De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Predikant bij de overheid

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Predikant bij de overheid

Terugkijken op 27 jaar legerpredikantschap [2]

9 minuten leestijd

Wil je bij het leger werken, dan moet je wel weten waar je staat. Als ik weiger, waar sta jij? Het is zaak dat de geestelijke verzorging de discussie levend houdt.

Waar sta jij als ik de opdracht krijg om vreemdelingen uit te zetten en ik weiger dat?’

De man die mij deze vraag stelde, werkte bij de Koninklijke Marechaussee, de politiedienst van het leger. Het uitzetten van vreemdelingen die, juridisch gezien, niet in Nederland mogen verblijven is een van de taken van de Marechaussee. De meeste marechaussees zullen het als een onderdeel van hun werk beschouwen. Niet het leukste onderdeel. En het moet ook netjes, en zo menselijk mogelijk gebeuren, maar het moet wel. Wat in Den Haag democratisch is besloten, moet worden uitgevoerd. De man die de vraag stelde, hoefde op dat moment geen vreemdelingen uit te zetten, maar hij wilde weten waar ik stond, als het erop aan zou komen. Zijn vraag herinnerde mij aan een opmerking van de eerste collega met wie ik als legerpredikant samenwerkte.

Theologische lijn
‘In een organisatie als deze kun je alleen wat voor mensen betekenen als ze weten waar je staat, ’ zei hij. Ik hoefde niet dezelfde standpunten als hij in te nemen, maar ik moest wel ergens staan, vond hij. Hij hield niet van collega’s die het altijd met ‘Den Haag’ eens waren. Het werd een leuke samenwerking. Mijn collega was wat je noemt ‘links’, een echte ‘kruisraketten nee!’-man.
Nu vond ik dat weer een beetje te gemakkelijk. Ik wilde een eigen, meer theologische lijn van denken ontwikkelen en meende daarvoor bouwstoffen te kunnen vinden bij Calvijn. Voeg daarbij een rooms-katholieke collega die kritisch tegenover alle gezag stond. Dat maakte een team dat voortdurend in onderlinge discussies gewikkeld was. Dat gaf aan het team een bijzondere uitstraling naar buiten. Men wilde weten hoe we over dingen dachten en ook waar we ten opzichte van elkaar stonden.

Grenzen aan besluiten
‘Denk jij daar net zo over als die collega van jou?’ werd mij geregeld gevraagd, vooral wanneer hij weer eens een (bewust) aanstootgevend standpunt had ingenomen. Soms vond men dat ik meeviel, maar vaak ook niet. Meestal gaf ik mijn collega gelijk, alleen bracht ik het iets rustiger.
Het belangrijkste was intussen dat er gediscussieerd werd. Daardoor bleef het besef levend dat er meer in de wereld is dan democratisch genomen besluiten. Dat men over deze besluiten ook na kan denken. Dat er ook grenzen aan zijn. Dat wordt vaak hinderlijk gevonden. Toch verwacht men het van een geestelijk verzorger. Het is niet voor niets dat het aan een dominee gevraagd werd: ‘Als ik weiger, waar sta jij?’

Voorwaarts mars!
Het is koud. Een gure wind drijft donkere wolken voort boven de kazerne. De exercitieplaats is bijna leeg. In de verte staat een klein groepje soldaten. Ik hoor de sergeant die ervoor staat ‘voorwaarts, mars!’ zeggen en het troepje zet zich in beweging. Ik verbaas me. Zo simpel werkt dat dus, denk ik bij mezelf. Ik kijk hen na tot ze ‘rechts-, om!’ verdwijnen richting leslokaal.
Een oude herinnering aan iets dat voor mij snel gewoon is geworden. Toch denk ik nog wel eens aan die eerste verbazing terug. De simpelheid van het systeem. Wie ‘voorwaarts’ hoort, gaat ‘voorwaarts’. Doet hij dat niet, dan krijgt hij met sancties te maken. Dat is de simpele manier waarop de in Den Haag genomen beslissingen tot uitvoering worden gebracht. Durf dan maar eens ‘nee’ te zeggen. De paar mensen die ik dat in de 27 jaar dat ik in het leger werkte, heb zien doen, en dat soms op zeer redelijke gronden, heb ik ook zonder uitzondering in de gevangenis zien komen. ‘De ondergeschiktheid is de ziel van de militaire dienst,’ stond er in het Reglement betreffende de krijgstucht. Het is inmiddels door een wat modernere tekst vervangen, maar de manier van denken die in dit zinnetje onder woorden gebracht wordt, zit er nog steeds diep in. Het managementmatig bestuur, dat men ook in het leger ingevoerd heeft, heeft deze ondergeschiktheid eerder nog versterkt. Bij het gezag van de meerdere voegt zich de anonieme dwang van het systeem waardoor men aangestuurd wordt. Iedere handeling moet ‘verantwoord’ worden. Voor eigen beslissingen blijft, ook in de hogere rangen, nauwelijks meer ruimte over. Doen dus maar. Maar ‘doen’ wordt gauw ‘doen zonder denken’. Daarom is het zaak dat de geestelijke verzorging de discussie levend houdt. Zeker nu, nu de krijgsmacht weer rechtstreeks bij gevechtsacties wordt betrokken.

Calvijn
Ik voelde me te veel theoloog om ‘rechtse’ of ‘linkse’ politieke standpunten te gaan verkondigen. De calvijnse traditie ziet een hoge roeping voor de overheid, maar biedt tevens de mogelijkheid haar kritisch aan te spreken op haar functioneren(1).
Benieuwd hoe iemand als Calvijn, die voortdurend met overheden te maken had, daar praktisch inhoud aan zou geven, sloeg ik zijn bijbelcommentaren weer eens op. Dat bracht me bij verrassende dingen.
Wat hij zegt over het opkomen voor degenen die van andermans hulp afhankelijk zijn in een wereld die beheerst wordt door ambitie, hebzucht en corruptie,(2) kon zelfs mijn collega in vervoering brengen.
Aangezet door Calvijn, zocht ik verder in de Bijbel. De ‘koningswet’ (Deut. 17) en de ‘oorlogswetten’ (Deut. 20) – voor ik bij het leger werkte, had ik eroverheen gelezen, maar nu bleken ze verrassend actueel. Israël mocht zich bewapenen, maar mocht er zijn vertrouwen niet op zetten. Ze waren immers het volk van de HEERE. Om dat te laten zien, moesten ze één ‘bewapeningsronde’ achterblijven. De paarden en wagens waar Egypte en de andere volkeren op vertrouwden, mocht Israël niet hebben. Zulke dingen kun je in het atoomtijdperk (daar leven we nog steeds in!) natuurlijk niet letterlijk toepassen, maar ze geven wel duidelijk een richting aan. En wat te denken over het verbod om bij een belegering vruchtbomen om te hakken, wat een gebied voor generaties onvruchtbaar zou maken. De generatie die na de oorlogvoerenden komt, moet ook eten! Dit liet zich op de kazerne prima vertellen. ‘Dat zulke dingen in de Bijbel staan!’ Niet dat men het er dan meteen mee eens was, maar het kwam wel uit een ‘onverdachte’ bron.
Ik zou willen dat een collega die in Afghanistan gediend heeft, de exegese van deze gedeelten nog eens opnieuw zou doen. Het kan haast niet anders of dan komen er nieuwe dingen naar voren.

Paulus en de koningen
Het werken bij de overheid leerde me dingen in de Bijbel herkennen die ik voor die tijd niet had gezien. Bijbel uitleggen is, in ieder geval voor een deel, ook ‘herkennen’. Zo in het derde deel van Handelingen, waarin Paulus op verschillende niveaus met Romeinse gezagsdragers wordt geconfronteerd. De manier waarop Paulus zijn burgerrecht inzet om de autoriteiten tot handelen te dwingen. Het onderhoud waarin hij stadhouder Felix de les leest over ‘rechtvaardigheid, matigheid en het toekomende oordeel’ (24:25). Daarmee spreekt hij hem op zijn optreden als ambtenaar aan. ‘Matigheid’ is een ambtenarendeugd: het opzij zetten van persoonlijke belangen ter wille van je ambt. Felix schrikt maar houdt Paulus gevangen in de hoop geld van hem los te krijgen (24:26), waaruit blijkt dat de toepspraak niet echt heeft geholpen.
Intussen spreekt Paulus de gezagsdragers aan op hun handelen en houdt hij hun normen voor. Ten diepste gaat het erom dat zij Christus gaan erkennen. Om van Hem te getuigen reist hij ten slotte naar Rome toe (23:11).
Het kon gewoon niet waar zijn wat Conzelmann, een bekende uitlegger van Handelingen, beweerde dat het evangelie ‘het (Romeinse) imperium niet raakt’. Dat doet het duidelijk wel. Reden om er een boekje (3) over te schrijven Zonder ‘herkenning’ vanuit de legersituatie was het daar waarschijnlijk niet van gekomen.

Theocratie
Zoals de profeten in Israël de koningen niet met rust lieten, sprak Paulus de Romeinse autoriteiten aan. Het gaat hier om dingen van blijvende strekking. Er bestaat geen evangelie dat het gezag niet raakt bestaat. Wat zou dat voor een evangelie moeten zijn? Een evangelie enkel voor de ziel? Of voor de christelijke gemeente? Maar er zijn niet enkel zielen in de wereld en de mensheid omvat meer dan de christelijke gemeente. Er zijn ook volkeren, culturen, samenlevingen. En er zijn de autoriteiten die daarover gaan. Die verdienen het, net als in Paulus’ dagen, op rechtvaardigheid en matigheid te worden aangesproken, en waarom ook niet op het toekomende oordeel als het moet?
Gezag kan niet zonder tegenspeler. Dat hoeft niet per se een profeet of een apostel te zijn. Iedere christen kan het worden op de plaats waar hij leeft of werkt. Men kan nu eenmaal geen christen zijn zonder iets voor de wereld of voor je omgeving te willen. En wie wat wil, wil dat ook verwezenlijken, al is het nog zo’n beetje. Theocratie heet dat, dat is: het streven naar het zichtbaar worden van Gods (Grieks: ‘theos’) regering (van ‘krateoo’, regeren) in de wereld. Ik houd van dat woord, niet omdat ik tegen democratie ben, maar om eraan te herinneren dat geen enkele regeringsvorm, de democratie inbegrepen, een garantie voor het goede biedt. Simpel gezegd: iemand moet het voor de vreemdeling opnemen, en voor de arme in deze zelfzuchtige wereld. Iemand moet de leiders herinneren aan de grenzen van gewapende macht. De theocraat zegt: als het volk het niet doet, moeten de christenen het doen, en zo nodig er wat voor wagen.

Wacht houden
Doe het goede, en gij zult lof van haar hebben,’ zegt Paulus, sprekend over de overheid (Rom. 13:3). Dat kan soms standhouden tegen de meerderheid in betekenen. Soms zelfs het verdragen van tegenwerking. Maar ten slotte ondervindt het goede lof, houdt Paulus ons voor, zelfs van de autoriteiten die jou maar lastig vonden. De wacht houden bij het goede, ook als niemand anders dat doet. Ten slotte vaart iedereen er wel bij, ook in het leger.

(1) NGB, art, 36: (…) ‘gehoorzaam (…) in alle dingen, die niet strijden met Gods Woord.’
(2) Uitleg bij Psalm 83:3ev.
(3) Paulus en de koningen. Politieke aspecten van het boek Handelingen. Franeker 1989.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 september 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Predikant bij de overheid

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 september 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's