De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Theologisch pionieren

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Theologisch pionieren

Terugkijken op 27 jaar legerpredikantschap [1]

9 minuten leestijd

De mensen die op mijn kantoor kwamen praten, hadden andere vragen dan die over hun verhouding tot God. Alleen als iemand een kerkelijke achtergrond had, kwam Hij soms even ter sprake. Een terugblik op de start als legerpredikant.

Zevenentwintig jaar is een hele tijd en veel gaat in de herinnering verloren, maar het eerste gesprek dat ik als legerpredikant had, herinner ik mij als de dag van gisteren. Pas afgestudeerd, daarna een lichte legeropleiding, speciaal toegesneden op dominees, en daar zat ik dan op mijn kantoor, in een houten barak op de Elias Beeckmankazerne in Ede. En daar was hij dan, mijn allereerste klant. Een dienstplichtige, een jongeman van rond de twintig. Een paar dagen tevoren was hij opgekomen. Ik kende hem vaag van gezicht. Kennelijk aangedaan liep hij het kantoor binnen.
‘Ga rustig zitten. Wat is er aan de hand?’ vroeg ik, maar voor hij antwoord kon geven, zat hij hevig te snikken.
‘Ze pesten me, omdat ik grote oren heb. Ze noemen me flappie. Ze lachen me uit. Ik kan er niet meer tegen.’
Ik had op alles gerekend, maar niet hierop. Is dit een vraag voor een dominee? schoot het door mij heen. Wat moet ik hier op zeggen? Heb ik hier ooit college over gehad? Intussen vertelde hij hoe het gepest de hele dag doorging. Vooralsnog zat hij niet op een antwoord van mijn kant te wachten. Ik leunde achterover en hij ging verder met zijn verhaal, blij dat er iemand luisterde en dat hij niet uitgelachen werd. Eerste leermoment: ga als pastor niet over antwoorden zitten piekeren als iemand tegenover je zit te vertellen. Geef aandacht aan het verhaal.

Respect
Toen hij uitverteld was, had ik me wel een idee gevormd waar het van mijn kant over zou moeten gaan. Over zelfrespect, dacht ik, over gevoel van eigenwaarde. Die woorden heb ik ook genoemd en dat maakte weer nieuwe verhalen los, over de tijd voor zijn dienstplicht. Hij had het nooit makkelijk gehad, maar hij had er zich altijd doorheen geslagen. Maar nu, alleen, en zo ver van huis, trok hij het niet meer. Terwijl ik luisterde, groeide bij mij het respect. Hij had zich door dingen heen geslagen waar ik nooit voor gestaan had. ‘Knap hoor!’ liet ik mij ontvallen. Ik zag hem opklaren. Zoiets was kennelijk nog niet vaak tegen hem gezegd.
Tweede leermoment: iets tegen iemand zeggen is één ding, bevrijdend wordt het pas als men het gaat ervaren. Wil het bevrijdend zijn, dan moet heil geschieden. Het is mooi om mee te maken als dat in een gesprek gebeurt, maar je kunt het niet organiseren.
Natuurlijk moet er ook iets gezegd worden. Met een term als ‘zelfrespect’ is niets mis. Je geeft de ander een woord in handen waarmee hij iets kan gaan doen. Iemand op zijn krachten aanspreken, draagt bij aan zijn zelfrespect. Bovendien voorkom je zo dat hij afhankelijk wordt van jou als pastor. Maar merken dat iemand respect voor je heeft, doet meer. Laat het daarom ook weten als een verhaal jou respect inboezemt. De wereld is al zo arm aan complimenten.
Het moet natuurlijk wel gemeend zijn. Respect uiten waar je geen respect voelt, heeft geen zin. Dan is het een trucje en trucjes worden meestal snel doorzien. In de meeste gevallen kostte het mij geen moeite respect te laten blijken naar degene die tegenover mij zat. De meesten hadden in hun dikwijls nog jonge levens meer uitgestaan dan ikzelf. Voor iemand die mij vertelt dat hij anderhalf jaar als zwerfjongere geleefd heeft, voel ik respect, zelfs als hij in die tijd dingen gedaan heeft die niet door de beugel kunnen. Hij heeft in een situatie geleefd, waar ik het nog geen dag in zou uithouden. Dat verdient respect. Vanuit dat respect kunnen dan ook de minder goede dingen op een vruchtbare manier ter sprake komen.
Nadat de jongen een paar keer van zich had afgebeten, is hij niet meer met zijn oren gepest. En als het nog eens een keer gebeurde, liet hij duidelijk merken dat zulk gedrag hem niet zinde. Plastische chirurgie was in 1981 niet zo ‘in’ als het nu is. Misschien had hij nu een telefoonnummer na een ‘ombouw’-show gebeld, zoals die tegenwoordig op de televisie worden uitgezonden. Misschien zou hij ook nu de weg naar de geestelijke verzorging hebben gevonden. Wie weet. Om werk heb ik in ieder geval nooit verlegen gezeten.

Theologische uitdaging
Na dit eerste gesprek volgden er meer en na een poosje had ik het gevoel dat ik een beetje greep op het werk begon te krijgen. Maar er bleven vragen. Ik doe wat mensen van mij verwachten, maar is dit werk voor een dominee? Is het theologisch te verantwoorden? Moet pastoraat niet over andere dingen gaan? Over God? En als het over de mens moet gaan, dan toch altijd in de relatie waarin hij tot God staat? Zou ik niet meer moeten evangeliseren? Had die collega niet gelijk die zei: Al die problemen –, de mens heeft maar één probleem, dat hij wedergeboren moet worden. Maar de mensen die op mijn kantoor kwamen praten hadden andere vragen, en die hadden zelden rechtstreeks op God betrekking. Alleen als iemand een kerkelijke achtergrond had, kwam Hij soms even ter sprake, maar zelfs dan niet altijd. Maar de vraag bleef: kan ik het werk dat ik doe, theologisch verantwoorden? Meer nog: zou het mogelijk zijn vanuit de theologie aan dit werk een verdieping te geven die het zonder dat niet zou hebben? Een theologische uitdaging die ik heb aangenomen. Het begin van een speurtocht door onbekend terrein. Van deze speurtocht wil ik in dit en de volgende artikelen verslag doen.

Werkwijze
Ik ben begonnen van ieder meer inhoudelijk gesprek een kort verslag te maken. De momenten waarop er voor mijn gevoel wat ‘gebeurde’, schreef ik zo veel mogelijk letterlijk uit. Die verslagen vormden mijn werkmateriaal. Ze dienden als denk- en meditatiestof voor minder drukke uren.
Dat er in sommige gesprekken wat ‘gebeurde’, was evident. Het was te zien. Soms werd het ook uitdrukkelijk met woorden als ‘OK’ of ‘Daar heb ik wat aan’ aangegeven. Soms werd het als iets wonderlijks ervaren: ‘Hoe het kan, weet ik niet, maar ik kan weer verder.’ Wat was op zulke momenten het woord geweest dat de ander had verder geholpen? In het weergegeven gesprek was dat het woord ‘zelfrespect’ geweest, gevolgd door een spontane uiting van bewondering. Maar het konden ook vragen zijn als ‘Pik jij dat?’, of een woord als ‘vergeving’. Een enkele keer was het een berustend ‘Het is niet anders’ geweest dat de ander uit zijn kramp verloste. Soms ook de bevestiging: ‘Dat had je inderdaad niet moeten doen’.
Al mediterend begon ik overeenkomsten met sommige gesprekken uit de eerste drie evangeliën te zien. Ook die draaien vaak om een enkel woord: ‘Sta op en wandel!’ ‘Uw zonden zijn u vergeven.’ Ook daar lijkt een woord soms te geschieden, terwijl het uitgesproken wordt. Zou Jezus nog op dezelfde manier onder ons zijn, begon ik mij af te vragen, ook al is Hij ‘naar zijn menselijke natuur niet meer op aarde’? (Heid. Cat. 47).
De brieven van Paulus veronderstellen een gemeente, de evangeliën spelen voor het grootste deel op straat. Daar gaat het meestal, net als in de kazerne, om korte, eenmalige ontmoetingen, waarin een enkel woord het moet ‘doen’. Als er in de Bijbel beloften voor mijn soort werk te vinden zijn, zo dacht ik, dan daar, en in het Oude Testament, waarin het leven in al zijn felheid in relatie met God wordt beschreven. Bijbelmeditatie en bezinning op de gespreksverslagen begonnen hand in hand te gaan, gepaard aan het dagelijks gebed of God de dingen die Hij ons in zijn Woord voor ogen stelt, ook werkelijk wilde laten gebeuren. Wat als een werkwijze begon, was een manier van leven geworden. Op enkele moedeloze momenten na ben ik altijd benieuwd naar mijn werk gegaan, benieuwd wat God vandaag weer zou laten gebeuren.

Mensen door God geschapen
Het resultaat van dit theologisch pionieren was niet heel opzienbarend. Behalve met de Bijbel kon ik goeddeels met de belijdenisgeschriften toe. Mits men maar daar begint waar de Bijbel begint: bij de schepping, en niet bij de mens in zijn ellende. Wie een mens ook is, hoe hij ook leeft, God heeft hem geschapen, Hij heeft gewild dat deze mens bestaat. Daar ligt de diepste grond voor het respect dat wij onze medemensen geven. Hij is er, dus hij mag er zijn. Dat moet vaststaan. Pas daarna kan het gaan over zijn manier van leven. En ook dan moet allereerst het goede genoemd worden, het goede als gegeven door God, van wie, zoals we toch geloven, alle goeds komt. De ander het ‘meer’ laten zien dat jij in hem ziet, zodat hij zich verwondert: ‘Ik wist niet dat ik dat in mij had!’ En dan pas spreken over wat er anders moet worden, in stilte hopend dat er heil zal geschieden en waar daar openheid voor is, dat ook met zoveel woorden zeggend. Maar altijd zo dat men dichtbij het werkelijke leven blijft. Daar zat immers de pijn. Daar zal ook het heil moeten geschieden, wil iemand weer verder kunnen.
Tot slot een uitspraak van de schrijver Louis Couperus. Toen hem werd gevraagd hoe hij in zijn boeken mensen zo levensecht kon schilderen, zei hij: ‘Zet niet tussen jezelf en een ander de fopspiegels van sympathie of antipathie! Het komt er per slot zo weinig op aan hoe ik die medemens vind – als kunstenaar moet het mij oneindig veel meer interesseren hoe die ander is.’ Als je zoiets leest, dan voel je je weer een beginner.

1. In Vonken van het Licht. Op zoek naar sporen van Gods aanwezigheid (Kampen 1990) is een aantal van de genoemde gespreksverslagen met toelichting uitgegeven.
2 F. Bastet, Louis Couperus. Een biografie, Amsterdam 1987, pag. 286.

Het thema menselijkheid komt later in deze serie terug. Volgende week deel 2, over wat het betekent als predikant in dienst van de overheid te staan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 september 2008

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Theologisch pionieren

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 september 2008

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's