De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

BOEKBESPREKINGEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

BOEKBESPREKINGEN

7 minuten leestijd

Dr.ir. J. van der Graaf: Een land van minderheden. Tolerantie: vraagstuk en waagstuk. Uitg. Groen, Heerenveen; 255 blz. € 12,50. Ronald Boyd-MacMillan: Volharden in geloof. Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer; 188 blz.; € 14,90.

Dr. ir. J. van der Graaf:
Een land van minderheden. Tolerantie: vraagstuk en waagstuk.
Uitg. Groen, Heerenveen; 255 blz. € 12,50.

Het hoeft geen betoog dat het onderwerp dat de vroegere secretaris van de Gereformeerde Bond, dr. J. van der Graaf, in zijn jongste publicatie aansnijdt, uiterst actueel is. Vooral sinds de beruchte elfde september is er een stroom van beschouwingen op gang gekomen over tolerantie, waarvan het einde nog lang niet in zicht is. Welk beleid is nodig om radicalisering van moslims tegen te gaan? Hoeveel ruimte geven we aan minderheden in de samenleving, waarbij omgang met de religieuze minderheid van de moslims misschien wel de belangrijkste testcase is?
Voor liberalen, die altijd gezworen hebben bij de scheiding van kerk en staat, is dat een geducht vraagstuk. Maar ook voor christenen, die vanouds theocratische idealen koesterden. Dat zijn met name de gereformeerde christenen. Kunnen zij vanuit hun achtergrond (artikel 36 Nederlandse Geloofsbelijdenis) wel verdraagzaam zijn ten aanzien van andere religies en levensbeschouwingen? Wat betekent hun belijdenis van de ene God van de Bijbel, die over alles en allen gaat voor hun praktische opstelling in de maatschappij en de politiek?
Van der Graaf is altijd door de vragen rond de theocratie geboeid geweest. Verschillende publicaties legden daar in de loop van de jaren getuigenis van af. Minstens al in zijn tijd als student, deelnemend aan de activiteiten van de CSFR, heeft zich deze interesse ontwikkeld. Een theoloog als A.A. van Ruler was in die tijd, de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw, toonaangevend.
Van hem heeft Van der Graaf veel geleerd. In ieder geval ook dit, dat theocratie en tolerantie geen tegenstellingen zijn. De God die christenen belijden, heeft immers ongelooflijk veel geduld met Zijn mensen en Zijn wereld en Hij dwingt mensen nooit Hem te dienen, maar Hij werft hen en wint hen in door de kracht van Zijn liefde. Van Ruler verbond de theocratie ook met het rijk van Christus, dat hij zag als een intermezzo, gestempeld door het kruis. Ten laatste zal de Zoon het koninkrijk overdragen aan de Vader. Dat zal het volmaakte rijk Gods zijn. Maar nu is er nog niet dat volmaakte rijk. Dat moeten we dan ook niet geforceerd willen stichten. Daar komen alleen maar brokken van. Hier en nu draagt het rijk de gestalte van het kruis, dat wil zeggen van Gods lankmoedigheid, van geduld, vergeving en verzoening. In dit rijk worden de dingen niet definitief opgelost, maar verzoend en gedragen.
Christenen werden door Van Ruler vaak vergeleken met de mannen van Sliedrecht, de baggeraars. Ze maken geen nieuwe wereld, maar baggeren in de modder van deze wereld met groot geduld en veel verwachting, dat het zin heeft, omdat deze wereld uiteindelijk in het proces van de geschiedenis bestemd is voor het definitieve Rijk van God.
Van der Graaf pleit hierop voortbordurend voor de term christocratie in plaats van theocratie. Hij doet dat echter dan toch weer een beetje anders dan Van Ruler, omdat hij er dan ook de Bergrede bij betrekt (hoofdstuk 4). Dit hoofdstuk is het meest cruciale in dit boek. Het verdient een uitgebreidere bespreking dan in deze recensie mogelijk is. Ik begrijp heel goed de bedoeling van Van der Graaf. Met de term christocratie en de Bergrede wil hij ons christenen op het spoor zetten nederig en dienstbaar in de samenleving te staan, in navolging van Christus zelf, die God vertegenwoordigde op aarde, maar die juist zo kwam niet om gediend te worden, maar te dienen.
Hoezeer ik dit een sympathiek pleidooi vind, mis ik hier toch de onderscheiding van de twee rijken. In de gereformeerde traditie heeft de theocratie altijd met de onderscheiding van het wereldrijk en het geestelijk rijk te maken gehad. Wie de Bergrede in de politiek wilde toepassen, kwam meestal in dopers vaarwater terecht. Daar was Van Ruler nu juist weer heel erg op tegen. Het gaat echter niet zozeer om Van Ruler, het gaat om de vraag of deze oriëntatie ons echt verder helpt in het denken over de theocratie.
Zelf zou ik de scheiding van de twee rijken liever voluit laten staan. Christenen geven in de kerk en vanuit de kerk in de samenleving het beeld te zien dat Christus tekent in de Bergrede. Zij keren de andere wang toe. Maar christenen doen tegelijk aan politiek in het wereldlijk rijk, waar andere wetten gelden. Dankzij Gods algemene genade kunnen ze daar ook goed samenwerken met niet-christenen, verdraagzame moslims en allerlei andere mensen in wier hart God iets van gerechtigheid heeft ingegraveerd. De theocratie heeft voor mij vooral te maken met de overtuiging dat God Zijn wereld niet alleen door Christus als Hoofd der kerk regeert, maar ook als schepper en onderhouder van alle mensen. Hierover zou het gesprek verder moeten gaan met de auteur, maar ook met allen die vanuit de Bijbel vandaag een weg zoeken tussen enerzijds kleurloze tolerantie – die uiteindelijk gevaarlijk is, omdat ze niet de wacht betrekt bij het ethos en het recht – en een heilloze onverdraagzaamheid anderzijds.
We mogen Van der Graaf zeer dankbaar zijn dat hij het gesprek in reformatorische kring over deze vragen zo open en kwetsbaar is aangegaan. Laat het vooral opgepakt worden. Sommigen zullen vinden dat hij artikel 36 afzwakt met zijn pleidooi voor tolerantie. Dat schiet echter niet op, wanneer er geen overtuigend alternatief geboden wordt. Het andere front is dat van een gemakzuchtige verdraagzaamheid, waar christenen in de praktijk ook zomaar in terecht kunnen komen. Van der Graaf heeft geprobeerd een weg te wijzen, die uitnemender is. Aan het eind van het boek vat hij zijn gedachten samen in 26 korte punten, die hij presenteert als handreiking voor een theocratisch manifest. Deze punten kunnen goed op een gespreksgroep worden behandeld, waarbij de gespreksleider dan stukken uit het boek kan bespreken, die de betreffende stelling breder uitwerken.

W. Dekker, Oosterwolde

Ronald Boyd-MacMillan:
Volharden in geloof.
Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer; 188 blz.; € 14,90.

Op basis van jarenlange contacten met de Vervolgde kerk geeft Ronald Boyd-MacMillan in dit boek niet alleen veel informatie over hen die lijden vanwege het geloof, maar vooral inzicht in het leven en denken van deze christenen. Al op de eerste bladzijden van deze door Open Doors op de markt gebrachte en uit het Engels vertaalde uitgave weet de westerse christen zich betrokken, als gezegd wordt dat vervolging de op een na beste tactiek van de duivel is. ‘De beste is het materialisme.’
Boyd-MacMillan presenteert geen schokkende verhalen op zichzelf – hij erkent dat er veel meer verhalen van beproeving dan van uitredding zijn – maar brengt de strategieën achter het denken van vervolgde christenen aan de oppervlakte, in het besef dat er sprake is van heel complexe omstandigheden. Dieper dan wat aan de oppervlakte zichtbaar is, dieper zelfs dan de concrete marteling van christenen in de verdrukking gaat de woede van de duivel, die zich tegen Christus richt. ‘Vervolging is de normale gang van zaken in een christelijk leven omdat de wereld Christus haat en wij in ons leven de littekens van die vijandschap meedragen.’ Hij komt tot de volgende definitie: ‘De vervolging van christenen is elke vijandigheid die vanuit de wereld wordt ervaren als gevolg van de identificatie met Christus. Dit kan vijandige gevoelens, houdingen, woorden en handelingen omvatten.’ Vanuit dit perspectief horen de kerk in het Westen en de vervolgde kerk veel dichter bij elkaar dan in de praktijk wordt ervaren. De tijd waarin wij leven en de vragen waarvoor christenen in ons werelddeel staan, maken het sowieso hard nodig dat we in gebed en andere vormen van meeleven meer op elkaar betrokken zijn. Daar kan deze onthullende gids over de wereldwijde vervolging van de kerk beslist een bijdrage in geven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 augustus 2008

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

BOEKBESPREKINGEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 augustus 2008

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's