De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Aandacht voor hulpelozen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Aandacht voor hulpelozen

Diaconaat is dienst [1]

6 minuten leestijd

Diaconaat laat zich het beste omschrijven als: helpen waar geen helper is. Of, nog beter: dienen waar geen helper is.

Als vliegtuigen zich in de wolkenkrabbers in New York boren; als de tsunami met de kerstdagen duizenden slachtoffers maakt; als gigantische explosies een vuurwerkramp in Enschedé veroorzaken: in al die situaties gaat het om mensenlevens die ineens helemaal verwoest zijn of die voor altijd gebroken zijn. Rampen horen bij de gebrokenheid van het leven. Veelal zijn de grote rampen ineens hot news of komen ze helemaal niet in het nieuws. Ik denk aan Darfur in Soedan en aan veel andere onbekende gebieden voor de grote media.
Er zijn ook kleine rampen: het gezin dat een zoon verloor bij een verkeersongeluk. Voor de ouders is er altijd die lege stoel. Voor hen is de dag van toen één grote ramp. Veel mensen maken grote of kleine rampen mee. Wat gebeurt er met mensen als de beelden niet direct terugkeren op het netvlies? Wat gebeurt er als de directe schok van de ramp voorbij is en het leven weer moet worden opgevat?

Armen, weduwen, wezen
Diaconaat is helpen waar geen helper is of beter: dienen waar geen helper is, want diaconaat is dienst.
Daarmee zitten we dan meteen in het hart van datgene waar het de God van Israël om te doen is: Zijn zorg voor de armen. De arme (ani in het Hebreeuws) is de mens die zichzelf niet kan helpen: de ellendige, de hulpeloze mens. ‘Arm’ is in het Oude Testament niet alleen de materiële arme, maar ook de zwakke, de lijdende, degene die geen rechten heeft. De ‘arme’ is degene die geen helper heeft en daardoor geheel afhankelijk is van de hulp van de Heere God. Vandaar dat er in talloze psalmen, maar ook door de profeten zoveel gesproken wordt over de weduwen en de wezen. Daar gaat het over mensen die gemakkelijk vergeten worden. Zij zijn bij uitstek de ‘armen’. Zij hebben geen helper. Vandaar dat wij over de Koning van Israël zingen: ‘Hij zal de redder zijn der armen, Hij hoort hun hulpgeschrei, Hij is in koninklijk erbarmen hun eenzaamheid nabij. Hij helpt, met hun bestaan bewogen, die zijn in vrees verward.’

Barmhartigheid
Vanwaar komt die grote aandacht voor de armen, de hulpelozen? Helemaal aan het begin van het Oude Testament begint het in feite al, met die prangende vraag aan Kaïn: ‘Waar is uw broeder?’ Het antwoord op die vraag ligt in de God van Israël, Die de Barmhartige is. Die barmhartigheid strekt zich uit tot al Zijn schepselen. Om voor al Zijn schepselen Zijn barmhartigheid bekend te maken, openbaart Hij zich aan een onbeduidend volk in een uithoek van de wereldgeschiedenis: Israël. Daar openbaart hij zich en op die plek is – als door een achterdeur in deze wereld – de Messias gekomen: Jezus Christus, onze Heere en Heiland.
Met het volk Israël richt Hij Zijn verbond op. Aan dit volk maakt Hij zich bekend als de Verlosser, als Degene die met ontferming bewogen is. In Egypte, in de slavernij heeft Israël het woord ani: arme, hulpeloze leren spellen. Ze waren overgeleverd aan de willekeur van de machten en de machthebbers. Klein en onaanzienlijk waren ze in de ogen van de Egyptenaren maar ook van zichzelf. ‘Vanwaar zal mijn hulp komen?’
Daar, in Egypte heeft Israël geleerd wat het betekent om arm te zijn, overgelaten aan de grillen van de machtigen. Maar daar hebben ze ook geleerd wat het betekent om kinderen te zijn van het verbond.

Redder
Daar hebben ze niet alleen het woord ‘arme’ leren spellen, maar ook het woord HEERE: ‘Ik ben die Ik ben en Ik zal zijn wie Ik zijn zal’. Daar hebben ze geleerd wat bevrijding betekent en verlossing. Ieder jaar moest daarom deze gebeurtenis van de uittocht worden gevierd. Het is de kern immers van datgene waar het in de Schriften om gaat:
De Heere God ziet om naar Zijn kinderen. Hij is de Redder der armen. De regels van het verbond, die onder andere zijn samengevat in de Tien Geboden, beginnen daarom niet met: ’Gij zult’, maar met: ’Ik ben de HEERE uw God, Die u uit Egypte, uit het diensthuis geleid hebt’. De God van het verbond is de Bevrijder. Hij is de Redder van de armen, van hen die vergeten lijken en die van dag tot dag te lijden hebben van de terreur van de farao.
De Israëlieten moeten die verlossing gedenken, opdat zij niet zou-

Dit artikel is een bewerking van de toespraak die ds. G. de Fijter hield tijdens de Luisterend Dienendag in Ede. Luisterend Dienen is een diaconaal programma van Kerkinactie, dat zich richt op Gereformeerde-Bondsgemeenten binnen de Protestantse Kerk.

den vergeten wie ze waren: slaven, hulpelozen, mensen zonder redder. Deze slaven, deze bevrijde, eens hulpeloze mensen, moeten in heel hun leven Gods verlossing gedenken. Dat mag zichtbaar worden in heel hun leven en met name in de offers en de gaven die zij brengen. In Deuteronomium 26 wordt een richtlijn gegeven voor hoe de Israëlieten met de aan hun geschonken gaven dienen om te gaan. Een deel van de oogst (niet zomaar een deel, maar het eerste en beste deel) is bestemd voor de Heere God. Bij het schenken van die gaven aan de priester moesten de Israëlieten de volgende tekst uitspreken (in de Nieuwe Bijbelvertaling klinkt die als volgt): ‘Mijn vader was een zwervende Arameeër. Hij trok naar Egypte en woonde daar als vreemdeling met een handvol mensen, maar ze groeiden uit tot een zeer groot en machtig volk. De Egyptenaren begonnen ons slecht te behandelen: ze onderdrukten ons en dwongen ons tot slavenarbeid. Toen klaagden we de HEERE, de God van onze voorouders, onze nood. Hij hoorde ons hulpgeroep en zag ons ellendig slavenbestaan. En de HEERE bevrijdde ons uit Egypte, met sterke hand en opgeheven arm, op angstaanjagende wijze, met tekenen en wonderen. Hij bracht ons hierheen en gaf ons dit land, dat overvloeit van melk en honing. HEERE hierbij breng ik u de eerste opbrengst van het land, dat u me gegeven hebt.’

Diaconale credo
Dit bijbelgedeelte wordt door sommige theologen wel het diaconale credo van Israël genoemd. Het vat de kern samen waar het bij de dienst aan de armen, de ellendigen en vergetenen om gaat. Het gaat niet om goedgeefsheid, het gaat niet om mensen die zo af en toe ook eens wat weggeven uit de goedheid van hun hart – het gaat om het leven uit het verbond. Het gaat om een afspiegeling van datgene waarmee de Heere, de God van Israël, Zelf omgaat met Zijn volk. Israël is immers zelf een arme, een hulpeloze: aangewezen op de verlossing door God.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 september 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Aandacht voor hulpelozen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 september 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's