Semi-protestant
In gesprek met Op Goed Gerucht
Hoe zit dat nu met onze broeders en zusters van Op Goed Gerucht (OGG)? Wat geloven ze eigenlijk? Ze zeggen protestant te zijn en daar zijn ze – terecht – trots op. Ze hebben iets speciaals met de Bijbel, ze houden van dat boek; daarin vinden ze mij volop aan hun kant. Ze oriënteren zich op Jezus; ook daarin ga ik voor honderd procent mee. Toch weet ik niet goed raad met hun brochure Uitgesproken protestant.
Hóe zijn ze protestants? Voor hen houdt dat in: staan voor een kerk die zich verbonden weet met de moderne cultuur en daarmee kritisch in gesprek is. Niet omdat de cultuur in principe slecht is of omdat de kerk het allemaal zo goed weet en haar Woord aan de wereld moet opleggen; maar omdat ze zichzelf solidair met haar weet.
Relativeren
Protestant is ook dat je staat voor een kerk die zichzelf weet te relativeren en daarom allerhande contacten heeft in de samenleving. En voor een kritische theologie, die recht doet aan de inzichten van de moderne theologie en in gesprek is met andere wetenschappen. Ten slotte pleit men voor een beweeglijk christendom, dat zoekt naar nieuwe geloofswegen en graag op kerkelijke posten nieuwe mensen ziet van welke kleur, sekse en geaardheid ook.
Tegelijkertijd tekenen de OGG’ers protest aan tegen een manier van kerk-zijn die groei tot hoogste doel verheft. Alsof werken aan innerlijke vernieuwing van een gemeente niet goed is. Ook protesteert men tegen een terugkeer van de kerk naar vroegere theologieën en geloofsbelevingen, wat slechts fundamentalisme oplevert. Waar men beslist tegen is, is dat de kerk slechts één waarheid mag verkondigen en dat het evangelisch verantwoord is mensen uit ambten of andere functies te weren.
Modern
Ziehier in het kort de ‘geloofsbelijdenis’ van OGG. Deze wordt in de navolgende hoofdstukken kernachtig uitgewerkt. Daar kunnen wij, bijna altijd uitvoerige bonders, het nodige van leren. Eerst wordt onderstreept dat OGG-predikanten modern zijn. Niet omdat zij ervoor gekozen hebben, maar simpelweg omdat zij het met huid en haar zíjn. Zij verwonderen zich dagelijks over de actualiteit en kijken stiekem met een half oog naar ‘De Gouden Kooi’. In die leefwereld kan je iets van God kan overkomen.
Tegelijkertijd accepteren de collega's van OGG dat de vergrijzing haar sporen trekt en mede daardoor het kerkbezoek terugloopt. Toch willen ze daarover niet steeds klagen. Dat is onaardig tegenover de oudere mensen die er nog wél zijn en een bemoedigend woord nodig hebben.
Zoektocht
Waarom kiest men voor een moderne, kritische theologie? Omdat de oude theologie met God als almachtige Vader, met Jezus als Redder, met de Bijbel als Gods onfeilbaar Woord heeft afgedaan: zij laat veel moderne gelovigen met hun vragen en twijfels in de kou staan in een wereld vol bijgeloof en ongeloof.
Het geloof moet vandaag ánders ter sprake komen: minder als waarheid, meer als zoektocht, waarin verwerkt wordt wat wetenschap et cetera hebben opgeleverd. Dat betekent dat het niet goed meer mogelijk is om te komen tot één waarheid, die altijd en overal geldt. Daarom moet pluraliteit de kerk kenmerken, zeker de Protestantse Kerk. Meer nog: er is de ontmoeting nodig met frisse theologen, met jongeren, met humanisten, met denkers die kunnen aangeven waar onze manco's liggen; kortom, met mensen die zoeken naar bezieling. Dat alles kan ons nieuwe taal geven om God te ontmoeten. De kerk is ‘makelaar’ in zulke ontmoetingen.
Dat zal leiden tot verwondering, ook over het alledaagse. Zulke verwondering is niet gebonden aan kerkmuren en tradities, of slechts weggelegd voor een christen die trouw naar de kerk gaat en zijn catechismus spelt; maar wordt ook opgedaan door iemand die op zondagmorgen joggend de natuur induikt.
Hendrikse
In de brochure neemt OGG het op voor ds. K. Hendrikse, die vorig jaar zijn spraakmakende Geloven in een God die niet bestaat deed verschijnen. Men erkent dat het boek ongenuanceerd en provocerend is en dat het een vraag is wat er bij de auteur overblijft aan geloof.
Maar wanneer deze predikant niet mag zeggen, in de kerk, wat hij op zijn hart heeft, tekent men protest aan. Want hij draagt aan wat mensen bezighoudt. Dat moet kunnen. De kerk leeft immers van open gesprek en kritisch debat. Daarom, kerk, ‘maak er geen kerkelijke procedure en juridische kwestie van’. Stemmen als van Hendrikse helpen ons namelijk af van een verouderd wereldbeeld met een God boven in de hemel en de mensen hier op aarde. Daarom is het goed dat er van tijd tot tijd een beeldenstorm woedt in onze Godsvoorstellingen. Dan kan de kerk een plaats van ontmoeting zijn, waar ruimte is voor ieders eigen zoekontwerp van God.
Ellendekennis
'k Schreef niet goed raad te weten met de manier waarop de broeders en zusters van OGG protestant zijn. Dat komt vermoedelijk, omdat ze het niet voluit zijn. Anders gezegd, in catechismustaal: ze blijven steken in het stuk der ellende; aan de verlossing en de dankbaarheid komen ze minder toe. Helaas. Ze zien vooral wat er fout zit, aan evangelicale zijde, aan orthodoxe zijde, en ook – want zo reëel zijn ze – aan eigen kant. Weten deze collega's dat hun ellendekennis grotendeels de mijne is? Wanneer zij spreken over ongeloof, woede en twijfel, waarbij je af en toe wat geloof op het ongeloof weet te veroveren, dan herken ik dat met al mijn steile orthodoxie helemaal. En hun moderne levenservaring zit ook volop tussen mijn oren en in mijn hart, al heb ik een puriteinse inslag. En dat we het nodig hebben dat de Bijbel kritisch licht werpt op onze natuur die duizend excuses heeft om God ongehoorzaam te zijn en de naaste niet duldt, – dat is een uiterst ontdekkend woord, dat ik van OGG niet direct had verwacht, maar waarmee ik van harte instem.
Sterker
Misschien wordt een rechtzinnig gelovige nog sterker door twijfel besprongen dan een OGG-gelovige. Want het is voor hem alles of niets: óf de drie-enige God is de enige God, de Bijbel is waar van kaft tot kaft, en wie het christelijk geloof niet ongeschonden vasthoudt, kan niet zalig worden; óf heel deze orthodoxe overtuiging is de uiterste vorm van intolerantie en de orthodoxe gelovige vergist zich met zijn absolute inzichten voor tijd en eeuwigheid.
De aanvechting kan ook een andere gestalte aannemen. Je weet, dankzij de kritiek die de Bijbel op ons leven oefent, dat je tegenover God geen been hebt om op te staan en er slechts een schreeuw om genade overblijft. Maar door je oppervlakkigheid ga je al gauw over tot de orde van de dag, alsof er geen God is met Wie je in het reine moet komen. Hoe zal het derhalve in het gericht met mij aflopen? Wat een misère!
Verlost
Hoe worden wij van al deze misère verlost? Is dat niet de vraag die overblijft, wat voor soort (on)gelovige je ook bent? Vanuit mijn Bijbel vang ik dan de naam van Christus op.
En de stém van Christus, Die mij toevoegt: ‘Wie zegt ú nu dat Ik ben?’ Broeders en zusters van OGG, wat voor antwoord geeft ú? Een antwoord toch waarin hoe dan ook iets doorklinkt van wat de kerk der eeuwen beleden heeft aangaande Christus. Mij ontroert altijd een zinsnede uit de Nederlandse Geloofsbelijdenis (art. 26): ‘Er is niemand, noch in de hemel, noch op de aarde, die ons meer liefheeft dan Jezus Christus.’ Die liefde bleek uit Zijn offerdood, die ons redt. Als dit niet vertolkt wordt, hetzij in klassieke, hetzij in nieuwe taal, is er iets grondig mis met die taal en onze theologie en misschien wel met ons hárt.
Heenkruipen
OGG stelt voor vier landelijke denktanks te vormen om bezig te zijn met de thema's secularisatie, godsbeelden, islam en spiritualiteit. Akkoord. Maar laten we voor we eraan beginnen, nog eens door de Reformatie heenkruipen. Allereerst door Luther. Telkens doet hij mij beseffen dat de Verlichting, waarachter OGG niet meer terug wil, niet meer is geweest dan een oprisping in de geestesgeschiedenis. Zeker, God wil dat wij verstandig theologiseren. Maar wijzen we het verstand niet zijn plaats, dan ontpopt het zich als Hure Vernunft (hoerverstand, aldus Luther). En heeft de openbaring het nakijken. Het komt mij voor dat OGG meer onder invloed is van Luthers tegenpool Erasmus. Ik weet: de aard van ons volk en sommige stromingen in de kerk zijn zonder deze figuur niet te begrijpen. Maar moeten we van hem leren hoe we ‘uitgesproken protestant’ kunnen zijn? Vandaar mijn pleidooi voor een leerhuis bij Luther, en aansluitend bij Calvijn. Hij kan ervoor zorgen dat wij een kerk zijn – ’k gebruik woorden uit de brochure – ‘met bijbelse nuchterheid, doordacht en doorleefd – onverstoorbaar protestant!’
Onderwerpen
Wat de zaak van ds. Hendrikse betreft: daarvoor geef ik het woord aan ds. J. Koopmans (1905-1945), ook ooit predikant in Zeeland. Hij vond dat we de vrijzinnigen niet mogen uitwerpen. Want door de doop zijn ze onze broeders in Christus, al zijn ze het niet wat betreft het geloof in Christus.
Onze taak is níet hen uit te werpen, maar zich te doen ónderwerpen aan het gezag der kerk. Nog minder erkennen wij hun recht in de kerk, omdat ze op kardinale punten afwijken van de belijdenis.
Zo dient Christus’ bruid om te gaan met allen die haar Bruidegom niet eren en liefhebben zoals Hij verdient.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 augustus 2008
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 augustus 2008
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's