angst te gemakkelijk te spreken over en tot de hemelse Vader, bleven deze noties onderbelicht. Dat ligt niet aan ons gereformeerd belijden, en al zeker niet aan de Schrift, maar wel aan onze omgang daarmee.
Het Vaderschap wordt in de uitleg van de catechismus op een geweldige manier ter sprake gebracht. Het wordt gevuld en bepaald door God Zelf. Onze belijdenis tilt ons boven onze ervaringen uit. Ons belijden begint niet bij onze ervaringen met aardse vaders, om die vervolgens op God te projecteren. Juist andersom: God geeft vulling aan Zijn Vaderschap vanuit Zijn macht en trouw. God Zelf als Vader. Zo is Hij.

Hoe groot bent U …
Er is nog een gedachte in de Heidelberger die onze aandacht vraagt. ‘Heilige Vader’, zo heeft Jezus met Zijn Vader gesproken in het gebed. Dat we over ‘de hemelse Majesteit van God niet op aardse wijze denken’, legt ons belijden in Zondag 40 uit. Hier gaat hier over de verhevenheid van God, de majesteit van God. Hoe ontroerend zijn die woorden van Jezus: Heilige Vader. Daar spreekt eerbied uit, ontzag.
De hemelse Vader is de gans Andere. Dat heeft ons gereformeerd belijden op een juiste manier vast-

Schriftgedeelten
Johannes 17; Romeinen 8:18-30; Efeze 1:1-14;

Voor verder studie
Bij de diverse zondagen uit de Heidelberger helpt een catechismusverklaring goed verder. Kennen en vertrouwen (uitg. Boekencentrum) is een goed voorbeeld daarvan.
Inspirerend vind ik het artikel Hoogst persoonlijk. Over God de Vader van de hand van dr. G. van den Brink in Gegrond geloof. Wie zich verder wil verdiepen in de verhouding tussen gereformeerde en evangelische christenen, kan ook het boekje lezen van dr. H.J.C.C.J. Wilschut: Aan de belofte genoeg?!

gehouden. Dat glipt ons in deze tijd waarin alles devalueert, zomaar tussen de vingers door: deze tonen van aanbidding, van ontzag. We nemen Gods heilige Naam niet zomaar, ‘ijdel’, zinloos, gedachteloos op de lippen. God is veel groter, zoveel anders dan wij. Dat zeggen we eerst tegen onszelf, vervolgens ook tegen evangelische christenen. Deze notie kan zo gemakkelijk verdwijnen. Het kan te maken met onze theologie, het heeft evengoed te maken met de egaliserende lucht die we inademen.

Almacht
Als het over de grootheid van God gaat, komt ook Zijn almacht ter sprake. Ik geloof in God de Vader, de Almachtige, Schepper van hemel en aarde. Deze breedte van belijden, waarbij heel de schepping meedoet en in het vizier komt, is een trek van het gereformeerd belijden. In Romeinen 8, waar Paulus spreekt over ‘Abba, Vader’, spreekt Hij ook over het zuchten van de schepping. Hier gaat de breedte en de diepte van het belijden samen. Het gaat niet alleen om ons zielenheil. Het gaat om al Gods werken, om heel Gods schepping. Hier biedt de gereformeerde theologie een heilige en heilzame correctie op verenging en versimpeling die we soms tegenkomen.

Ontstaan van de relatie
De liefde van de Vader treft niet aan wat beminnenswaardig is, maar schept dat. We zijn geen kinderen van nature. Wat er niet is, dat schept de hemelse Vader. Dat is zo bijzonder aan de Vader. Dat is Zijn verkiezing, Zijn raad. Die elementen werpen geen schaduw over de verhouding Vader-kind. Juist het geheim van het ontstaan van die relatie wordt ons op deze manier uitgelegd. God schept in Zijn verkiezende liefde wat er niet was bij mij, namelijk geloof, een nieuw leven, Hij maakt me tot Zijn kind, een nieuwe identiteit in Christus, door de Geest van God. Waarom doet de hemelse Vader dat? Dat is nu precies het heilgeheim van Zijn liefde.
Juist hier stuiten we op een ingrijpend punt van gesprek met nogal wat evangelische christenen: Gods vrijmacht, Zijn verkiezing. Dat de hemelse Vader – geprezen en geloofd zij Zijn Naam – al van eeuwigheid af Zijn gemeente heeft verkoren in Christus. Dat is geen donker noodlot. Het heerlijke daarvan is dat de Vader begint waar er geen beginnen meer aan is. Toen al, eer iets van mij begon te leven. Niet dat wij Hem hebben uitgekozen, maar dat Hij ons heeft uitgekozen. Zo brengt de verkiezing door de Vader ons tot verootmoediging én tot aanbidding. Dit hart van de kerk is onopgeefbaar. Het geeft de grondstructuur aan van de omgang tussen God en mens. Zo klinkt het ‘Abba, Vader, U alleen’, heel diep, heel verwonderd.
'Uw vrije gunst alleen, wordt de eer toegebracht.'

Omgang met God in het gebed
‘Abba, Vader, U alleen …’, zo zingen we en zo spreken we tot God.
Zo komt ook ons gebedsleven in zicht. We bidden in de binnenkamer onze persoonlijke gebeden. We bidden samen met anderen onze gemeenschappelijke gebeden. Dé plaats bij uitstek daarvoor is de eredienst. Daar is de gemeente samen voor een dienst van Woord en van gebed. We bidden als gemeente. We komen samen voor God als Zijn gemeente, volk naar Zijn Naam genoemd. Jongeren en ouderen bidden, vouwen samen de handen, buigen hun hoofden voor God. ‘Zie, de gemeente bidt …’.
Dat bidden kan nooit vervangen worden door een gebedskring. Samen bidden is waardevol, voluit bijbels. We doen dat in de eerste plaats in de samenkomst waar de hele gemeente samenkomt. Het is goed om dat blijvend te beseffen. Om op deze manier samen eerbiedig voor God te komen. Vanuit de eredienst als centrum zijn er andere mogelijkheden om samen te bidden in het verlengde van de gebeden die daar een plaats hebben.
We komen niet met een ‘dwangbevel’ voor Zijn troon. Prachtig en diep zijn in Genesis 18 de woorden van Abraham: ‘Zie toch, ik heb mij onderwonden (ik heb het aangedurfd, HSV) te spreken tot de HEERE, hoewel ik stof en as ben.’ In zijn gebed blijft Abraham aanhouden, keer op keer. Maar nergens wordt de toon ‘drammerig’. Het is en blijft een gebed vol ootmoed. Zo leerde onze Heere ons ook bidden. In de hof van Gethsémané bad Hij in diepe ootmoed tot Zijn Vader: ‘Indien het mogelijk is, laat deze beker aan Mij voorbijgaan, maar niet Mijn wil, maar de Uwe geschiede.’
Bidden is geen bevelen naar de Heere uitzenden, Hij hoeft niet te doen wat ik wil. Bidden is onze armoede, onze lege handen, onze zondaarshanden naar God uitstrekken. Met een woord van Calvijn: ‘ Alle gerechtigheid van de mensen valt weg, zodra zij voor de rechterstoel van God verschijnen.’ De bedelstand is juist de adelstand van het gebed. Een leven lang heb ik nodig om dat te leren.

Over twee weken gaat ds. H.J. Lam in de serie ‘Evangelicalisering van de gemeenten’ in op de vraag wat ons gereformeerd-zijn betekent voor het spreken over God de Zoon.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 augustus 2008

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Over de Vader gesproken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 augustus 2008

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's