Denken, doen, handelen
Diaconaat is dienst [2]
Het hele leven van Israël – tot in de wetten van de staat toe – dient een afspiegeling te zijn van de zorg van de God van het verbond voor Zijn volk.
Al die regels en wetten, het duizelt je soms. Maar ze zijn allemaal gericht op het gestalte geven aan een leven dat geleefd wordt in de gemeenschap van het verbond. De sabbat is de dag bij uitstek waarop de verlossing gevierd wordt. Iedere week opnieuw wordt de uittocht uit Egypte gevierd, niet alleen door af te zien van allerlei soorten werk, maar juist ook door de ‘dienstknechten en de dienstmaagden’ te gebieden zich te onthouden van werk.
Die levenswandel van Israël onderscheidt hen van de andere volkeren. Ze zijn anders, ‘apart gesteld’. Of, in de taal van de Bijbel: ze zullen ‘heilig’ zijn. Ze zijn onderscheiden van de andere volkeren, anders dan de anderen. Niet omdat ze beter zijn, maar omdat ze laten zien wat er werkelijk toe doet: de verlossing. Die geldt iedereen in Israël. De koningen en de gewone mensen, de rijken, maar zeer in het bijzonder ook de armen.
Rente
Leviticus 19 noemt een groot aantal zaken. Naast het onderhouden van de sabbat wordt ook gezegd: 'Als gij ook de oogst van uw land inoogsten zult, zult gij de hoek van uw veld niet geheel afoogsten, en wat van uw oogst op te zamelen is, niet opzamelen'. Met andere woorden: leef niet voor jezelf alleen! De zorg voor de kwetsbaren is voelbaar in heel veel van de wetten van Israël. In het Oosten golden bijvoorbeeld allerlei gewoontes met betrekking tot mensen die waren aangewezen op het lenen van geld en goederen. Het was de gewoonte dat daarbij torenhoge rentes werden berekend. Het gevolg daarvan laat zich raden: de armen werden nog armer en kwamen uiteindelijk terecht in een situatie waarin ze geheel en al afhankelijk werden van de rijken, in een situatie van slavernij. Net als velen in onze samenleving vandaag! Maar de Heere God heeft Zijn volk niet in de vrijheid gesteld om hen opnieuw in slavernij te laten voeren. Daarom wordt in verschillende geboden gezegd dat er geen rente gevraagd mag worden. En ook: als je iemands mantel als onderpand neemt, moet je die voor zonsondergang aan hem teruggeven, zodat hij onder zijn eigen overkleed kan gaan slapen. Wat zijn dat allemaal praktische regels om zorg te dragen voor al die tobbers, die armen en die vergeten mensen. Wat is Gods Woord toch praktisch!
Niet ideaal
Nu was ook Israël – terwijl men Gods Woord had ontvangen – geen ideale samenleving. De kinderen van het verbond zijn vaak geen haar beter dan de anderen. Al die ellende was daar ook, ondanks Gods geboden. Maar het Oude Testament wordt nergens zo fel als het gaat over onderdrukking, vergeten groepen mensen of verwaarlozing van armen. Denk maar aan de wijngaard van Naboth of aan de uitspraken van de profeten. Ook in Israël komt armoede voor, omdat men zich niet houdt aan de spelregels van het verbond. Daarom staat er in Deuteronomium 15:11 een vrij nuchtere constatering: ‘De arme zal nooit in het land ontbreken.’ De tekst doet denken aan de uitspraak van de Heere Jezus aan het adres van Zijn discipelen wanneer ze klagen over de verspilling van de dure olie die over Zijn voeten wordt uitgegoten. De werkelijkheid is weerbarstig. Er zullen altijd armen zijn.
Daarom kent het Oude Testament vergaande bepalingen over schuldkwijtschelding. Denk aan het sabbatsjaar. Nog ingrijpender is het zogenaamde jubeljaar. Er zijn vanwege de weerbarstigheid van onze werkelijkheid weliswaar armen, maar zij dienen er niet te zijn.
Harde wetten
Wij zijn in onze huidige cultuur gewend geraakt aan de harde wetten van de liberale economie. We zijn kinderen van onze cultuur geworden. Ook bij ons bestaat nogal eens de neiging om te praten over de ‘onontkoombare wetten van de economie’. Alsof we het hebben over een soort onzichtbare god, die aan de touwtjes trekt van ons leven en aan wiens regels je hebt te gehoorzamen, omdat het anders verkeerd met je afloopt. We spreken over targets die gehaald moeten worden, over vrije marktwerking en over ‘ondernemerschap’ als belangrijke eigenschap van mensen. Het is net alsof wij het gewoon zijn gaan vinden dat er mensen zijn die ‘nu eenmaal’ buiten de boot vallen. We accepteren het dat ze niet meekunnen in de snelheid van het economische proces.
Het lijkt erop dat wij het gewoon zijn gaan vinden dat er een heel klein gedeelte van de wereld is waar geleefd wordt in onvoorstelbare rijkdom en luxe. Ja, zeggen we, het is ‘nu eenmaal’ zo dat een deel van de wereld in onvoorstelbare armoede leeft. Ik vind dat we dat niet moeten accepteren. Israël kende zijn profeten, die keer op keer het volk eraan herinnerden dat ze zelf slaven waren geweest en dat ze geroepen waren tot heiligheid: 'gij geheel anders.'
Nu wil ik niet de illusie wekken dat het in het diaconaat gaat om het oplossen van de wereldproblemen en ook niet dat de dienst van de kerk zou bestaan in het voortdurend actie voeren tegen de machthebbers van deze tijd of tegen de ordeningen en systemen die in deze wereld regeren. Let wel: er zijn ongrijpbare machten en geestelijke boosheden in de lucht! Dat gaat niet buiten de economie om.
'Handen van God'
Er is ook een visie op het diaconaat, waarin de gemeente gezien wordt als de ‘handen van God’. Alsof de enige handen die God in deze wereld heeft, de handen zijn van Zijn gemeente en alsof de gang van de wereld in de handen is gelegd van de kerk. Zo overspannen moeten we maar niet tegen de kerk aankijken. Ik herinner me dat eens aan een theoloog die bekend stond om zijn sterke maatschappijkritische theologie, gevraagd werd wat we als kerk moeten doen. Zijn antwoord was voor veel mensen verbluffend. Hij zei: wij kunnen niet zo heel veel doen als je het op wereldschaal bekijkt. Hij zei niet dat we er dus maar beter mee kunnen ophouden.
Het eigenlijke van het diaconaat is juist het tekenkarakter. Soms licht er in datgene wat wij als gemeente, als kerk, als gemeentelid doen, iets op van de werkelijkheid van de God van Israël. Het zijn tekenen, die verwijzen naar het grote perspectief van Gods Koninkrijk: naar de nieuwe hemel en de nieuwe aarde waarop gerechtigheid wonen zal.
De God van Israël is niet de God van de mooie utopieën en idealen. Hij is de God van het verbond, die weet wie Zijn kinderen zijn: de arme zal nooit in het land ontbreken. Maar juist daarom zijn er de geboden, de richtingwijzers en de gidsen naar een andere manier van denken, van doen en van handelen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 oktober 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 oktober 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's