De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Geborgenheid

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Geborgenheid

Bach en het kerkelijk jaar

4 minuten leestijd

‘Geen aria kan me meer troosten wanneer ik me verlaten voel.' Dat schrijft de Duitse psychotherapeute Luise Reddeman in haar boek 'Überlebenskunst'. Hoe komen we de pijn, het onontkoombare verdriet te boven? Welke bronnen boren we aan om weerstand te bieden?
Renneman beschouwt Bach als voorbeeld van een mensenkind, dat ondanks de vele ingrijpende verliezen, de kracht had om door te gaan. Zijn muziek getuigt daarvan volgens de Duitse psychotherapeute. Een sprekend voorbeeld daarvan is de aria Gottes Engel weichen nie (Gods engelen wijken nooit van je) uit cantate 149. 'Geen aria kan me meer troosten wanneer ik me verlaten voel.'

Aartsengel Michaël
Cantate 149 is geschreven voor het feest van de aartsengel Michaël (29 september), waarbij de overwinning op de satan door deze aartsengel, centraal staat. Het libretto is van Christiaan Friedrich Henrici (Picander), die ook de tekst van de Matthaüspassion schreef. Eén van de schriftlezingen is Openbaring 12 over de zege door Michaël en zijn mede-engelen op de satan en diens trawanten.
De cantate zet in met woorden uit Psalm 118, één van de meest geliefde psalmen van Luther. Bach greep voor de toonzetting van het eerste koraal terug op het slotkoor van de zogeheten Jachtcantate, (BWV 208). Aan de volle instrumentale bezetting, strijkers, hobo’s, continuo, trompetten en pauken, is merkbaar dat we met een overwinningslied te maken hebben. Uitbundig wordt de overwinning bezongen, af en toe unisono (eenstemmig), als teken van eenparigheid en zekerheid.
Hierna volgt een aria gezongen door de bas, waarin de instrumentale en vocale figuren ons de apocalyptische strijd tekenen. Lof en kracht worden toegezongen aan het Lam, dat door Zijn bloed, de satan, die ons dag en nacht aanklaagt, bedwongen en verjaagd heeft.

Moed
De woorden Kraft en Stärke geeft Bach een extra accent. Deze aria wordt gevolgd door een recitatief, waarin de alt, de stem van de gelovige, de moed bezingt, die ook in de psalmen stem krijgt. 'Ik vrees niet, wat er ook gebeurt, want Gods engelen behoeden me aan alle kanten.'
Na dit recitatief komt volgens Renneman één van de mooiste aria’s van Bach. Ook de aria heeft een dansante karakter. Het is een muzikale schildering van zekerheid. Gods engelen worden, zoals in het Weihnachtsoratorium, verklankt door violen. De sopraan zingt dat Gods engelen nimmer van je wijken, hoe ver ruimte en tijd ook reiken. 'Als ik ga of sta, zijn Gods engelen bij me. Wanneer ik slaap waken ze, wanneer ik loop, dragen ze me op handen.' Op de woorden gehen en stehen legt Bach een accent. Het dragen krijgt vorm in stijgende noten. De sopraan zingt gaandeweg steeds waaghalzeriger coloraturen (versieringen). Ze ontleent de moed aan het bij haar zijn van Gods engelen.

Nabijheid
In het volgende recitatief dankt de tenor God voor Zijn liefde bewezen in deze nabijheid van Zijn engelen. Er wordt een gedachte aan toegevoegd. 'Verleen me, Heere, dat ik mijn zonden berouw en mijn engel zich daarover verheugt, opdat hij op mijn sterfdag, mij in Uw schoot in de hemel drage.' Bij deze laatste woorden stijgt de melodie, zoals te verwachten viel.
In de daarop volgende aria, een duet van alt en tenor, worden de wachters opgeroepen waakzaam te zijn. Begeleid wordt dit duet door een solofagot. Een opmerkelijke keuze, omdat de fagot zelden in aria’s soleert, maar dit instrument vooral als versterking van het continuo wordt ingezet. Door de fagot worden de wachtposten verbeeld. Ze maken waakzaam hun ronden. Om ook ten aanzien van de laatste dag waakzaam te zijn gaat het.

Slotmotief
Het slotkoor komt ons bekend voor. Hiermee sluit de Johannespassion. 'Ach Herr, lass dein lieb Engelein'. 'O, Heer laat Uw engelen aan het einde van mijn leven mij in de schoot van Abraham dragen. Het lichaam gaat het graf in, zonder enige pijn. Rusten zal het tot de jongste dag. Wek mij op uit de dood, opdat mijn ogen U zien.' Anders dan in de Johannespassion zetten op de laatste cadens de trompetten verrassend met een kort slotmotief in.

Met Luise Renneman deel ik de waardering van de aria, 'Gottes Engel weichen nie'. Ik ben ervan overtuigd dat Bach de moed om voort te gaan ondanks de vele verliezen, die hij te verwerken kreeg, ontleende aan de levende God. Hiervan getuigt zijn muziek.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 september 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Geborgenheid

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 september 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's