De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

BOEKBESPREKINGEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

BOEKBESPREKINGEN

6 minuten leestijd

Dr. A.A. van Ruler:
Verzameld Werk deel 2: Openbaring en Heilige Schrift.
Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer; 518 blz.; € 49,90.

Het tweede deel van het Verzameld Werk van dr. A.A. van Ruler, van 1947 tot 1970 hoogleraar te Utrecht, bevat de artikelen over de openbaringsleer en de Schriftleer, voorafgegaan door een uitvoerige inleiding van de hand van dr. D. van Keulen. De artikelen geven een mooie doorsnede van Van Rulers theologische opvattingen met betrekking tot het vraagstuk van algemene en bijzondere openbaring. De chronologische ordening maakt het gemakkelijk om Van Rulers theologische ontwikkeling op deze punten na te gaan. Zo gaat hij in het bekende artikel Natuur en genade (1938) duidelijk in het spoor van Barth. Alle vormen van natuurlijke godskennis worden resoluut afgesneden. Ook NGB artikel 2 ontkomt niet aan Van Rulers scherpe kritiek. Vooral de vergelijking tussen het boek van de natuur en het boek van de Schrift moet het ontgelden: Van Ruler kwalificeert haar als ‘fataal’. In zijn latere werk oordeelt hij aanmerkelijk positiever over de algemene openbaring (vgl. zijn collegedictaat De theologia naturali et revelata en De andere zijde van het vraagstuk van de natuurlijke theologie). Zo zegt hij bijvoorbeeld dat de mens (ook de heiden) in de werkelijkheid op een of andere manier ook met de ware God te maken heeft. Dit hoort volgens Van Ruler zelfs tot de pretentie van het bijbelse geloof.

Afstand van Barth
Eind jaren vijftig heeft Van Ruler duidelijk afstand genomen van Barths christologische concentratie. Toch blijft het een moeilijke vraag welke plaats de algemene openbaring bij Van Ruler nu precies inneemt. Het is bijvoorbeeld opmerkelijk dat Van Ruler aan het eind van zijn leven het artikel Natuur en genade toch weer opneemt in het (door hemzelf geredigeerde) eerste deel van het Theologisch Werk. Hij maakt hierbij de opmerking dat hij ook de oudste stukken uit de bundel nog steeds gaarne voor zijn rekening neemt, maar hij voegt er onmiddellijk aan toe: ‘al zou ik thans op sommige punten wat genuanceerder willen oordelen, met name ter zake van de natuurlijke kennis van God en ter zake van de plaats van het ethische.’ Van Keulen citeert deze opmerking in zijn inleiding, maar het blijft gissen wat Van Ruler precies met zijn opmerking heeft bedoeld. In elk geval geeft het te denken dat hij zijn kritiek op NGB artikel 2 niet heeft teruggenomen.

Verklarend woordenlijstje
Een ander hoogtepunt uit deze bundel is het artikel De christelijke kerk en het Oude Testament, dat nu voor het eerst in de oorspronkelijke Nederlandse versie wordt gepubliceerd. Van Ruler bezigt in dit artikel zijn vaak aangehaalde stellingen dat het Oude Testament de echte Bijbel is en het Nieuwe Testament het verklarende woordenlijstje achterin. Van Ruler wil in zijn artikel vooral twee dingen duidelijk maken: enerzijds gaat het niet zonder de soteriologie (en dus niet zonder Jezus Christus), vandaar het Nieuwe Testament als verklaring (in de zin van uitleg en afkondiging) van het Oude Testament. Anderzijds is de soteriologie (de leer aangaande de verlossing, AJK) geen doel in zichzelf. In Van Rulers eigen woorden: ‘Het draait wel om Jezus Christus en om de verzoening, maar het gaat om het rijk van God’. Dit laatste is volgens Van Ruler vooral de boodschap van het Oude Testament.
Dr. Van Keulen trekt in zijn inleiding uitvoerig de ontvangst van De christelijke kerk en het Oude Testament na, waardoor het artikel zelf voor de lezer vandaag nog meer reliëf krijgt. Van Rulers artikel blijkt nogal wat tegenspraak te hebben opgeroepen. Voor mij blijft het de vraag of Van Rulers emancipatie ten opzichte van Barth niet tot gevolg heeft gehad dat de soteriologie te veel in de marge is geraakt. Het mag dan wel gaan om het rijk van God (en dus: om de theocratie), maar dit is toch wel het rijk van God dat door het kruis en de opstanding van Christus is getekend. Dit laat echter onverlet dat Van Rulers nadruk op het Oude Testament als achtergrond van het Nieuwe Testament ook voor onze tijd actueel is, als met name in evangelische kringen (maar zeker niet alleen daar!) lijkt dat het Nieuwe Testament los verkrijgbaar is zonder het Oude Testament.

Kost voor liefhebbers
Ik eindig met een paar korte opmerkingen. De uitvoerige inleiding heb ik reeds genoemd. Ze maakt de theologie van Van Ruler met de vele onderscheidingen en gedachtesprongen beter toegankelijk. Dat geldt niet minder van de uitvoerige annotatie van de artikelen, waarbij vooral de tracering van de bronnen van Van Ruler van grote betekenis is. Lezing van Van Ruler blijft kost voor liefhebbers. Zijn stijl is immers niet gemakkelijk. Vooral de uitgegeven collegedictaten zijn – ondanks de goede annotatie – moeilijk om te lezen. Wie echter de moeite neemt om naar Van Ruler te luisteren, wordt er in ieder geval in theologisch opzicht door verrijkt. Daarom kijken we uit naar het volgende deel.

A.J. Kunz, Katwijk aan Zee

J.A. de Kok:
Acht eeuwen minderbroeders in Nederland. Een oriëntatie.
Uitg. Verloren, Hilversum; 640 blz.; € 39,00
.
Overal in ons land tref je ze aan: een Broederkerk. In Kampen staat er een. In Zwolle ook, maar dan heet ze Broerenkerk. Of Broederenkerk zoals in Deventer en Zutphen. In Bolsward wordt ze de Broerekerk genoemd. Of ze luistert naar de naam Minderbroederskerk: in Maastricht, in Roermond. Al deze kerken hebben van oorsprong te maken met de kloosterorde van de Franciscanen, gesticht in 1206 door de ook onder doorgewinterde protestanten bekende Franciscus van Assissi (1182-1226), de rijke Italiaanse koopmanszoon, die – anders dan de rijke jongeling – afstand deed van al zijn bezittingen en die onder de armen verdeelde.
In 1228 kwam de orde naar Nederland. Een hertog bood hun zijn oud kasteeltje in ‘s-Hertogenbosch aan, waar ze zich vestigden. Tot op de dag van vandaag is deze orde actief, niet alleen in Nederland, maar wereldwijd. Haar geschiedenis in ons land is onlangs te boek gesteld. Het is een lijvig boek geworden, dat laat zien hoezeer het reilen en zeilen van de Franciscanen de eeuwen door verweven is met dat van kerk en maatschappij. Welke kritiek we ook op (de leer van) Rome mogen en moeten hebben, de orde van de minderbroeders heeft veel en onmiskenbaar goed werk gedaan, op sociaal en missionair gebied. Dat blijkt uit Acht eeuwen Minderbroeders in Nederland.
De reformatoren komen we amper tegen. Luther wordt kort getekend in zijn geloofscrisis: het lukte hem niet Gods wil en de regels van zíjn orde (die van Augustijnen) na te komen zoals eigenlijk zou moeten. Calvijn wordt slechts genoemd in verband met de predestinatie: daaruit zou blijken dat hij van oorsprong een jurist is. Dat lijkt me wel erg kort door de bocht.
Niettemin, een boeiend en relatief niet duur boek, dat zich plezierig laat lezen dankzij allerlei wetenswaardigheden over meer en minder bekende minderbroeders.

H.J. Lam, Rijssen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 september 2008

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

BOEKBESPREKINGEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 september 2008

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's