Op zoek naar menselijkheid
Terugkijken op 27 jaar legerpredikantschap [3]
Twee jaar reisde de Institutie van Calvijn met mij mee, en een aantekenschrift om alle plaatsen over mens-zijn en menselijkheid te noteren. Want in het leger praat je met de predikant meestal over wat je als mens bezighoudt.
Toen Paulus als schipbreukeling op Malta aanspoelde, was hij verbaasd over de goede behandeling die hem en zijn medeschipbreukelingen ten deel viel. Het eiland stond bekend als een zeeroversnest. Wie er terechtkwam, bevond zich buiten de beschaafde wereld, te midden van ‘barbaren’, zoals ieder die geen Griek of Romein was in die dagen werd genoemd. Paulus wil daar niet van horen. Die (zogenaamde) barbaren betoonden ons, schipbreukelingen, een ‘meer dan gewone mensenliefde’, zo lezen we in het boek Handelingen (28:2). Met andere woorden: voel je niet te gauw boven iemand verheven, oordeel niet te vroeg.
Tussen mensen
Toen ik net legerpredikant was, vroeg men vanuit kerkelijke kring nogal eens of het in het leger een beetje uit te houden was. Daar zat iets van bezorgdheid in. Hoe redt een dominee zich buiten de kerk, tussen al die ongelovigen? Wordt hij geaccepteerd? Wordt er om hem gelachen? Wel, ik kan iedereen gerust stellen. Een predikant is in het leger een gerespecteerd persoon. Hij wordt er, door gelovigen en niet gelovigen, met alle egards behandeld.
In het leger heb je als predikant niet zozeer met gelovigen, maar met mensen te maken. Ook gelovigen praten met de legerpredikant meestal over wat hen als mens bezighoudt. Daar zitten de kwesties waarover ze hun verhaal kwijt willen, in de verwachting dat jij naar hen luistert, maar misschien toch ook hopend dat jij ook van jouw kant iets zinvols in te brengen hebt. Over de uitdaging die daarin lag, heb ik in het eerste artikel geschreven. Ik kon de dingen waar het in de gesprekken over ging, theologisch een plaatsje geven. Maar ik hoopte op meer: een eigen, theologische bijdrage aan de kwesties die in de gesprekken aan de orde kwamen.
Calvijn en de menselijkheid
De hulp kwam van een andere kant dan ik verwachtte. Terwijl ik in Calvijn las, viel het mij op hoe vaak hij de woorden ‘menselijk’ en ‘menselijkheid’ gebruikte. Zo kan hij over bepaalde wetten waar hij het niet mee eens is, zeggen dat ze niet alleen met elke vorm van rechtvaardigheid in strijd zijn, maar ‘zelfs met elke menselijkheid’. Dat laatste vindt hij dus het ergste. Voor iemand die zo kan spreken, moet menselijkheid wel erg belangrijk zijn.
Calvijn en menselijkheid
Een combinatie die ik niet had verwacht. Calvijn was voor mij de man van het strakke denken, geheel gericht op de gloria Dei, de eer van God. De man ook van de predestinatie, de voor-bestemming: het menselijk bestaan, met al zijn plannen en beslissingen opgenomen in het besluit van God, op weg naar een door Hem bepaalde bestemming. Een duizelingwekkende gedachte, waarbij je als mens een stipje bent in de voortrazende stroom van Gods besluiten. Een stroom waarin je je enkel in puur vertrouwen mee kunt laten drijven, op weg naar het doel dat Hij heeft vastgesteld. Het is alles God bij Calvijn. Blijft er in zijn denken nog wel ruimte voor de mens over?
Twee jaar reisde Calvijns Institutie met mij mee, en een aantekenschrift om alle plaatsen over mens-zijn en menselijkheid te noteren, en om nadat alles aangetekend was, iedere plaats nauwkeurig te bekijken en de plaats ervan in het geheel van Calvijns denken te bepalen. Een spannend avontuur, waarbij zich langzaam een beeld begon te vormen van wat Calvijn zich bij menselijkheid voorstelde. Calvijns mensbeeld heeft vele kanten. Hier volgen een paar voorbeelden van wat hij als menselijk zag.
Veelzijdig mensbeeld
Een mens denkt. Hij kan kwaad denken, als zondaar. Hij denkt ook goeds, door Gods genade. Maar hij denkt. Dat hoort bij het mens-zijn. Belangrijk om voor op te komen in het leger (en in vele andere organisaties) waar zo vaak vóór je wordt gedacht. Waar enkel gehoorzaamheid wordt geëist, zonder mogelijkheid om zelf te denken, raakt het mens-zijn zelf in de knel.
De mens wil ook wat. Willen hoort, net als denken, bij het mens-zijn. Ook al zoiets wat in organisaties gemakkelijk op de tocht komt te staan. Je kunt niet eindeloos tegen iemand zeggen: ‘Jij hebt niks te willen.’ Veel mensen worden geleefd, door mensen of omstandigheden. Het is goed dan eens te vragen: ‘Wat wil jij nu eigenlijk?’ en te kijken wat daarvan te realiseren is.
Een mens voelt ook. Voor Calvijn een aangelegen punt. Hij bestrijdt de stoïcijnen, die vonden dat een mens zich altijd in bedwang moest houden. Calvijn liet zijn woede wel eens gaan. Later verontschuldigde hij zich dan met een beroep op zijn karakter: ‘Je weet hoe ik ben.’ Zijn vrienden accepteerden dat van hem. Mensen hebben gevoelens en die moeten er af en toe eens uit. Ouders die een kind verloren hebben, waarschuwt hij hun gevoelens van verdriet niet te onderdrukken. De belofte van eeuwig leven staat. Troost ontleen je eraan als je eraan toe bent.
Genieten
Op het punt van gevoelens moet Calvijn een indrukwekkend pastor zijn geweest. Wat hij er, ook in brieven, over zegt, is ook vandaag nog actueel. Hoeveel mensen, met name ook gelovigen, nemen zich hun gevoelens kwalijk, omdat ze vinden dat men, zeker als gelovige, sterk zou moeten zijn. Gevoelens horen bij het mens-zijn, vindt Calvijn. Geef ze daarom de ruimte. Een mens moet ook genieten. Dat hadden we van Calvijn niet verwacht. Dat komt door zijn navolgers, die het genieten een beetje zijn vergeten. Maar Calvijn is duidelijk: een leven dat geheel in het nuttige opgaat, is onmenselijk. Genieten hoort bij het mens-zijn. De schepping is er zelfs op ingericht. Voedsel voedt niet alleen, het is ook lekker. God heeft Zijn schepselen geur en kleur gegeven, louter om ons te laten genieten. Meer nog, Hij geniet er ook Zelf van. Genieten is delen in de vreugde die God zelf aan Zijn schepping beleeft. We moeten niet vergeten dat Calvijn een Fransman was en van een goed glas wijn wist te genieten. Of een mens mocht genieten, was voor hem geen vraag. Integendeel. Hij vond dat men Gods goedheid tekort deed, als men niet genoot. Intussen mocht het leven niet opgaan in genieten. Er moest evenwicht zijn. ‘Geniet, maar drink met mate’ zou een uitspraak van Calvijn kunnen zijn.
Bedreigd en kwetsbaar
Een mooi punt voor deze tijd, die zo op efficiency gericht is dat alles in het nut lijkt op te gaan, waartegen men dan een tegenwicht zoekt in een genieten dat zo afstompt dat het geen genieten meer is. Calvijn kiest zijn weg tussen beide uitersten en gaat er tegelijk ver bovenuit: genieten is met God meegenieten. De actualiteit van Calvijns gedachten hebben zich bij mijn werk in het leger bewezen, zowel in discussies met het management dat alles steeds efficiënter wilde hebben, als in discussies met jongeren die vonden dat het leven enkel genieten zou moeten zijn. Maar het menselijk bestaan is ook bedreigd en kwetsbaar. Daar zal men mee moeten leven, vertrouwend op God en levend met de hoop dat Hij eens alles wel zal maken. Een nuchtere boodschap voor deze tijd, waarin men zich tegen alles wil beveiligen.
Een mens kan ook niet zonder medemensen. Gelovigen vormen een gemeente, maar mensen leven ook samen in families, dorpen en steden, landen er volkeren. Daar zal men rekening mee moeten houden. Tenslotte gaat het om de mensheid als geheel. Bij het woordje 'onze' in het Onze Vader denkt Calvijn niet alleen aan medechristenen, maar aan 'alle mensen, die op de aarde leven.'. Bij God is hoop voor allen. Wie zo bidt, heeft een ruime blik. Eenkennigheid kan men Calvijn niet verwijten.
Er is nog meer. De mens in zijn lichamelijke gestalte, waarin zich iets van de glans van de Schepper weerspiegelt. De adel van de menselijke ziel, zich uitend in kunsten en wetenschappen. Zo schetst Calvijn, op grond van Schrift en ervaring, een veelzijdig beeld van wat menselijk is. Genoeg om een boek van te maken (1).
Een werkbare visie
Ik heb geprobeerd Calvijns gedachten, meer dan hij zelf heeft gedaan, een plaats in zijn denken als geheel te geven.
De binnenste cirkel van zijn denken zou men de zuiver theologische kunnen noemen. Daarin gaat het om schepping, zonde, genade, het werk van Christus en de Heilige Geest, uitlopend op een einde waarin de doden zullen leven en alles zal worden rechtgezet.
Daaromheen loopt een tweede cirkel, die ik die van de gerechtigheid zou willen noemen. Daarin gaat het om vragen van goed en kwaad, recht en onrecht. Vragen die niet alleen in gelovige kringen maar ook daarbuiten worden bediscussieerd. De christen mengt zich in die discussie en levert daar, nadenkend over wat hij leest in de Bijbel, een eigen bijdrage aan.
Om deze cirkels heen zou ik een derde cirkel, die van de menselijkheid, willen trekken. Daarin komen de dingen ter sprake die leven en leefbaarheid betreffen. Ook hierin kan de christen een eigen bijdrage leveren, zoals we boven zagen. Men hoeft hier niet te blijven staan bij wat Calvijn gezegd heeft, al is dat veel en wezenlijk. Zo kan men mensen die in de kramp leven van geen fouten te mogen maken, op de menselijke zwakheid wijzen. Denk ook aan de humor, die het menselijk leven draaglijk maakt.
Voor mijn werk was belangrijk dat Calvijn een visie op mens-zijn biedt die ook aan niet gelovigen valt uit te leggen. Tegelijk is het een visie, geïnspireerd door Schrift en geloof, dus vanuit de binnenste cirkel. Dat mag bij het uitdragen ervan niet uit het oog worden verloren. Een christen mag niet nonchalant, letterlijk een mens ‘zonder warmte’ zijn, vindt Calvijn. De warmte van zijn geloof moet voelbaar blijven, ook als hij over het mens-zijn spreekt. Het gaat niet zonder dagelijks ‘Onze Vader’.
(1) God, mens, medemens. Humanitas in de theologie van Calvijn, Franeker 1992.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 september 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 september 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's