De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GLOBAAL BEKEKEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GLOBAAL BEKEKEN

3 minuten leestijd

Op 5 juni 1980 promoveerde ds. A. van Brummelen op een proefschrift met de titel Het praktisch-theologisch onderwijs van J.J. van Oosterzee, uitgegeven bij drukkerij J. Bout te Huizen. Ongetwijfeld is toen in deze kolommen ook aandacht gegeven aan de stellingen bij het proefschrift. Nu ik me nog eens met het boek bezighield, werd ik herinnerd aan de laatste drie stellingen:

• De christelijke gemeente leeft voortdurend te midden van de dreiging van drie gevaren: een orthodoxistische verstening, een secularistische vervloeiing en een gnosticistische ontvluchting van het Woord Gods.

• Aanplant van bomen moet worden bevorderd; overproductie van boeken tegengegaan.

• Terecht ziet Goethe in de hoeveelheid straatvuil op de openbare weg een maatstaf ter beoordeling van de plaatselijke overheid.

In de negentiende eeuw hield het Haagse genootschap Oefening Kweekt Kennis bijeenkomsten met literaire lezingen. Een journalist, Gerard Keller, schreef daarover onder de schuilnaam Conviva ‘literaire herinneringen’ in het Soerabaiasch Handelsblad’. Die werden in 1878 gebundeld in een uitgave van Het Servetje, een titel die te maken heeft met het feit dat de schrijvers en dichters ook samen tafelden. Wim Zaal heeft een aantal jaren geleden een heruitgave van dit boekje verzorgd (uitgave Van Hoeve Den Haag), aangevuld met ‘een eigen boekje’, dat hij gaf aan een aantal prominenten die in dat boekje ten tonele werden gevoerd en allen iets met de literaire kring te maken hadden. Hij vulde die hoekjes met fragmenten uit brieven, herinneringen en commentaren. Hier volgen drie fragmenten uit een stuk over Da Costa:

• Dagboek De Clerq, 16 november (de voorlezing):
Toen kwam Da Costa. Het was een heerlijk vers. Het debiet (= de voordracht) viel mij niet toe. Zijn stem was krassender dan anders en daarom hier en daar minder duidelijk. Het was meer een improvisatie dan de eenheid zijner vroegere hymne. Het was het resultaat van alles wat hij gedacht, wat wij tezamen gecorrespondeerd hadden. Het was tussenbeide rillende, die heilige waarheden daar midden in de wereld die dezelve niet begrijpt te zien werpen. Het was romanticq subliem en dit gaf nu en dan het denkbeeld van iets grappigs, hoewel er toch niets in was om te lachen. Het was een waarachtig getuigenis, maar niet zonder zijn ergernis. Op de galerij was het gejuich en handgeklap groot. Bij ons in de klasse lag alles onder een impressie.

• Uitgever Kruiseman over Da Costa’s werk:
Geldelijk hebben mij deze uitgaven, door elkander geslagen, weinig of geen voordeel opgeleverd. De politieke tijdverzen, 1 of 1½ vel druks, eisten een buitengewoon hoog honorarium, en de bundels werden schraal verkocht. Zelfs na ’s dichters dood, toen het mij een behoefte was, als een hulde van eerbied en liefde, zijn komplete werken een hem waardige editie te geven, bestreed die uitgaaf ternauwernood haar kosten. Eerst later werd Da Costa bij het grote publiek geacht. Toen op mijn auctie in 1867 het restant der exemplaren (780 komplete!) voor een spotprijs aan de koper K.H. Schadd overgingen, werden die kort daarop voor verminderde prijs geheel uitverkocht. Mijn verkopen van deze kopij(rechten) is een misdaad geweest, gepleegd aan de mij zo heilige nagedachtenis van de dichter, en een vergrijp aan mijn eigen belang. Ik had deze nalatenschap niet moeten en mogen vervreemden, en tevens begrepen hebben dat Da Costa eenmaal zou moeten gewaardeerd worden, gelijk later uit de verschillende herdrukken dan ook gebleken is.

• Dr. Kohlbrugge aan de Clercq, 18 november 1840:
Ach - - Da Costa - - Da Costa wat las ik gisteren van u in het Handelsblad! De Clercq, de Clercq ruk u los uit dat bed van overspel waarop de Heere den een voor, den ander na in zijn rechtmatige toorn geworpen heeft.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 augustus 2008

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

GLOBAAL BEKEKEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 augustus 2008

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's