De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Leuk in de kerk?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Leuk in de kerk?

‘En zij begonnen vrolijk te zijn’

7 minuten leestijd

Wat het huisbezoek betreft noemen we het drempelgesprekken: bij het afscheid nemen komt er op de deurmat ineens nog een heel inhoudelijk gesprek, waarin de kern van het leven met God geraakt wordt. Zo'n drempelopmerking was er ook na een lezing voor de studenten van de Gereformeerde Bond.

Dr.ir. J. van der Graaf sprak tijdens de jaarlijkse studieweek voor studenten theologie vorige maand over leermomenten uit de geschiedenis van de Gereformeerde Bond. Een inhoudelijke bespreking volgde, over belijdenis en kerkorde, over verkiezing en verzoening, over gereformeerd zijn en blijven in de context van de (verdwenen) volkskerk. Op het moment dat de discussie gesloten was en de inleider zijn papieren bij elkaar zocht, kwam er uit zijn mond een ‘drempelopmerking’. Van der Graaf zei: ‘En laat het in de kerk niet ál te gezellig worden.’ Een oproep die het waard is breder overdacht te worden. Vandaag, in deze bijdrage.

Sfeer en gevoel
Mensen zijn als kinderen van de eigen tijd op zoek naar een gemeente die bij hén past en willen een dominee die hén aanspreekt. De nadruk op beleving vraagt ook zondagsmorgen tussen half tien en elf uur om een goede sfeer, een plezierig gevoel. Niemand zit te wachten op een saaie kerkdienst, terecht. Maar betekent dit ook dat de samenkomst van de gemeente léuk moet worden?
Voor mij werd de vraag actueler, toen ik – her en der in ons land – enkele diensten meemaakte waar een- en andermaal gelachen werd. Niet de glimlach om de mond als de voorganger een trefzekere opmerking maakt, niet de onderbreking van de gespannen aandacht door een opmerking vol zelfrelativering voor in eigen oog belangrijke mensen, maar een gemeente die lacht als een door de voorganger beoogd effect. Laten we díe kant echt niet opgaan.

Band in de gemeente
Saamhorigheid in de christelijke gemeente groeit als vrucht van de boodschap van het evangelie en de ervaren gemeenschap. Dat is een gave, juist in een tijd vol relatieproblemen, een tijd waarin ouderen en drukke mensen eenzaamheid kennen. Dan heb je de band binnen de gemeente nodig. De gemeente, daar hoor je bij. Zowel de concretisering in het blootleggen van de zonde, de scherpte in het aanwijzen van alles wat in mijn leven voor God niet bestaan kan, als de verkondiging van het bevrijdende evangelie, het leven en werk van Jezus Christus – het doet mij samen met anderen buigen voor de Heilige Schrift. Hoofd voor hoofd aangewezen op genade.
Soms kun je in de goede zin voor een ander luisteren, een gezinslid of een vriend, als je weet waar hij of zij naar verlangt, als je bemerkt dat de Geest hun levensomstandigheden raakt met het Woord. Ook dat geeft een band.
Soms zie je de bewogenheid op het gezicht van een avondmaalganger, met wie je gezien en gehoord hebt: ‘Ik voor u, omdat u anders de eeuwige dood zou sterven.’ Dat geeft een band, ook al ken je in een grote gemeente niet alle mensen persoonlijk.
Eens per jaar staan jonge mensen voor in de gemeente, waar ze vrijmoedig of schuchter het geloof belijden. Wie daarvan getuige is, neemt hen op in de kring van de belijdende leden, ervaart een band. Maar, versimpeling in de kerkdienst, ook infantilisering genoemd, uit zijn op een goedkoop effect, dat verstoort de band en leidt slechts tot onderlinge vervreemding.

Inhoud en sfeer
Prof. Gerben Heitink heeft er in zijn boek Een kerk met karakter op gewezen dat infantilisering een reëel gevaar in de kerk is. ‘De wijze waarop ouderen worden aangesproken, heeft vaak een hoog kleutertje-luistergehalte’, schrijft hij. Heitink analyseert met name het leven van gemeenten in de breedte van de Protestantse Kerk, waar inhoud volgens hem heeft ingeleverd ten koste van de sfeer. Ik poneer de stelling dat het ook in de kring van de Gereformeerde Bond nodig is te beseffen wat kenmerkend is voor de eredienst.

Dr. H. de Leede zette enige jaren geleden als kop boven een meditatie in het blad Wapenveld: ‘De ernst van het Evangelie is niet gewichtig’. Daarmee bedoelde hij dat Jezus met een enkel woord onze menselijke gewichtigdoenerij aan het licht brengt en met de orde van Zijn Koninkrijk een omkering van waarden bewerkt. In die bijdrage zei ds. De Leede ook – hij haalde de vraag van middeleeuwse theologen aan of Jezus in Zijn leven gelachen heeft – dat er te veel haast in het evangelie zit om ontspannen te kunnen lachen. ‘En de ernst van het evangelie leent zich niet voor het cabaret. De hoogspanning van de oproep tot omkeer mag niet ontladen worden in de humor of de grap.’

Priester
Het waarderen van een sfeer van gezelligheid in de kerkdienst, de waardering voor een predikant die een lacheffect beoogt – het hangt af van onze visie op de kerkdienst, die in de gereformeerde traditie verstaan is als een ontmoeting tussen de levende God en Zijn gemeente. Die traditie stoelt op bijbelse papieren. In Exodus 25 zegt de Heere ‘bij u te komen van boven het verzoendeksel’, dan ‘zal Ik met u spreken over alles wat Ik u voor de Israëlieten bevelen zal.’ De heiligheid van God, de eerste eigenschap van de Heere, kwam er onder meer in uit dat de priester een plaat van zuiver goud droeg, waarin gegraveerd was: ‘De heiligheid van de Heere.’

Ook Mozes stond voor het aangezicht van de levende God op heilige grond, zodat hij zijn schoenen uit moest doen (Ex. 3:5), teken van het afstand nemen van het alledaagse leven. Juist onze voorgangers mogen in de gemeenten het besef levend houden dat heilige eerbied verweven is met het naderen tot God, met het luisteren naar Zijn stem. Dat heeft alles te maken met de stijl van en de woordkeus in de eredienst.

Verheven en nabij
Deze bijbelse notie is geen pleidooi voor afstandelijkheid. Want al is de Heere verheven, Hij is tegelijk nabij gekomen, eerst door de profeten te zenden en daarna toen Hij sprak door de Zoon, die de afstraling van Gods heerlijkheid is. Leven we in de gemeente met een op de Bijbel geënt zicht op God, dan laten we Zijn majesteit en Zijn nabijheid naast elkaar staan. God is zó bijzonder dat Hij zich geheel onderscheidt van de wereld buiten Hem. Dat is Zijn heiligheid. En die heiligheid mag niet alleen de dienst aan Hem, maar ook Zijn Naam, Zijn dag, Zijn gemeente stempelen. Die heiligheid bepaalt de omgang met de Heere, als de gemeente op zondag voor Zijn aangezicht samenkomt. In die heiligheid ligt haar vreugde.

Vrolijkheid
Waar de gemeente dat geleerd heeft, is het in de kerk niet leuk, maar wel vrolijk. De psalmdichter roept ons op vrolijk te zingen voor God, onze sterkte (Ps. 81) en spreekt over vrolijkheid voor de oprechten van hart (Ps. 97). Dat is de troost van Zondag 1, dat is vrolijkheid om wat de Heere doet, die zich uit in een loflied, maar ook in stilheid voor Zijn aangezicht.
De vrolijkheid van de psalmen vinden we terug in Lukas 15, waar een verlorene thuiskomt. ‘En zij begonnen vrolijk te zijn.’ Die vrolijkheid wordt door Paulus blijdschap genoemd, die zelfs volkomen is als hij eensgezindheid en liefde in de gemeente ontmoet. (Filipp. 2:2) Die blijdschap te stimuleren, dat is het uiteindelijke doel van de apostel en allen die in de gemeente werken. Want wat zijn we? Medewerkers aan uw blijdschap (2 Kor. 1:24).

Overwinnaars
Op de vreugde loopt het voor al Gods kinderen uit. ‘Wie zou U niet vrezen, Heere, en Uw Naam niet verheerlijken? Immers, U alleen bent heilig’, zingen de overwinnaars uit Openbaring 15, allemaal. Leuk moet het niet gaan worden in de kerk, ook niet gezellig in menselijke zin. Maar dít is waar, dat heiligheid en vreugde bij Christus’ gemeente horen. Al zaaien we in dit leven nog met tranen, de vreugde is er ook. Laten vooral onze jongeren het mogen zien.
Heiligheid en vreugde, daarvan zal eens Gods Koninkrijk vol zijn. Van Hem is de heerlijkheid, tot in eeuwigheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 september 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Leuk in de kerk?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 september 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's