Adullam biedt geen soelaas
Meditatie: Micha 1:15b
Als kinderen in het bos spelen, maken zij soms een schuilplaats. Als zij dan door iemand achterna gezeten worden, kunnen zij zich verstoppen. Maar bij een bosbrand zijn zij daar niet veilig. Dan moeten zij een betere schuilplaats zoeken.
'Hij zal komen tot aan Adullam, tot aan de heerlijkheid van Israël.'
Adullam is bekend als schuilplaats van David, als hij op de vlucht is voor koning Saul. Dat is in de tijd van Micha inmiddels zo’n tweehonderdvijftig jaar geleden.
Wat profeteert Micha? Dat die vroegere schuilplaats Adullam nu geen veiligheid zal bieden, want nu zal er niet een koning Saul komen (met een betrekkelijk klein legertje), maar er zal een veel grotere vijand komen (met een machtig en sterk leger). Tegen dat grote leger zal men zelfs in Adullam, de heerlijkheid van Israël, niet veilig zijn.
Wat is de oorzaak? Vers 5 spreekt over de overtreding van Jakob en de zonde van het huis van Israël. Vandaar het oordeel dat komt over Samaria, over Jeruzalem, als het zich niet tot God bekeert en over Adullam.
Heerlijkheid
Hoe huiveringwekkend: een schuilplaats, waar je denkt veilig te zijn, maar daar komt de vijand aan en hij neemt die zogenaamde veilige schuilplaats in. Het is zoals bij die kinderen, die in het bos aan het spelen zijn. Ze hebben zich in hun schuilplaats verstopt, maar dan komt die bosbrand. Je wilt er niet aan denken.
Adullam heet hier de heerlijkheid van Israël, zo verklaart onder andere Calvijn. De kanttekeningen in de Statenbijbel denken dat deze heerlijkheid een aanduiding is van de stad Jeruzalem. Er zijn nog meer verklaringen, maar wij houden het er op, dat Adullam hier de heerlijkheid van Israël genoemd wordt, omdat het sinds de bescherming van David een zekere vermaardheid in Israël heeft ontvangen.
David is immers de toekomstige koning van Israël, de drager van de belofte van God. Aan David was door Samuel zelfs een eeuwig koningschap toegezegd. Zouden we dan niet mogen zeggen, dat Adullam een heerlijkheid wordt genoemd, omdat de drager van Gods belofte er een schuilplaats heeft gevonden?
Geloof en bekering
Maar wat gebeurt er in de tijd van Micha? Het blijkt, dat van de dragers van de belofte wel geloof en bekering worden gevraagd, ook van hen, anders zullen zij met belofte-en-al nog in ballingschap worden afgevoerd.
Wij leren hier, dat ook de dragers van Gods belofte (zoals Adullam, en het koningshuis van David, en ook wij als leden van de christelijke gemeente) met belofte-en-al ten onder kunnen gaan, als namelijk met de HEERE geen rekening wordt gehouden; en afgoden worden gevolgd. Wij zijn ook dragers van Gods belofte, niet van een koningschap, maar wel van een kindschap. Ons is het kindschap van God beloofd en toegezegd. In de Heilige Doop hebben wij daarvan het teken en zegel. Anders gezegd: wij zijn dragers van de belofte dat de HEERE onze Schuilplaats wil zijn.
Maar als wij onze eigen gang gaan; als u uw afgoden vasthoudt; als wij de Heere Jezus links laten liggen; dan zal die belofte tegen ons getuigen, want God wil Zijn beloften vervullen in de weg van geloof en bekering. Het gaat er om, dat wij de HEERE liefhebben met ons hart en dat wij Hem gehoorzamen met onze hand.
Christus
Wij hebben Christus Zelf nodig als de Schuilplaats. Wie door het geloof met Christus is verbonden, is veilig in deze Schuilplaats. Die hoeft straks op de oordeelsdag niet angstig te roepen: 'Bergen, valt op ons; en heuvelen, bedekt ons'. Die heeft in dit leven al zijn Schuilplaats in Christus gevonden. Hij is de onbedrieglijke Adullam.
Wij moeten in Christus zijn door het geloof in Hem. Wij zullen in de nood van ons leven tot Christus vluchten als de Schuilplaats die wij nodig hebben voor onze zonde en schuld. Hebt u Hem nodig? Geen vijand kan iemand bij Christus vandaan rukken. Micha zegt, dat de vijand tot Adullam komt. In deze ‘heerlijkheid van Israël’ ben je niet veilig. Maar van Christus als Schuilplaats geldt, dat de duivel wel tekeer kan gaan, maar dat zelfs geen duivel de schapen van Christus uit Zijn hand kan rukken, zeker weten.
Wie in Hem is, is eeuwig veilig, maar buiten Hem ben je voor eeuwig onveilig. Want ook dit is waar: buiten Jezus is geen schuilplaats, maar een eeuwig zielsverderf.
Daarom zal niet Adullam onze ‘heerlijkheid’ zijn, maar Christus alleen. Wie in Hem gelooft, die zegt: Wij hebben ZIJN heerlijkheid aanschouwd, namelijk de glans en de schittering van Zijn vergevende genade.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 september 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 september 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's