Profeet, Priester, Koning
Evangelicalisering van de gemeenten [7]
Hoe vaak zou het al niet beleden zijn: Ik geloof in Jezus Christus, Zijn eniggeboren Zoon, onze Heere. En hoevelen zijn hun hart niet aan Hem kwijtgeraakt, omdat Hij hen Gode kocht met Zijn bloed. Dat schept een onderlinge band tussen allen die de Hem liefhebben, hetzij dat ze triomferend hierboven of strijdend hierbeneden zijn.
Onder hen bevinden zich gereformeerde christenen. Zij zijn gezegend met een van de mooiste en diepste verwoordingen aangaande het geloof in Christus. In deze bijdrage noemen we enkele kenmerken van deze belijdenis en van de leer die daaruit voortvloeit (kortweg aangeduid als christologie).
Fundering op de Schrift
Het eerste kenmerk: zij wil niet meer en niet anders dan nazeggen wat de Schrift voorzegt. Christus Zelf zet ons op dat spoor, wanneer Hij ons opdraagt: ‘Onderzoekt de Schriften, want die zijn het die van Mij getuigen.’
Inderdaad, wie de deur van het Woord opendoet, komt overal Christus tegen. Bij de schepping: met de Vader en de Geest stond Hij aan de wieg ervan. Bij de zondeval: Hij liet Zich aanwijzen als het zaad van de vrouw dat de kop van de slang zou vermorzelen. Bij de verlossing: Hij verklaarde Zich bereid het Lam Gods te zijn, Dat de zonde der wereld zou wegnemen.
Aansluiting bij het dogma
Het volgende belangrijke kenmerk: de gereformeerde christologie sluit zich nauw aan bij de twee klassieke dogma’s van de Vroege Kerk: de drie-eenheid van God en de twee naturen van Christus. Onze Heiland is immers waarachtig God: God uit God, Licht uit Licht, geboren uit de Vader voor alle eeuwen en van hetzelfde wezen met Hem. Als Hij geen God zou zijn geweest, had Hij ons niet kunnen verlossen. De zondeval is zó verstrekkend en alles vernielend dat verlossing niets minder vraagt dan een nieuwe schepping. De Enige Die dat kan bewerken, is God.
Christus is echter niet alleen God uit God, Hij is ook om ons mensen en om onze zaligheid nedergekomen uit de hemel, heeft ons vlees en bloed aangenomen door de Heilige Geest uit de maagd Maria. Zo is Hij méns geworden. Hoe zit dat: dat Hij én God is én mens? We komen daar straks op terug.
Wat blijkt is dat een gereformeerd christen graag in de leer gaat bij de traditie en zich vrijwillig onderwerpt aan het dogma, omdat hij dan een veilige omheining heeft met het oog op de juiste uitleg van de Schrift, opdat wij verstaan Wie Christus is en Hem liefhebben.
Raad der verlossing
Ons behoud ligt helemaal in Gods hand. Vandaar dat Vader, Zoon en Geest al voor deze wereld geschapen werd, over onze redding hebben beraadslaagd. Dat gebeurde in de ‘Raad der verlossing’. Niemand die Hem tot dit plan bewogen heeft; Hij nam redenen uit Zichzelf om in liefde naar zondaren om te zien.
Ook deze voorstelling is kenmerkend voor de gereformeerde christologie. Daarin schuilt een rijke gedachte: ons heil staat niet op losse grond, maar er ligt een eeuwig en hemels besluit aan ten grondslag, dat hoe dan ook uitgevoerd zal worden. Want wie houdt zozeer woord en trouw als onze God!
In de Psalmen staan enkele flarden van het gesprek dat God voerde over onze zaligheid. De Vader zei: ‘Gij zijt Priester in eeuwigheid, naar de ordening van Melchizedek’ (Ps. 110). De Zoon antwoordde: ‘Zie, Ik kom om Uw wil te doen’ (Ps. 40).
De Geest verklaarde Zich bereid alles te doen met het oog op de vleeswording en de zalving van Christus, en op de inwoning in zondaarsharten.
Uitverkoren in Christus
Tijdens het goddelijk beraad werd een register aangelegd waarin de Drie-enige de namen noteerde van allen die het eeuwige leven binnengaan: het ‘boek des levens’. Paulus verwoordt dat zo: ‘God heeft ons uitverkoren in Christus, voor de grondlegging der wereld’ (Ef. 1:4). De verkiezingsleer is eveneens een karaktertrek van de gereformeerde christologie. Niet als haar eigen uitvinding, maar als vrucht van het lezen van de Schrift. Waarom ‘in Christus’? Omdat ín Hem Gods zondaarsliefde schittert en uít Hem al ons heil voortvloeit. Buiten Christus om komen wij wat Gods liefde betreft in een doolhof terecht. En zou God niets in ons gevonden hebben dat Zijn keuze voor ons waard was.
De verkiezing geldt níet ieder mens. Al is Christus’ offer meer dan voldoende om de zonde van heel de wereld te verzoenen en moet daarom het evangelie overal gepredikt worden, uiteindelijk komen Christus’ weldaden alleen de uitverkorenen ten goede. De genade is particulier, zeggen we dan.
Middelaar
We stonden er al bij stil: Christus is én God én mens. Daarom kan Hij onze Middelaar zijn. Zo noemt de gereformeerde theologie Hem graag. Ingrijpend dat Hij dat werd! Hij deed namelijk de persoon van Adam aan en nam diens naam over, met alles wat daaraan vastzit: aan verdorvenheid, aan ongehoorzaamheid. Zo is Christus op Goede Vrijdag voor Zijn Vader gaan staan om de straf die wij verdiend hadden, te betalen. En dát kon Hij doen, omdat Hij de Zone Gods was. Wie anders had de last van Gods toorn over onze zonde kunnen dragen?
Te midden van dit alles bleek Christus’ gehoorzaamheid: Zijn actieve gehoorzaamheid, waardoor Hij heel de wet vervulde; en Zijn passieve gehoorzaamheid, die Hij betoonde toen Hij het kruislijden moest ondergaan. Dat kruislijden was Zijn nederdaling ter helle; zo verklaren althans gereformeerde christenen dit geloofsartikel. Door dit alles heeft Christus Gods toorn gestild, de verzoening aangebracht, de schuld bedekt, de zonde overwonnen, de Geest verworven. Die Geest doet ons tegen Christus zeggen: ‘Heere Jezus, U bent mijn gerechtigheid, en ik ben Uw zonde.’ Wie dat belijdt, wordt gerechtvaardigd, geheiligd en vernieuwd, hoe goddeloos hij ook is.
Drie ambten
Het ene Middelaarsambt van Christus waaiert uiteen in de drie ambten van Profeet, Priester en Koning. Ook typerend voor wat een gereformeerd christen van zijn Zaligmaker belijdt.
Als Profeet heeft Christus ons de raad en wil van God aangaande onze verlossing volkomen geopenbaard. Nog altijd beoefent Hij dit ambt. Dat blijkt uit de prediking van het evangelie, alle eeuwen door. Wie daaraan niet genoeg heeft, doet tekort aan Christus’ profetisch gezag.
Voorts draagt Hij het ambt van Koning. Hij regeert ons met Zijn Woord en Geest. En daar Hij alle macht heeft in hemel en op aarde, weet Hij ons te bewaren tot in Zijn hemels Koninkrijk. Wel is hier en nu Christus’ Koningschap verborgen. Daarom is Zijn gemeente een kruisdragende gemeente. Dat is haar eigenlijke gestalte, zolang haar aardse pelgrimstocht er nog niet op zit. Zoals de heerlijkheid van haar Koning er een is door de dood heen, zo is de heerlijkheid van Zijn gemeente dat ook.
En onze Koning is Priester. Daaruit blijkt wel het meest dat er niemand is die ons meer liefheeft dan Christus. Hij verloste ons immers met de enige offerande van Zijn lichaam. Met Zijn voorbede treedt Hij nog steeds voor ons tussenbeide bij de Vader.
Wel is het zo dat Christus nú Zijn ambt uitoefent in de hemel en niet meer op aarde. Naar Zijn mensheid is Hij niet meer bij ons; dat stelt de Calvijnse traditie tegenover de Lutherse. Maar naar Zijn Godheid, majesteit, genade en Geest verlaat Hij ons nooit.
Er is nog een andere benadering van Christus’ werk: die waarin we Hem de weg zien gaan eerst van de vernedering en vervolgens van de verhoging. Deze orde geeft steun aan de prediking in de gang van het kerkelijk jaar.
Beste uitingen
Ziehier de kenschetsing van de gereformeerde christologie. Daarmee is de Schrift niet uitgeput.
Tegelijkertijd vragen we aan onze medechristenen – in het kader van deze artikelenreeks vooral de evangelicale –: ziet u dit alles ook in Christus en in Zijn werk? Ja? Dan reiken we elkaar de broeder- en zusterhand en roepen we een keer: halleluja! Nee? Dan reiken we elkaar ook de hand, maar wel met de vraag: doet u Hem dan niet tekort? Hebben we niet genoeg aan de Bijbel alleen? Jazeker. Maar we berokkenen onszelf schade, als we schatten die anderen hebben opgedolven uit de Schrift, laten liggen. Lees ik wat Nicky Gumbel – hij is de predikant achter de Alphacursus – over Jezus schrijft, dan zou een verdieping van zijn materiaal in gereformeerde geest gewenst zijn.
Een stroming dienen we altijd te beoordelen naar haar beste uitingen. Voor de evangelicalen denk ik dan aan het boek van de Amerikaanse theologen G.P. Duffield en N.M. Van Cleave, Woord en Geest. Hoofdlijnen van de theologie van de Pinksterbeweging. Dat bevat, wanneer het gaat over Christus, tal van bijbelse lijnen. Behalve wanneer de verkiezing aan de orde komt. Dan stuiten we op een arminiaanse uitglijder: ‘De verkiezing is een soevereine handeling van een genadig God, namelijk dat Hij in Jezus Christus alle mensen van wie Hij van tevoren wist dat zij Hem zouden aanvaarden, verkoos om behouden te worden.’ Zouden deze broeders niet bij Calvijn in de leer willen gaan?
Verdieping
Trouwens, zou dat ook voor ‘ons soort gemeenten’ niet goed zijn? Van allerlei wordt gelezen. En gereformeerde prediking stelt men op prijs. Dat wordt gelukkig in veel gemeenten gezegd. Maar moet er dan geen verdieping in de gereformeerde = bijbelse leer zijn? Een idee: laten veel gemeente-(lede)n het komende Calvijnjaar de christologische gedeelten uit Calvijns Institutie gaan lezen. Een kluif, maar het kan niet anders of daar rust zegen op.
Over twee weken gaat ds. R.H. Kieskamp in de serie ‘Evangelicalisering van de gemeenten’ in op de vraag wat ons gereformeerd-zijn betekent voor het spreken over God de Heilige Geest.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 september 2008
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 september 2008
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's