Speuren naar teken van God
Culturele verschuivingen en de vreze des Heeren [2]
Onze moderne en postmoderne cultuur heeft ons tot andere mensen gemaakt. Zonder volledig te zijn, noem ik een aantal zaken die deze verandering typeren.
In de regel is ieder redelijk tot goed geschoold. Over het algemeen zijn we welvarende en zelfbewuste mensen geworden. We geloven al minder op gezag, maar alleen als we daar goede redenen voor hebben. We hechten grote waarde aan eigen verworven inzichten. Onze keuzevrijheid zien we als een onopgeefbaar recht. We vinden het belangrijk om bij alles een goed gevoel te hebben. Het gaat ons vooral om authenticiteit, om echtheid in denken en doen. Met absolute waarheden, die andere meningen uitsluiten, hebben we moeite. Flexibel zijn is voor velen de norm, in je mening, in je werk en in je bezigheden. We zetten onze eigen route uit en veranderen snel om alles eruit te halen wat erin zit. Nu vaste kaders zijn weggevallen, zijn we voortdurend op zoek naar eigen invulling. Vrije tijd moet maximaal worden benut en optimaal worden ervaren. Aan lichamelijke conditie en verzorging besteden we veel aandacht. Via de media oefent de wereld een constante invloed op ons uit.
Geen A-4tje
Als je deze dingen zo op een rij zet, duizelt het je. Hoe moet binnen dit hele spectrum de vreze des Heeren gestalte krijgen? Is dat geen onmogelijke opgave? Je bent geneigd het maar te laten voor wat het is – gewoon omdat het te ingewikkeld wordt – en je te houden aan de ‘eenvoud van het Woord’.
Nu is juist het kenmerkende van dat Woord dat het altijd gericht werd tot concrete mensen en afgestemd is op de tijd, plaats en cultuur waarin zij leefden. In directe relatie daarmee klonk het ‘alzo spreekt de Heere’. In principe ging het God steeds om hetzelfde – om bekering en verzoening, de wandel met Hem en het doen van gerechtigheid, kortom om een leven in de vreze van Zijn Naam – maar het klonk steeds weer anders. Nooit was er één algemene boodschap voor allen. Als dat zo was, had de bijbeltekst op een A-4tje gekund. Het is een dik boek geworden, waarin mensen telkens in hun eigen tijd en context aangesproken werden.
De invalshoek wisselt, de aanspraak en aansporing variëren. Wat dat betreft is de Bijbel van a tot z een voorbeeld van wat ik probeer te betogen. En … als het de Geest toen lukte om in iedere tijd en context de vreze des Heeren gaande te maken, mogen we geloven dat het Hem vandaag ook lukken zal. De Geest is tegen elke tijdgeest opgewassen!
Ik schets nu in enkele hoofdlijnen en geef enkele denkduwtjes, hoe wij elkaar vandaag de vreze des Heeren kunnen blijven leren en daarbij de culturele verschuivingen van de laatste decennia kunnen verdisconteren, zowel positief als kritisch. Geregeld zal blijken dat ons gereformeerde erfgoed daarbij uitermate goede diensten kan bewijzen, onze belijdenissen geen museumstukken zijn maar een verrassende actualiteit behouden.
Twijfel aan God
Basisvoorwaarde voor de vreze des Heeren is het geloof in God Zelf, in Zijn bestaan. Dat is echter een aangevochten zaak geworden, niet alleen buiten de kerk, maar ook in de kerk, niet slechts bij ds. K. Hendrikse c.s., maar ook in onze eigen gemeenten.
Nu is dat op zichzelf nooit vanzelfsprekend geweest. De existentiële vraag ‘Bestaat Hij wel, van wie ik vernam?’ is van alle eeuwen en persoonlijke overtuiging van Hogerhand is een onmisbare voorwaarde voor een levend geloof. Toch is dat vandaag de dag lastiger geworden. Voorheen werd er méér op gezag aangenomen, waardoor het dan gaandeweg persoonlijk kon worden. De huidige generatie heeft daar echter veel meer moeite mee: we nemen niks meer aan als we daar zelf niet van overtuigd zijn. Het moet waar zijn voor mij.
Op zichzelf is dat terecht. Bijbels en gereformeerd. Het lastige is dat men daar als consequentie aan verbindt dat men afhaakt als dit uitblijft. De twijfel aan God is vandaag verhevigd door het geloof in de ratio: alles wat niet te bewijzen is, blijft onzeker. Bovendien leven wij inmiddels ook nog eens in een multireligieuze cultuur, die als vanzelf doet vragen: ‘Wie zegt me dat de God van de Bijbel de ware is?’
Geloven in een God die bestaat
Het is zaak ons daarvan bewust te zijn en daar serieus op in te gaan. We doen dat niet door te zeggen: ‘Daar heet het geloof voor’. Met zo’n antwoord kunnen rationeel ingestelde mensen niet uit de voeten. Neemt iemand er al genoegen mee, dan is het de vraag hoe lang hij het met zo’n zwak argument in onze geseculariseerde en multireligieuze cultuur volhoudt.
We zullen méér moeten zeggen en de moeite moeten nemen om elkaar uit te leggen hoe je zeker kunt worden, innerlijk overtuigd dat de God van de Bijbel de Enige en Ware is. Daarbij worden de artikelen 2 en 5 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis (NGB) weer hoogst actueel. Want daar staat dat de kennis van God, zoals beleden in artikel 1, niet iets is wat je blindelings aan moet nemen, maar gaandeweg wordt verworven.
Om te beginnen (volgens artikel 2) door wat je ziet in de natuur en ervaart in het leven van alle dag. Geloof is niet slechts uit het gehoor, maar ontluikt vaak doordat je iets ‘ziet’, iets gewaarwordt van God. Dat is ook voluit bijbels: God spreekt niet alleen, maar openbaart Zich vaak allereerst in zichtbare daden. De wonderen en tekenen in het Nieuwe Testament onderstrepen dit: daardoor opent Jezus de ogen voor Zichzelf. Daardoor geeft de Geest in een heidense wereld oor voor het Woord. Juist in deze tijd lijkt het me behulpzaam en heilzaam deze kant van Gods openbaring naar voren te halen door mensen te helpen speuren naar tekenen van God en daar zelfs bewust voor en met elkaar om te bidden: laat U zien, onmiskenbaar! (Hand. 4:29, 30).
Geschonken inzicht
Vervolgens zullen we moeten uitleggen, hoe je zeker kunt worden van de waarheid van de Bijbel. In artikel 5 wordt dat fijnzinnig weergegeven: dat de levende God daar tot ons spreekt, geloven wij niet zozeer omdat de kerk dat leert, maar vooral omdat de Heilige Geest getuigenis geeft in onze harten. Dit belijden komt tegemoet aan het verlangen naar rationeel inzicht.
Ratio en geloof worden hier niet tegen elkaar uitgespeeld maar met elkaar verbonden. Want wat betekent het dat de Geest getuigenis geeft in ons hart? Betekent het dat we een bepaald gevoel krijgen? Nee, ons hart is veel méér dan ons gevoel. Het duidt ons diepste zelfbewustzijn aan, hoe wij er ten diepste over denken. Geeft de Geest getuigenis in ons hart, dan gebeurt er iets in het diepste van onze gedachten: we ontvangen verlichte ogen van het verstand en gaan iets inzien wat we daarvoor niet beseften. Levend geloof heeft dus niks te maken met ‘verstand op nul’, maar met geschonken inzicht, met wijzer worden dan men was.
In die zin is geloven in bijbelse zin dan ook een rationeel en redelijk gebeuren. Ik kan mijn ogen niet langer sluiten voor de waarheid van de Schrift als woord van God, met alle gevolgen van dien, zoals overgave en vertrouwen. Om die reden heet ongeloof dan ook dwaas. Dwaas is het om in je hart te zeggen: er is geen God. Wie wijs geworden is, spreekt anders.
Uiteraard leidt uitleg op zichzelf niet tot overtuiging, maar zouden jongeren en ouderen er vandaag niet enorm mee geholpen zijn, als ze gaan beseffen dat geloven maar niet iets is van ‘blindelings aannemen’, iets wat je doet omdat je zo bent opgevoed, uit angst of omdat het je een goed gevoel geeft?
Aansluiting
Als het ons lukt dit aan elkaar uit te leggen, liggen er ook allerlei mogelijkheden om op andere kenmerkende elementen van onze cultuur in te haken.
Ten eerste sluit het aan bij de keuzevrijheid. Juist omdat levend geloof voortkomt uit een ‘persoonlijk overtuigd raken’, kunnen we eerlijk zeggen dat we niets opleggen. Wel kunnen we de ander aansporen hierover na te denken, deze God te zoeken en er voor te gaan om zelf wijzer van Hem te worden.
Dat is én bijbels én het doet recht aan de persoonlijke vrijheid. Al blijven we daarbij wel kritisch over de heersende opvatting van keuzevrijheid, omdat we elkaar in Gods Naam wel zullen moeten zeggen dat de keuze uiteindelijk niet om het even is.
Ten tweede sluit het aan op verlangen naar authenticiteit. Waar het geloof zo wordt uitgelegd en geleefd, wordt duidelijk dat het niet gaat om een jas die je aandoet, maar om een doorleefde werkelijkheid, om niet minder dan een echte, hechte en levende relatie met God Zelf. Dat maakt ons letterlijk geloof-waardig en helpt anderen om er heil in zien.
Ten derde doorbreekt dit het verzet tegen absolute waarheden. Vaak wordt het christelijk geloof beschouwd als hooghartig, omdat gelovigen zo vast overtuigd zijn van de door hen geloofde waarheid en andere opvattingen uitsluiten. Wanneer we duidelijk kunnen maken dat we van Hogerhand zijn overtuigd, zal dat wellicht meer begrip geven en wie weet opening.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 september 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 september 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's