De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Werk van de Heilige Geest

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Werk van de Heilige Geest

Evangelicalisering van de gemeenten [8]

8 minuten leestijd

Het bijzondere werk van de Geest richt zich met name op wat Christus voor ons verricht heeft tot onze zaligheid. Hierover gaat het in dit artikel, waarin we gereformeerde en evangelische accenten willen wegen.

De Heilige Geest is overigens als God bij alle werk van de Vader en de Zoon betrokken. Het algemene werk van de Geest richt zich voor al op de arbeid van de Vader, onze Schepper. De Heilige Geest doet het gras groeien, houdt mede de schepping in stand.
Het bijzondere werk van de Heilige Geest kunnen we het beste weergeven als toepassing van het werk van Christus aan zondaren. We spreken dan van rechtvaardiging en heiliging. Ze vormen samen het centrale werk van Christus door de Geest. Onder rechtvaardiging verstaan we vergeving van zonde. Heiliging is vernieuwing van ons hart en leven.
Zowel rechtvaardiging als heiliging is werk van Christus op Golgotha en met Pasen voor ons verdiend. Ook de heiliging ligt kant en klaar op ons te wachten sinds Christus uitriep: ‘Het is volbracht’. Heiliging is dus geen werk van ons. Het is arbeid van Christus door de Geest in ons uitgewerkt. Hierbij blijven we niet lijdelijk toezien. De Heilige Geest herschept ons zo dat we met alle vezels van ons bestaan erbij betrokken raken. De Heilige Geest zorgt er daarbij echter voor dat onze ik-gerichte-eigendunk niet groeien kan. Het kan en mag niet bestaan dat er gereformeerde en/of evangelische farizeeërs rond gaan lopen. Eigen roem stinkt. Roemen in de Heere geeft goede geur.

Heilig in Christus
Heiliging maakt onszelf dus niet almaar heiliger in eigen ogen. Een oude uitdrukking geeft dat schitterend weer door te stellen dat de heiliging een kwestie is van ‘minder zonde doen en groter zondaar worden (in eigen ogen)’.
Overigens is er in de theologie voortdurend discussie gevoerd over het feit of er wel echt sprake kan zijn van ‘minder zonde doen’. Kohlbrugge had er fors zijn twijfels over en kwam niet veel verder dan: ‘Ik ben heilig in Christus, nooit in mijzelf ’. Persoonlijk menen we dat er in dit leven wel sprake kan zijn van werkelijke heiliging. Uiteraard nooit met de bedoeling er enige geestelijke hoogmoed mee te voeden. Ook nooit met de gedachte dat die werkelijke heiliging een florissant geheel zal worden. Ondertussen is het er wel. Dat hangt samen met het werk van de Geest, want die Geest werkt niet in het luchtledige, doch in concrete mensen. Bijbelse taal zoals levendmaking, wedergeboorte, verandering van gemoed, vernieuwing van handel en wandel, de zonde haten, eerbiedig ontzag hebben voor God, komt hierbij in het vizier. In hoeverre er ook sprake is van groei in deze heiliging, is weer een eigen verhaal. Een verhaal waarin we niet verder komen dan een klein begin(sel) van nieuwe gehoorzaamheid. We blijven met ons christen-zijn steeds heel laag bij de grond. Niet met de bedoeling voortdurend in mineur te zijn, wel om hoog op te kunnen zien naar onze heerlijke Heiland.

Geloofszekerheid
In de Reformatietijd is dat diep gepeild onder woorden gebracht in de gouden uitdrukking ‘tegelijk gerechtvaardigd, tegelijk zondaar’. Kohlbrugge zou zeggen: ‘Tegelijk geheiligd (in Christus), tegelijk zondaar’. Wie gelooft, is volkomen verlost door Christus en blijft tegelijk zondaar. Hiermee worden twee valkuilen omzeild, het ravijn van geestelijke hoogmoed en de afgrond van wanhoop. De Geest wil ons voortdurend doen wandelen op de vaste rotsgrond van wat Christus voor ons deed.
Dat we ‘tegelijk zondaar’ blijven, wil dus niets afdoen aan de zekerheid van ons geloof. Immers, die geloofszekerheid rust niet in onze gebrekkige heiliging. Ze rust in de volkomen rechtvaardiging door Christus verworven. Het geloofshouvast ligt buiten ons verankerd in Christus en daarom is gelovig zien op Hem noodzaak. Wie geloofszekerheid ziet als groeien van een christen in heiliging, komt óf op een uiterst wankel voetstuk boven het ravijn van hoogmoed te hangen, óf dreigt te verdwalen in de mist met de afgrond van wanhoop als gevolg. De heiliging blijft onvolkomen en is geen basis voor geloofszekerheid. Wel kan het er iets in ondersteunen.

Schriftgedeelten
Romeinen 7:13 t/m 26; Romeinen 8; Efeze 1:1 t/m 14.

Verdere studie
- J.I. Packer: Wandelen door de Geest; Hoenderloo 1984;
- Dr. B. Wentsel: De Heilige Geest, de Kerk en de laatste dingen’; Dogmatiek, deel 4a, Kampen 1995.
- W.A.Hoek: H.F. Kohlbrugge, de onheilige heilige, Amsterdam 1964.

Rampgebied
Het is daarom aanvechtbaar wanneer gezegd wordt: ‘Wie vergeving heeft gekregen voor zijn zonde, moet nooit meer enige zonde oprapen’. Zeker, er zit een waarheidselement in, namelijk: ‘Vergeven is vergeven’ en ‘beloofd is beloofd’. Het heeft dus te maken met de trouw van God en de roeping Hem geheel te ver trouwen. Toch mag niet vergeten worden dat de satan voortdurend blijft aanvechten, dat ook ons geloof zwakheden kent, dat aanklevende zonden ons blijven aanklagen, dat de zondige wereld blijft trekken.
Onhelder zicht op de rechtvaardiging geeft overwaardering van de heiliging en brengt in een rampgebied. Dat is het rampgebied waarin we zeggen: ‘Ik ben christen, heb vergeving ontvangen. Dat heb ik gehad. Nu komt de heiliging om daarin almaar verder te groeien.’ Je krijgt dan ‘christenen’ die onbekend blijven met zelfverloochening. Ze stralen altijd, doch missen de droefheid naar God. Theologisch betekent dit dat de heiliging nooit mag samenvallen met de rechtvaardiging, zoals bij Rome, noch dat de heiliging los komt van de rechtvaardiging, waartoe men in evangelische kring sterk geneigd is. Heiliging is een eigen werk van de Geest naast rechtvaardiging. Tegelijk is het nauw ermee verbonden.

Onze geest
Een gevoelig punt is de relatie van het werk van de Heilige Geest met dat van onze geest. In onze tijd van gevoelscultuur luistert het hierin nauw. Bepalend is dat het startpunt van het werk van de Geest buiten ons ligt. Het begint bij de Doop, waarin de Geest ons wordt toegezegd. Bepalend is ook dat de Geest werkt door het Woord en dat daarbij onze oude mens wordt afgebroken. Die oude mens is weliswaar op Golgotha heilshistorisch met Christus meegestorven, doch dient heilsordelijk door het werk van de Geest nog metterdaad te sterven, opdat wij het gevoelen van onze geest niet aanzien voor dat van de Heilige Geest. Geloofsenthousiasme kan anders zomaar omslaan in bittere vijandschap tegen Christus. De ene dag roepen we Hosanna, de andere dag Kruis Hem. Nodig is dat we voortdurend grondiger leren afsterven aan onze oude mens, zodat we gelouterd worden. Dit heeft ook te maken met de vervulling met de Heilige Geest. Die vervulling kan er pas zijn wanneer wij leeg worden van onszelf. Zo komt er plaats voor de volheid van de Geest en de volle verzegeling met de Geest. Die verzegeling is er vanaf het moment dat we geloven in het Woord als kracht Gods tot zaligheid. Toch zijn er ook graden in die verzegeling, zonder dat we spreken van second blessing. De Geest wil ons in de weg van verootmoediging en overgave zozeer voller verzegelen dat de vreugde, de zekerheid en de troost in Christus uitbundig overstelpend worden. De Heilige Geest getuigt dan onweerstaanbaar met onze geest dat we kinderen van God zijn. Soms kan mij de vrees bekruipen dat we dit gaan kwijtraken in de gereformeerde gezindte, wat kan samenhangen met het feit dat we de ware verootmoediging en geloofsovergave gaan verliezen. Immers, dán pas kan de Geest volop getuigen met onze geest wanneer we leren zingen: ‘Toen alle hoop mij gans ontviel, daar niemand zorgde voor mijn ziel ...’

Toe-eigening
We noemen nóg een gevoelig punt. Vaak hoor je zeggen: ‘God heeft je lief zoals je bent, dus zeg maar ja tegen Hem en je bent gered.’ Op deze manier worden we echter tot kind van God ‘gebombardeerd’, terwijl de Heilige Geest geen enkele kans krijgt Zijn toepassend werk aan ons te verrichten. Wie zegt ‘God heeft je lief, zoals je bent’, moet er echter bij zeggen ‘met de bedoeling de zonde in je leven op te ruimen’. Er moet dus bekering komen, verbrijzeling van hart, opdat we door de nood gedreven nergens rust zullen vinden dan in Christus.
Dit heeft ook te maken met het zogenaamde ‘kiezen voor Jezus’. Wie dat doet in eigen kracht, zit fout. Christus alleen geeft door de Geest kracht en trekt ons als de grote Magneet over de laatste streep heen. We kunnen door het geloof Gods genade pas aannemen, wanneer de Heilige Geest het aan ons toepast. Toepassing door de Geest en toe-eigening in het geloof horen als hol en bol bijeen. De Geest kan Gods genade enkel aan ons kwijt wanneer wij lege geloofshanden hebben. Ontdekking aan onze zondige verlorenheid is daarbij wezenlijk, want slechts zij die ziek zijn, hebben de hemelse Arts nodig.

Zout
Wat de relatie gereformeerd en evangelisch betreft wordt nogal eens gezegd dat wederzijdse bevruchting goed zou zijn. Zelf wil ik pleiten voor de optie waarbij we beide grondig teruggaan naar de Schrift. Dit oergereformeerde gegeven waarbij ook de belijdenis volop meespeelt, zal uitermate zegenrijk doorwerken, ook naar het evangelisch denken toe.
Gereformeerd zijn is nooit een stilstaand water. Altijd is er de beweging van diepere ontdekking aan eigen verlorenheid, van heerlijker leven uit de volheid van heil in Christus, van verdere verlichting met en herschepping door de Heilige Geest, van rijker verstaan van de boodschap van de Schrift. Dat zal voor eenzijdigheden bewaren.
De gemeenschap der heiligen zullen we niet verstaan los van de kerk als verbondsgemeenschap en als instituut; in de heiliging zullen we niet (zomaar) aansluiten bij de huidige cultuur, noch zullen we het evangelie willen enten op die cultuur; we willen vanuit het Woord zout zijn in die cultuur, zodat die herschapen wordt.

Over twee weken gaat prof. dr. J. Hoek in de serie ‘Evangelicalisering van de gemeenten’ in op de vraag naar de waardering van het aardse leven in het gereformeerde denken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 september 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Werk van de Heilige Geest

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 september 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's