De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Bij U is vergeving

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Bij U is vergeving

Bach en het kerkelijk jaar

4 minuten leestijd

Over Jezus en Zacheüs ging de bijbelstudie in het kader van het missionaire werk. Met een hedendaagse onpopulaire figuur werd de oppertollenaar uit Jericho vergeleken. Het huis van hem, wie slechts misprijzende blikken ten deel vallen, gaat Jezus binnen. Waarom? Omdat Jezus de achtergronden en omstandigheden van Zacheüs kende en begreep waarom deze man tot deze kwalijke staat was vervallen. Een geruststellende gedachte, temeer daar we in Jezus, God Zelf ontmoeten. Hij kent en begrijpt ons, zo werd gezegd, maar aan de rechtvaardiging van de goddeloze werd geen woord gewijd. Met zonde moet je immers bij de moderne mens niet aankomen.

Cantate 131
Het deed me aan Cantate 131 denken. Bach heeft deze in Mühlhausen op 22-jarige leeftijd gecomponeerd. Als organist was hij in die stad aan de Blasiuskerk verbonden. De naam van ds. Eilmar, predikant van de naburige Mariakerk, staat evenwel boven dit werk. Vermoed wordt dat de predikant van de Blasiuskerk, ds. Jacob Frohne een piëtist was, die in tegenstelling tot de orthodoxe Eilmar, niet zo enthousiast was over muziek van hoge kwaliteit. Deze zou te verheven zijn en te ver afstaan van het gewone kerkvolk. Het doet denken aan de discussies over het nieuwe Liedboek, dat wordt samengesteld.
Mogelijk is Cantate 131 geschreven voor de 11e zondag na Trinitatis, waarop de gelijkenis van de farizeeër en de tollenaar uit Lukas 18:9-14 gelezen werd, wellicht voor een boetedag in verband met een felle brand die kort voor Bachs aantreden woedde. De cantate, naar aanleiding van Psalm 130, één van de boetepsalmen, in Luthers vertaling, heeft de eenvoud van een geestelijk concert. Geen recitatieven en aria’s als in de latere cantaten. Evenals bij de zeventiende-eeuwse motetten gaan de delen in elkaar over. Behalve de psalm klinken twee coupletten van het lied 'Herr Jesu Christ, du höchstes Gut' (Heere Jezus, u het hoogste Goed) van Bartholomeüs Ringwaldt.

Schuld
Niet om de diepten van de teleurstelling of tegenslagen gaat het in Psalm 130, maar om de diepten van de schuld. Klagend klinkt het voorspel, waarna het 'aus der Tiefen' (uit de diepten) met een octaafsprong, de grootst mogelijke sprong, daalt.
Vanaf maat 57 klinkt in snel dringend tempo met stijgende tonen 'Herr, erhöre meine Stimme' (Heere, hoor mijn stem), op fugatische wijze. De roepende tot God doet rusteloze pogingen om de aandacht van de Allerhoogste te krijgen. Tien inzetten klinken in dit gedeelte. Dit doet denken aan de tien geboden, die met name in de Lutherse theologie, tot zondenkennis brengen.
In een aansluitend arioso, klaagt de bas over de vrees voor Gods gericht. Hier doorheen zingt de sopraan couplet 1 van het lied van Ringwaldt: een roep om erbarmen om Hem, die de zonden heeft geboet aan het kruis. Op grond daarvan is er vergeving. Hierna zingen alle vier stemmen afwisselend gezamenlijk en afzonderlijk: 'Ich harre auf den Herrn' (ik wacht op God), zeven inzetten, drie en vier, het getal van de beden van het Onze Vader. De eerste drie zijn homofoon, de beden om Gods Naam, Rijk en Wil. De volgende vier zijn fugatisch, de beden gericht op onze noden.

Vergeving
Met drie adagiomaten wordt aan het slot het 'Ich hoffe auf dein Wort' (ik hoop op Uw Woord) onderstreept. De tenor geeft vervolgens stem aan het wachten op God, als een wachter op de morgen. De alt zingt daar doorheen het vijfde vers van Ringwaldts lied, over Manasse en David die oerbeelden zijn van mensen die hun zonden beleden.
Het slotkoor zet in met de oproep aan Israël om op de Heere te hopen. Driemaal achtereen klinkt de naam 'Israël', als een roep tot de drie-enige God. Dit slotkoor is bijna een dubbelfuga, bestaande uit twee thema’s. Cantate 131 is een schitterend getoonzette en zeer sprekende cantate over Psalm 130, bij het gedeelte over de farizeeër en de tollenaar.
De laatste zegt niet: 'Ik dank U, Heere, dat U begrip hebt voor mijn achtergrond alsmede de omgevingsfactoren, waardoor ik zo geworden ben'. Hij zegt: 'Wees mij de zondaar genadig'. Hij ging gerechtvaardigd naar huis.
Waarom angstvallig de zonde verzwijgen? Omdat dit de moderne mens niet aanspreekt? Mogelijk zit daar de vrees op je zonden afgerekend te worden achter. Die vrees is ongegrond, want bij de Heere is vergeving, van een heel eigen, uitzonderlijke soort.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 augustus 2008

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Bij U is vergeving

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 augustus 2008

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's