Begenadigd prediker
Onderzoek naar Ambrosius’ preek over Jozef
De kerkvader Ambrosius is bij velen alleen bekend als de bisschop van Milaan die zo’n belangrijke rol gespeeld heeft bij de bekering van Augustinus. Die was zojuist losgeraakt van een sekte. Hij leefde in verwarring en was naar God op zoek. Vooral de prediking van Ambrosius had een grote uitwerking op Augustinus en hielp hem om God te vinden.
Toch is in de verdere geschiedenis van de kerk Ambrosius in de schaduw van zijn leerling terechtgekomen. Dat kon ook nauwelijks anders, gezien de uitzonderlijke gave die Augustinus kreeg om het christelijk geloof uit te dragen en in hoogte en diepte te doordenken. Zo is Augustinus tot op deze dag - na Paulus - wel de grote leraar van de (westelijke) christenen.
Dat laat onverlet dat ook Ambrosius een bijzonder begaafd man was die een opmerkelijke positie heeft ingenomen in de kerk van zijn dagen. Op politiek vlak: hij had nauw contact met verschillende Romeinse keizers en had daardoor grote invloed. Dat gebeurde zeker niet door de keizer te vleien en naar de mond te praten. Als keizer Theodosius in 390 uit wraak een massamoord laat plaatsvinden, eist Ambrosius van de keizer eerst openbare boetedoening voor hij weer het sacrament mag ontvangen.
Geloofsmoed
Niet alleen tegenover de overheid, maar ook in het kerkelijk leven heeft Ambrosius een standvastige positie ingenomen. Zoals zijn (ongeveer veertig jaar oudere) mede-bisschop Athanasius in de kerk van het oosten, zo heeft Ambrosius in de kerk van het westen gestreden tegen de dwaling van Arius. Deze leerde dat Jezus niet de eeuwige Zoon van God was, maar een hoger schepsel, dat als tussenwezen diende tussen God en ons mensen.
Wat is Ambrosius van immens belang geweest om de kerk van het Westen in het spoor van het heilig geloof te houden. Wat moet dat een standvastigheid, geloofsmoed, overtuigdheid gevergd hebben. Aan deze mannen zie je hoe belangrijk de gave van volharding en vrijmoedigheid is om het heilig geloof tegen alle dwalingen en wind van leer uit te durven dragen. Verder heeft Ambrosius de kerkelijke zang door hymnen verrijkt (denk bv. aan het Ambrosiaanse lofgezang). Ook zijn er van hem (vooral) vele exegetische werken, die bewerkingen van preken zijn, waaruit naar voren komt hoe Ambrosius een bijzonder en begenadigd prediker was.
Ambrosius over Jozef
Over een van deze exegetische werken heeft dr. M.A. van Willigen een proefschrift geschreven, verdedigd op 2 juli jl. aan de universiteit van Nijmegen. Hij heeft daarvoor Ambrosius’ geschrift over Jozef onderzocht. Dr. Van Willigen is docent Klassieke Talen te Apeldoorn, docent Nieuwtestamentisch Grieks aan de Christelijke Hogeschool te Ede en docent Oude Geschiedenis aan de lerarenopleiding (LVO) te Gouda.
Het is een hele prestatie om naast een drukke baan ook een proefschrift te schrijven. Tegelijk is het dagelijks werk van dr. Van Willigen ook bepalend geweest voor de richting van het proefschrift. Een theoloog zou vooral de exegetische methoden en de theologische inhoud onderzoeken. Maar Van Willigen is classicus. De hoofdmoot van zijn proefschrift bestaat uit een onderzoek naar de tekst van het geschrift van Ambrosius. Daar blijkt dr. van Willigen een zeer bekwaam onderzoeker. De betekenis van Latijnse woorden, taalkundige aspecten, retorische middelen, het komt allemaal grondig aan de orde. Verdere onderzoekers van teksten van Latijnse kerkvaders kunnen hiermee hun winst doen.
Bijbeluitleg
Voorafgaand aan dit hoofddeel geeft dr. Van Willigen eerst een korte schets van het leven van Ambrosius. Daarna volgt (eveneens beknopt) een schets van de manier waarop Ambrosius de tekst uitlegt. Hij ziet drie lagen van uitleg: de letterlijke (wat staat er?), de morele (wat leert het ons? ) en de geestelijke (wat is de diepere betekenis, vooral met het oog op Christus en het heilsplan?
Wat betreft invloed die Ambrosius heeft ondergaan, blijkt die van Philo beperkt te zijn, die van Origenes groot. Dit laatste versterkt het bestaande beeld van Ambrosius, dat hij sterk beïnvloed is door Origenes: sommige geschriften van hem zijn vrijwel bewerkingen van geschriften van Origenes. Dit maakt begrijpelijk dat Ambrosius veel nadruk legt op de geestelijke uitleg en voor ons gevoel te veel aan allegorese doet; wat wij ‘inlegkunde’ zouden noemen. Dat maakt zijn geschrift overigens niet minder bruikbaar. Want Ambrosius gaat ook in op de concrete zaken van Jozefs leven en trekt prachtige lijnen naar het leven van Christus. Het is dan ook een extra rijkdom van het proefschrift dat de tekst van De Ioseph geheel is opgenomen, met op de rechterbladzijde het
N.a.v. Dr. M. A. van Willigen:
Ambrosius. De Joseph. Inleiding, filologisch commentaar en vertaling.
Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer; 519 blz.; € 39,90.
Latijn en op de linkerbladzijde de Nederlandse vertaling. Op deze wijze komt de exegese van Ambrosius ons nabij en is die ook vruchtbaar te maken voor onze eigen uitleg van de geschiedenis van Jozef.
Eenheid van de Schrift
Ambrosius gaat de gebeurtenissen van Jozefs leven langs en laat daarbij ook telkens de parallellen met het leven van de Heere Jezus zien. Door de manier waarop hij dat doet, wordt duidelijk hoe inderdaad Jozef tot in detail een voorafbeelding van de Heere Jezus is geweest.
De kerkvaders waren er diep van overtuigd dat de Heilige Geest overal in de Schrift van Christus spreekt, omdat Christus het grote middelpunt van Gods werken is en daarom ook van de heilige Schrift. Had Jezus niet zelf gezegd: 'Gij onderzoekt de Schriften, en die zijn het die van mij getuigen?' Daarmee wordt de Bijbel als een eenheid erkend. Alle gebeurtenissen van het Oude Testament zijn verbonden met Gods weg om Zijn volk te verlossen in Christus. Zo is de Bijbel voor alle eeuwen bestemd om een eendrachtig getuigenis te zijn van Gods komst tot ons in Zijn Zoon.
Door het historisch-kritisch onderzoek hebben wij meer gevoel gekregen voor de eigenheid van iedere bijbelschrijver en de historische setting waarin een bijbelboek is ontstaan. De kerkvaders bepalen ons erbij hoe nodig het is om ook weer zicht te krijgen op de eenheid van de Schrift als getuigenis van de ene levende God die vanaf de Schepping een weg gaat met het oog op de wederkomst van Christus en de voleinding. Ook al kunnen we dus verschillende allegoriserende toepassingen van Ambrosius niet mee maken: de grondlijn van zijn uitleg blijft iets dat ons veel te zeggen heeft.
Dr. Van Willigen heeft een grondig werkstuk neergelegd. Als theoloog zouden we wellicht meer van de theologie van Ambrosius gehoord willen hebben. Maar de classicus Van Willigen heeft ons iets geleverd wat bij theologen minder uit de verf komt: een grondig taalkundig onderzoek. Dat is juist weer goed bruikbaar om de theologische inhoud ervan vast te stellen.
We feliciteren dr. Van Willigen dan ook van harte met zijn proefschrift over Ambrosius, met de wens dat hij zijn verworven kennis op het terrein van de kerkvaders verder vruchtbaar zal maken voor kerk en theologie.
P.F. Bouter
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 september 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 september 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's