Een levende relatie centraal
Culturele verschuivingen en de vreze des Heeren [1]
De noodzaak tot het bewaren van de vreze des Heeren is onomstreden, maar de invulling ervan is een zware klus. Het spreekt steeds minder vanzelf dat dit ons morgen en overmorgen lukken zal.
Bij de vreze des Heeren gaat het om een existentiële en doorleefde relatie met God Zelf, waarin Gods genade en ons geloof, Zijn Woord en ons antwoord, de Heilige Geest en onze geest in een over en weer samen komen. Vervolgens groeit een omgang waarin ontzag en overgave, aanhankelijkheid en afhankelijkheid, vertrouwen en gehoorzaamheid samen op gaan. Ze wordt afwisselend omschreven als omgang tussen vader en kind, tussen bruid en bruidegom en tussen man en vrouw, heel persoonlijk en familiair dus, gedragen door wederzijdse liefde. Maar het wordt regelmatig ook zakelijker weergegeven, als relatie tussen koning en onderdaan of tussen heer en slaaf.
Al die beelden geven enerzijds iets weer van het vertrouwelijke van deze relatie en zetten anderzijds iets neer van het verplichtende wat deze verhouding met zich meebrengt. Wat er ook verschuift, dit blijft staan, hiervoor hebben we in elke tijd te gaan. Maar hoe doen we dat, vandaag de dag?
Het vertrouwde patroon
De gedachte leeft nogal eens, dat een en ander voorheen, zo’n twintig tot veertig jaar geleden, veel meer gemeengoed was dan nu.
Dan hebben we de neiging om het bewaren van de vreze des Heeren in het heden vooral op te vatten als een cultiveren van dit verleden. We zijn van mening dat in prediking en pastoraat dezelfde vragen en antwoorden aan de orde moeten komen als weleer, liefst ook met dezelfde woorden. Zo hopen we de vreze des Heeren veilig te stellen, gaande te houden en gaande te maken.
Laat ik wat concreter worden. In het verleden speelden onder ons de vragen rond de toe-eigening van het heil een grote rol. Vragen als: ‘Wat moet er met een mens gebeuren?’, ‘Hoe word ik er zeker van dat Gods genade ook voor mij is?’ stonden centraal. Bij herhaling werd gepoogd daar helderheid over te verschaffen.
Het leven in de vreze des Heeren cirkelde met name rond deze zaak, in principe levenslang. Ook voor een mens die na veel strijd in de ruimte was gezet, ging het vervolgens maar om één ding: om steeds weer ‘zondaar voor God te worden’ en dan van Hogerhand keer op keer verzekerd te raken van ‘genade ook voor mij’. Daar waren prediking en pastoraat vooral op gericht en velen beleefden daar de nodige zegen aan.
Voor existentiële vragen naar het bestaan van God en het gezag van de Bijbel als Woord van God was echter nauwelijks oog. Het geloof daarin was onder ons min of meer vanzelfsprekend. In de bekende discussie tussen ds. G. Boer en dr. H. Berkhof over de verzoening maakte ds. Boer het destijds niet van binnenuit mee dat Berkhof daar een probleem zag. Evenmin was er veel expliciete aandacht voor groei in navolging en heiliging. Men ging ervan uit dat als bekering en verzoening (als het ‘voornaamste’) centaal stonden, het met die andere zaken ook wel terechtkwam. Veelal functioneerde dat ook zo, mede vanwege de culturele setting waarin we leefden. In de beslotenheid van de eigen kring was het bekend hoe ‘een mens op gereformeerde grondslag’ had te leven en menigeen voegde zich daar als vanzelf naar. Zeker als je tot bekering gekomen was.
Veel verschoven
Wie de gemeente vandaag op zo’n wijze de vreze des Heeren wil leren, zal merken dat dit al minder lukt. Er is zoveel verschoven in de samenleving en in ons leven, er werken zoveel invloeden van buitenaf in op ons denken en geloven, dat een dergelijke benadering in veel gevallen niet meer voldoet. Uiteraard is er sprake van verschil tussen een oudere en een jongere generatie en tussen de ene en andere gemeente. Maar over de hele linie genomen kun je wel zeggen dat deze aanpak niet langer aanslaat. In plaats van dat er zegen aan wordt beleefd, zegt het velen weinig meer. En in plaats dat de vreze des Heeren wordt gevoed, kwijnt deze weg.
Houden we toch aan zo’n benadering vast, vanuit de overtuiging dat wat voorheen goed was, nu ook goed is, zijn we dan uiteindelijk – met alle goede bedoelingen – niet méér bezig een tijdgebonden patroon van geloofsbeleving in stand te houden dan dat mensen in 2008 de vreze des Heeren leren? De door ons gestelde vragen en gegeven antwoorden zullen door al minder mensen worden herkend. Terwijl wij intussen geen antwoorden geven op de vragen die er bij hen leven. In toenemende mate ontstaat er dan ruis tussen zender en ontvanger en ervaren wij een kloof tussen wat wij aanreiken en wat mensen zoeken, met als gevolg dat we gaan somberen, dat 'mensen
In vier afleveringen plaatsen we de enigszins uitgebreide lezing die ds. Visser tijdens de laatstgehouden jaarvergadering van de Gereformeerde Bond hield. Hierop zullen ds. C. Blenk en ds. A.J. Mensink reageren, waarna ds. Visser het gesprek over dit essentiële onderwerp zelf afrondt.
van vandaag de zaken waar het om gaat niet meer verstaan'.
Méér dan herhalen
We zijn niet geroepen om oude patronen te cultiveren, maar om de vreze des Heeren te leren aan mensen van vandaag, en dan zó dat het er per saldo niet minder op wordt, maar dat ook de huidige en een volgende generatie, zoals Psalm 78 zo mooi verwoordt, hun hoop op God zullen stellen en Zijn geboden niet vergeten.
Vergelijk het maar met een garage. Een garage van veertig jaar geleden was ingericht en had de gereedschappen om auto’s van toen te repareren en rijdend te houden. Als die garage nog steeds bestaat, is haar functie onveranderd. Auto’s van nu zitten anders in elkaar dan auto's van toen. Om hetzelfde doel te bereiken, zijn andere gereedschappen nodig en is een andere aanpak vereist. Een monteur kan niet meer zo te werk gaan als veertig jaar geleden, maar zijn opdracht blijft hetzelfde: auto’s repareren en rijdend houden.
Niet anders geldt in geestelijk opzicht. Het blijft onveranderd gaan om een levende relatie met God in Christus, om omgang met het Woord en leiding door de Geest, om beleving van zonde en genade, om persoonlijke bekering en verzoening, om dagelijkse heiliging en vernieuwing, om volharding in de dienst van God. Maar willen we elkaar deze dingen op een adequate wijze bijbrengen, dan kan dat alleen als we inzien hoe mensen van nu ‘in elkaar zitten’ en door te beseffen waar met het oog op een leven in deze vreze des Heeren vandaag de mogelijkheden en moeilijkheden liggen, de hindernissen en de uitdagingen.
Daarbij gelden twee bijbelse basisprincipes. Het eerste is het aanhoudend gebed om leiding van de Geest om – juist in deze verwarrende tijd – profetisch de weg te wijzen. Het tweede is de volledige inzet om mensen van nu – juist ook hen die er weinig van snappen – priesterlijk van dienst te zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 september 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 september 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's