De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Overgang naar beroepsleger

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Overgang naar beroepsleger

Terugkijken op 27 jaar legerpredikantschap [4, slot]

8 minuten leestijd

In zevenentwintig jaar is er in het leger veel veranderd. Dé grote verandering is die van dienstplichtigen- naar beroepsleger midden jaren negentig. En inmiddels is het leger weer een nieuwe fase ingegaan: van vredeshandhaving naar gevechtsinzet.

Het dienstplichtigenleger is, hoewel ik het zo’n vijftien jaar heb meegemaakt, verleden voor me geworden. Ik moet enige moeite doen om me voor de geest te halen hoe het ook weer was. Voor mij als dominee dan, want zelf ben ik niet dienstplichtig geweest.

Jongens met heimwee
Bij dienstplicht denk ik allereerst aan de jongens met heimwee die zich iedere lichting kwamen melden. Daar werd wel eens om gelachen, maar echt heimwee, daar kun je ziek van worden. De meesten gingen dan ook na een weekje proberen naar huis. Een enkele keer dezelfde dag al.
Iedere lichting waren er ook mensen die niet op kwamen dagen. Sommigen kwamen een paar dagen later. Anderen kwamen gewoon niet. Na meer dan dertig dagen heette het ‘desertie’. Dan kwam de marechaussee je (soms letterlijk) van je bed lichten of de ouders werden onder druk gezet om te zorgen dat zoonlief zich meldde. Dat waren de harde kanten van de dienstplichtwet. Soms raakte je er ook als dominee bij betrokken, want achter wegblijven konden zware problemen zitten.

Gewetensbezwaarden
Wat ik een beetje mis, zijn de gesprekken met gewetensbezwaarden. Die konden uit allerlei hoeken komen, niet alleen van ‘links’, wat wel eens gedacht wordt. Er waren ook christenen uit ‘gedegen’ hoek bij die de gedachte eventueel een mens te moeten doden niet konden verdragen. Uit welke hoek ze ook kwamen, ze hadden over het leven nagedacht. Dat alleen al maakte het een plezier om met hen te praten.
Zelf ben ik geen pacifist. Men kan niet bij alles toe blijven kijken, vind ik. Toch gaf het een veilig gevoel dat ze er waren. Geweld mag nooit vanzelfsprekend worden. Kennelijk vond de overheid dat ook. Er was (is) niet voor niets een wet gewetensbezwaren. Met het verdwijnen van de dienstplicht lijkt hun stem verstomd. Wie stelt nu de vragen?
Een goede kant van de dienstplicht was dat mensen uit allerlei hoeken en gaten van de samenleving elkaar ontmoetten en gedwongen waren enige tijd met elkaar te leven. Dat verruimde de blik en bevorderde wat men nu integratie noemt. Geen peloton of er zaten wel een paar dienstplichtigen van Surinaamse afkomst in. In dienst leerde men elkaar over en weer kennen. Waar gebeurt dat nu?

Beroepsleger
Het uiteenvallen van het communistische Oost-Europa had voor de krijgsmacht ingrijpende gevolgen. Massale tankaanvallen van die zijde werden niet meer verwacht en voor de krijgsmacht zocht men naar nieuwe vormen en doelstellingen. In plaats van een groot dienstplichtigenleger kwam een kleiner, meer gespecialiseerd beroepsleger. De taakstelling verschoof van de verdediging van het NATO-grondgebied naar het handhaven (eventueel afdwingen) van vrede in conflictgebieden overal in de wereld.
In eerste instantie gebeurde dat onder de vlag van de Verenigde Naties. Halverwege de jaren negentig, tijdens de conflicten in voormalig Joegoslavië, werd ook de NATO op het gebied van de vredeshandhaving actief. Een stap die destijds weinig discussie opriep, maar waarover naar mijn mening nooit goed is nagedacht. Kan een organisatie die als westers (‘Noord-Atlantisch’) bondgenootschap opgericht is, buiten haar grondgebied als onafhankelijke partij optreden? Zullen buitenstaanders daar niet altijd een vorm van westers imperialisme in zien? Had men onder de VN-vlag op den duur niet veiliger gevaren? De kwestie Georgië, die speelt op het moment dat ik dit schrijf, laat zien hoeveel vragen hier nog liggen. In de politiek komt men zelden op een eenmaal gekozen koers terug. Toch kijk ik nog wel eens met heimwee naar de lichtblauwe (VN) baret die ik in de winter van ’95/’96 in voormalig Joegoslavië heb gedragen.

Uitzendingen
Voor het werk van de geestelijke verzorging heeft de ‘ombouw’ van het leger grote gevolgen gehad. De opvang van dienstplichtigen kwam te vervallen. Het begeleiden van militairen op buitenlandse missies kwam daar als nieuw kerntaak voor in de plaats. Net als voor de militair een zaak die diep in het privé-leven ingrijpt.
Toch ben je in het leger nergens zo volledig predikant als tijdens een uitzending. Op doordeweekse dagen ben je, net als op de kazerne, degene met wie men vertrouwelijk over zijn problemen kan praten. Op de zondagen houd je kerkdiensten voor degenen die daar behoefte aan hebben. Dat is natuurlijk niet ‘iedereen’, maar het zijn ook niet alleen meelevende christenen die tijdens een uitzending de kerkdiensten bezoeken.
Men komt er om allerlei redenen. Sommigen enkel voor een moment van rust, maar de meesten toch omdat ze hopen iets te horen wat enig licht werpt op hun situatie. Merkwaardig hoe tijdens een uitzending de Schrift kan gaan spreken. Uitleg lijkt soms nauwelijks nodig. De situatie zelf biedt dan de uitleg. Een militair die door een door oorlog verwoest gebied was getrokken, vertelde me over een paard dat hij zonder eigenaar staande op een brug had aangetroffen. Het was sterk vermagerd, maar het had het benul niet meer dat het van de brug af moest komen om te kunnen drinken. Toen ik de zondag daarop Romeinen 8 over het zuchten van de schepping voorlas, wist iedereen waar het over ging. Dat gelovigen, die het doel van God met zijn schepping kennen, met die schepping meezuchten, was niet meer dan vanzelfsprekend. En dat de Geest, God zelf dus, meezucht, hoefde niet te worden uitgelegd. Het werd als troost ervaren.
Een bijbelgedeelte dat op een Nederlandse kansel heel wat uitleg nodig heeft, sprak onmiddellijk in de situatie. Bijzonder om mee te mogen maken.

Kerkelijke gemeenten
Inmiddels is het leger weer een nieuwe fase ingegaan, van vredeshandhaving naar gevechtsinzet ‘hoog in het geweldsspectrum’, om een uitdrukking van de vorige minister van defensie te gebruiken. Dat roept weer nieuwe vragen op die doordenking nodig hebben. Ik heb er geen ervaring mee. Op dit voor nu zo belangrijke punt loop ik alweer achter.
Het is belangrijk dat kerkelijke gemeenten meeleven met de militairen die uit hun midden uitgezonden zijn, en ook met wat men noemt hun ‘achterban’. Men kan dat stimuleren door voorbede voor hen te doen en door er af en toe iets over te schrijven in het kerkblad of op de website van de gemeente. Zelf zie ik het meest in spontane uitingen van meeleven: een briefje, een mailtje, een kaartje, even vragen hoe het gaat op het kerkplein. Liefst niet te georganiseerd. Als men zich maar gesteund weet en weet dat men als het nodig is, een beroep op mensen kan doen. Zo heb ik het ook ervaren, toen ik zelf uitgezonden was.

Moslims
Van 2001 tot 2008 lag mijn werk voor een belangrijk deel op de Detmers-kazerne in Eefde, waar paleisbeveiligers werden opgeleid. Hun belangrijkste taak is het bewaken van de woon- en werklocaties van de leden van het Koninklijk Huis. Men vindt hen in Den Haag bij de paleishekken en op enkele andere plekken in het land. De opleiding die ze in Eefde kregen, duurde iets meer dan een halfjaar, genoeg om de meesten van hen in ieder geval enigermate te leren kennen.
De gemiddelde vooropleiding was mavo/vmbo (de nieuwste termen ken ik niet meer) en in iedere lichting zaten wel een paar jongens, soms meisjes, van Turkse of Marokkaanse afkomst. Voor mij een buitenkans om met jonge moslims kennis te maken. Onderling verschillen ze evenveel als alle jongeren, ook in de manier waarop ze hun geloof beleven.
Er zijn die er vrijwel niets aan doen. Sommigen beperken zich tot het niet eten van varkensvlees. Een enkeling bezoekt, als hij kan, de moskee. Daar staat tegenover dat velen zich aan de ramadan houden. Het lijkt erop dat het vasten ook als een prestatie wordt gezien waar je als jongere mee voor den dag kan komen. Slechts een enkeling houdt zich aan de dagelijkse gebeden. Bij het kantoor van de geestelijke verzorging is een stilteruimte die men daarvoor kan gebruiken. (Je kunt er ook Bijbellezen of een kaarsje branden.) Hoewel er maar een enkele moslim feitelijk gebruik van maakt, wordt het feit dat de gelegenheid wordt geboden, hogelijk gewaardeerd. Het schept een sfeer van vertrouwen. Want hoe veel of hoe weinig men er ook aan doet, men voelt zich moslim en wordt graag als zodanig gerespecteerd.

Met familie gebroken
De aanwezigheid van een legerpredikant werd door verschillende van deze jongeren als een kans gezien om ook eens een christen te ontmoeten. Ik hoefde geen vragen uit te lokken. Ze kwamen vanzelf. Hoe zit het met Jezus? Jullie lezen de Bijbel, maar daar staan toch fouten in? Eén had van de Heilige Geest gehoord. Dat je tot God kon bidden begreep hij, maar dat Hij in jou kon komen en jou tot gebed kon inspireren, was nieuw voor hem. De ontmoetingen verliepen zonder uitzondering respectvol. Je hoopt dat er iets van blijft hangen.
Een jongen, moslim, vertelde me eens dat zijn familie met een zusje van hem had gebroken, dat iets gedaan had dat de familie niet welgevallig was. ‘Wat erg voor haar,’ zei ik oprecht, waarop hij zei dat ze zich dan maar had moeten gedragen. Weken later kwam hij mij vertellen dat hij haar, tegen de wil van zijn familie, toch had opgezocht. ‘Ik dacht dat u het wel fijn zou vinden om dat te horen,’ zei hij.
Ik was diep ontroerd. De gebeurtenis heeft mij er nog eens van overtuigd dat het weinig zin heeft over moslims te praten zonder hen te ontmoeten. Dat schept alleen verwijdering. Van de ontmoeting zal het moeten komen. Die ontmoeting zal ik blijven zoeken, ook nu ik ‘ambteloos burger’ ben. Ede biedt mij daarvoor gelegenheid genoeg. Ik hoef waar ik woon maar om mij heen te kijken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 september 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Overgang naar beroepsleger

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 september 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's