De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Leven uit je doop

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Leven uit je doop

Synode spreekt over verlangen naar doopbevestiging

7 minuten leestijd

De synode bespreekt morgen het rapport Doop, doopgedachten en doopvernieuwing. In samenspraak met het Evangelisch Werkverband hebben twee commissies aan dit rapport gewerkt. Kernvraag is: op welke wijze kunnen wij tegemoet komen aan het verlangen naar een doopbevestiging, zonder dat hiermee de overdoop wordt ingevoerd? Een vraag die dringt.

In de praktijk van het gemeenteleven komt deze vraag namelijk steeds vaker voor. Vooral bij mensen die als kind wel gedoopt zijn, maar na een leven zonder de Heere bewust tot geloof zijn gekomen. Er is een toenemende behoefte aan een ritueel om aan deze ommekeer (bekering!) uitdrukking te geven. Bij gebrek aan andere rituelen begeven velen van hen zich voor de tweede maal in hun leven naar de doopvont: overdoop.

Kinderdoop onherhaalbaar
Het rapport is er (gelukkig) heel helder in dat de kerk principieel een tweede doop blijft verwerpen. De onherhaalbaarheid van de kinderdoop staat buiten kijf, al wordt aan haar unieke karakter nog steeds afbreuk gedaan door de kerkordelijke mogelijkheid van het zegenen van kinderen.
Terecht legt het rapport de vinger bij de devaluatie van de kinderdoop. Hieraan zijn ook doopfeesten debet. ‘De doop is geen familiefeest, maar strikt genomen eerder een onteigening van jezelf en je familie, waarin wordt uitgedrukt dat het kind in de eerste plaats toebehoort aan Jezus Christus en niet aan de ouders of de familie.’ Een zin om te onthouden!

Toetsen van verlangens
Toch kiest het rapport er (naar mijn indruk) weifelend voor om een vorm van doopbevestiging mogelijk te maken. ‘Het verlangen naar een lijfelijke ervaring moet gehonoreerd worden.’ Het rapport doet een voorstel voor zo’n ritueel. Mijns inziens is daarbij een aantal wezenlijke stappen overgeslagen. Zo ontbreekt in de eerste plaats een bijbels-theologische onderbouwing van een bevestigingsritueel. Bijbelse lijnen over verbondsvernieuwing ontbreken. Op z’n minst had men kunnen verwerken wat dr. G.H. Cohen Stuart over de bevestigingsdoop schreef vanuit de joodse traditie van de miq’we (reinigingsbad) in de bundel Vurig Verlangen (1996). Hieraan had een theologische doordenking verbonden moeten worden aangaande de veronderstelde voortgang van de joodse rituelen in het Nieuwe Testament. Ook de gedachte dat de doop van Johannes de bevestigingsdoop kan legitimeren, moet theologisch (heilshistorisch) getoetst worden.
In de tweede plaats mis ik een kritische houding tegenover ‘wat men verlangt’. Zijn in de loop der jaren niet al veel te veel dingen ingevoerd, ‘omdat er behoefte aan was’? En is de kerk daar nu echt mee gezegend geworden? Moeten ook emoties en verlangens niet getoetst worden? Want: de oprechtheid van een verlangen staat niet bij voorbaat garant voor de wettigheid ervan.

Niet gebouwd
In het rapport wordt een liturgisch voorstel gedaan. Met allerlei mitsen en maren probeert men het onderscheid met een doopritueel te voorkomen. Dat geeft de zwakte van dit voorstel aan. Men onderkent het gevaar dat een doopbevestiging gaat lijken op of beleefd wordt als een tweede doop. Veelzeggend is dat de commissie voor de eredienst niet unaniem was in het voorstel dat een tweede onderdompeling plaatsvindt.
Ik vrees, eerlijk gezegd, dat deze voorstellen de devaluatie van de kinderdoop bespoedigen zullen. Erger nog: de Reformatie heeft gegronde vrees gekend dat wij met onze harten aan de uiterlijke tekenen blijven hangen. Het heil ligt búiten ons, in Jezus Christus. Te veel tekenen en rituelen trekken onze harten omlaag, naar de mens. Onzalige gedachte! Ik geloof dan ook dat de kerk met déze vorm van doopbevestiging niet gebouwd wordt.

Prediking in doopdienst
Mag ik daarom enkele andere lijnen aanreiken? Want de gedachte dat onze doop moet doorwerken in ons leven en gestalte vraagt, lijkt me boven alle twijfel verheven. Mijn eerste gedachte is dan ook: de oproep tot een leven uit de doop hoort thuis in de prediking binnen de verbondsgemeente. Doopdiensten zijn daarvoor de meest geëigende momenten. De Heilige Doop vindt immers in het midden van de gemeente plaats als een sacrament (teken en zegel!) voor de gehele gemeente.
Het gaat in een doopdienst niet om een gezin of een dopeling – het gaat om het verzegelde heil voor de gehele gemeente. De prediking is daarom ook een oproep aan alle gedoopten om het verbond van de Heere in te willigen en te beantwoorden. Dan vallen woorden als geloof en bekering, sterven en opstaan. In de prediking vindt de doopgedachtenis plaats, wordt de gemeente herinnerd aan haar doop, wordt verbondszegen en verbondswraak haar voorgesteld. Of is dat een vraag aan het worden?

Vruchten van bekering
Wat mogen we ons, bijbels gezien, bij een doopbevestiging voorstellen? Mijn tweede gedachte ontleen ik met name aan het bijbelse gegeven dat aan gedoopten gevraagd wordt hun roeping en verkiezing vast te maken (2 Petr. 1:10). Over bevestiging gesproken! Wordt een leven uit de doop niet bevestigd door een leven van bekering? De bekering wordt niet bevestigd door de kerk (zoals in het rapport wel verwoord wordt) maar door het leven van de bekering zélf. Theologisch gezegd: de Heilige Geest bevestigt Zélf Zijn bekerende werk in een mensenleven door de vernieuwing van dat leven. Aan de vruchten kent men de boom.
Als het rapport vraagt naar een lijfelijke en zichtbare uiting van een geestelijke ommekeer, denk ik: kan het lijfelijker en zichtbaarder, wanneer een zondaar met Christus mag opstaan in een nieuw leven?! Dat is nog concreter dan rituelen en symbolen. Het rapport verwijst (terecht) vaak naar Romeinen 6. Paulus legt daar echter geen verband tussen de doop en een rituele bevestiging van de doop, maar een heilig leven in de gemeenschap met de gestorven en opgestane Christus. Laten we elkaar oproepen tot díe doopbevestiging, waarbij het accent voluit op het werk van God blijft liggen.

Avondmaalsgang
De derde gedachte die ik graag opschrijf, maar daarom ook zo pijnlijk in het rapport gemist heb, is de betekenis van de avondmaalsgang. Onbegrijpelijk dat nergens in rapport of commissie een verband is gelegd met het Heilig Avondmaal. De catechismus noemt Doop en Avondmaal in één adem als door God gegeven middelen tot versterking en bevestiging (!) van ons geloof. In het avondmaalsformulier lezen wij zelfs dat Christus Zijn Avondmaal heeft ingesteld ‘opdat wij vast zouden geloven, tot dit genadeverbond te behoren’.
Is het niet voluit bijbels en gereformeerd om de avondmaalsgang als dé doopbevestiging te zien? Wie zijn doop leert verstaan, krijgt zicht op de avondmaalstafel. Ook als je héél ver van huis bent geweest, maar door Gods genade mocht terugkeren. Wie ervaart de avondmaalsgang niet menigmaal als een van God gegeven nieuw begin na tijden van zonden en schuld? Ook hier spreken we over een zichtbare uiting en belijdenis van een hart dat zich van harte tot God bekeerde. Dan schittert Gods trouw en genade volop – een ritueel zou daaraan zelfs afbreuk kunnen doen.
De vraag naar de doopbevestiging hoort daarom ook thuis in diensten van voorbereiding op het Heilig Avondmaal. Hetzelfde geldt voor de (belijdenis)catechese. Ik vind het veelzeggend (om dan toch maar een ritueel te noemen) als de geloofsbelijdenis bij de doopvont wordt afgenomen. Op de belijdeniscatechisatie worde er dan natuurlijk wel over doorgesproken, welke (persoonlijke) betekenis dit heeft.

Overvloedige genade
Nog één ding. Het rapport voert in de marge een pleidooi voor doop door onderdompeling. Daardoor wordt de gedachte van de doop als watergraf (Rom. 6:4) versterkt. Bijbels gezien hoeven we hier de messen niet over te slijpen. Praktisch gezien vraagt dit wel enige doordenking en gewenning. Vooralsnog onderstreep ik de aanbeveling om ook bij het besprenkelen royaal te zijn met het doopwater. Laat een kind maar goed nat worden. Als teken en zegel van royale, overvloedige genade en als teken dat de Heere recht heeft op ons hele leven in een radicale maar ook dagelijkse bekering. Dan wordt doopbevestiging een kwestie van iedere dag.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 september 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Leven uit je doop

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 september 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's