De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Waardering van aardse leven

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Waardering van aardse leven

Evangelicalisering van de gemeenten [9]

9 minuten leestijd

Hier beneden is het niet, of toch wel: dit woord plaatst ons meteen in een spanningsveld dat typerend is voor de gereformeerde visie op het aardse leven. De spanning tussen het in deze wereld en tegelijkertijd niet van deze wereld zijn (Joh.17).

In een nog voluit actueel opstel uit 1974 onderscheidt prof.dr. W.H. Velema drie grondhoudingen: doorbraak, distantie en dialectiek. Wie kiest voor ‘doorbraak’ houdt alleen het ’in de wereld zijn’ over. Christenen bouwen samen met atheïsten zij aan zij aan een betere wereld. Er is geen onderscheid meer tussen kerk en wereld en – om met ds. G. Boer te spreken – de pelgrimsstaf is opgeborgen in het museum van oudheden.
Bij ‘distantie’ spreekt prof. Velema van een ‘doperse mijding van de wereld’. Men trekt zich terug op eigen kerk en groep en eigen home met scherpe kritiek op de wereld. Velema doet niets af aan de kritische doorlichting van de huidige cultuur die deze benadering van distantie kenmerkt, maar stelt er tegenover dat de proclamatie van Jezus’ overwinning en de kracht van de Heilige Geest midden in ons leven duidelijker naar voren moeten komen. Het Nieuwe Testament vereenzelvigt deze wereld niet met het rijk van de antichrist. De wereld blijft ook als ‘bezet gebied’ toch Gods wereld. Ik citeer Velema’s omschrijving van het dialectiekmodel: ‘We nemen deel aan de geschiedenis. We staan in de verbanden waarin God ons geplaatst heeft. We mogen daaruit niet wegvluchten. We kunnen ons er niet aan onttrekken. Een opdracht voor het hier en nu. Je moet die echter zo uitvoeren dat je er niet in op gaat. Je moet laten zien dat je uit een ander beginsel leeft dan dat van deze wereld.’
Het kan dan voorkomen dat een grens bereikt wordt en we vanuit verantwoordelijkheidsbesef bepaalde posten in de maatschappij moeten opgeven. Maar dat is dan noodgedwongen en niet zelf gezocht.

In ballingschap
Bij dit alle past grote bescheidenheid. We denken heus niet dat wij de wereld kunnen verbeteren of zelfs kerstenen (onder heerschappij van Christus brengen). Het is eenvoudig een kwestie van roeping in onze pluriforme samenleving, te midden van een bonte wereld van geloven en denken, te wandelen in de wegen van Gods Woord.
Het geloof laat zich nu eenmaal niet terugdringen tot één of meer provincies van het leven. Dan zou er waarheid schuilen in het gezegde: 'Geloven doe je in de kerk'. Jawel, maar ook op je werk. Het geloof hang je niet met je zondagse kleren in de kast. Als een zoutend zout, als een zuurdesem doordringt het, als het goed is, heel ons leven. Daarbij blijft de waarschuwing nodig dat het werk dat we doen, ons nooit zo mag opslokken dat we onze ‘vreemdelingschap’ vergeten. We zijn burgers in ballingschap.

Gereformeerd of ‘dopers’?
In Calvijns tijd waren er doperse radicalen die van de christen eisten dat deze zichzelf volledig van de wereld moest afsluiten. Vandaag de dag horen we van tijd tot tijd over sekten die zich isoleren om zich biddend en in volstrekte gehoorzaamheid aan hun leider voor te bereiden op het komende einde. Soms kiezen ze vrijwillig de dood, zoals dat gebeurde in Jonestown in Guyana bij de aanhangers van Jim Jones’ Peoples Temple.
Deze zelfde grondhouding vinden we ook bij vele meer ‘aangepaste’ sekten en groeperingen die zich intensief bezighouden met de tekenen der tijden en met berekeningen van de wederkomst van Christus. Bij alle onderlinge schakering en verscheidenheid hebben ze een pessimistische visie op de geschiedenis gemeen. De wereldtijd die nog rest, zal de ‘Grote Verdrukking’ brengen. De gelovigen moeten uitzien naar de ‘Opname van de gemeente’ die voor, middenin dan wel na de Grote Verdrukking zal plaatsvinden. Daarna zal er een duizendjarig Vrederijk aanbreken met Jeruzalem in het middelpunt

Schriftgedeelten
- Johannes 17, Jezus’ hogepriesterlijk gebed met aandacht voor de roeping van de gelovigen in de wereld.
- 2 Thessalonicenzen 2: gespannen toekomstverwachting en toch aardse verantwoordelijkheid.

Voor verdere studie
- Dr. W. Balke, Calvijn en de doperse radikalen, Amsterdam 1973;
- Dr. C.G. Geluk, Cultuur in beweging. Een zoektocht naar creativiteit in het spoor van Calvijn, Zoetermeer 2000;
- Dr. J. Hoek, ‘Hoe wijd ziet de kern?
- diepgang en reikwijdte van de gereformeerde pneumatologie’, in Erik Borgman e.a. (red.), De werking van de Heilige Geest in de Europese cultuur en traditie, Kampen 2008, 112-125;
- Mr. G. Holdijk, ‘Christendom en cultuur in het gereformeerd protestantisme: de les van de geschiedenis’, in Gijsbert van den Brink en Elco van Burg (red.), Strijdbaar of lijdzaam. De positie van christenen in het publieke domein, Heerenveen 2006, 268-294;
- Dr. W.H. Velema, Christen zijn in deze wereld, Kampen 1974.

en de wedergekomen Christus als Koning. Die toekomstige bedeling heeft niets te maken met wat er hier en nu politiek en sociaal wordt verricht. Daarom kan van gelovigen die deze visie aanhangen, nauwelijks constructieve inzet voor een rechtvaardige en barmhartige samenleving hier en nu worden verwacht. Wél is het positief te waarderen dat ze zich met navolgenswaardige ijver toeleggen op persoonlijke evangelisatie, om nog zoveel mogelijk ‘zielen te winnen voor het Lam’.

Vuile handen maken
Het is duidelijk dat vandaag de dag veel ‘evangelischen’ (waaronder ook baptisten als hedendaagse nazaten van de vroegere ‘dopersen’) afstand hebben genomen van deze houding van wereldmijding. Anderzijds treffen we deze houding ook in reformatorische kringen wel aan, bijvoorbeeld in ingezonden stukken in het Reformatorisch Dagblad, waarin christenen die politieke verantwoordelijkheid willen dragen onder een spervuur van kritiek worden gelegd, omdat ze midden in de modder willen staan en vuile handen willen maken ten dienste van de publieke gerechtigheid. Het is maar al te gemakkelijk om zogenaamd uiterst principieel kritiek te oefenen van de zijlijn en intussen geen hand uit te steken om in een gebroken wereld er nog het beste (of minst slechte) van te maken en te redden wat er te redden valt.
De volle nadruk wordt in deze pseudo-reformatorische doperse geestesstroming gelegd op het in stand houden en versterken van de eigen zuil. Deze wordt gekenmerkt door allerlei uiterlijke zaken die naar binnen als sjibbolets fungeren en naar buiten extra drempels aanbrengen. Er is weinig verwachting van een positieve inbreng en heilzame uitstraling in de samenleving. Men is veelmeer beducht voor de besmetting vanuit de wereld dan bedacht op positieve beïnvloeding van buitenstaanders door de gemeente als liefdevol en bewogen getuige van Christus. De tijden zijn donker, de Geest heeft zich teruggetrokken, de oprechte kinderen Gods zijn schaars geworden. In bepaalde extreme groepen wordt zelfs verkondigd dat bijna alle uitverkorenen al zijn toegebracht en er dus nauwelijks enige hoop rest voor de huidige generaties en voor hun nageslacht.

Bijbelse nuchterheid
In 2 Thessalonicenzen 2:1, 2 waarschuwt de apostel Paulus tegen een overspannen verwachting waardoor de gelovigen aan hun opdracht in dit aardse leven niet meer toekomen. De Meester heeft ons als dienaars en dienaressen achtergelaten met velerlei talenten om op aarde als rentmeesters bezig te zijn en zo zin in onze arbeid te ervaren. Met andere woorden: de cultuuropdracht vanuit Genesis 1:28 blijft gelden ondanks het eschatologisch voorbehoud. In de spanning van intense verwachting waarmee de bruidsgemeente roept: ‘Maranatha!’, ‘kom, Heere Jezus!’, is zij even actief als alert, even werkzaam als waakzaam.
Uit de zorg en het opkomen voor de naaste in nood (ziekte, honger, onderdrukking en uitbuiting), voor het milieu en voor de aardse toekomst van ons nageslacht blijkt dat de toekomstverwachting van de christenen geen puur individualistische aangelegenheid is. Daarbij gaat het niet alleen om het eeuwig wel of eeuwig wee van de enkeling, om hemel of hel als zijn of haar eeuwige bestemming. Bijbelse toekomstverwachting is veel breder. Deze richt zich op de eer van God, Zijn plan en Zijn rijk, de herstelde schepping, de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Authentiek christendom is geen veredeld doemdenken met ingebouwde egoïstische vluchtroute. Daarom blijven Gods pelgrims de aarde trouw en zijn oprechte christenen betrokken burgers.

Gereformeerde breedte
De kerkhervormer Calvijn ziet de Heilige Geest werkzaam in heel de schepping, in de wetenschap, de kunst en de cultuur. Het ging hem niet om mijding, maar om heiliging van de wereld. Vanwege deze brede visie op het werk van de Geest is gereformeerde theologie koninkrijkstheologie, gericht op de realisering van Gods wil, niet alleen in het hart en leven van de gelovigen, maar ook in de kerk, de staat, de cultuur, de natuur en heel de kosmos. Zo was Calvijn in Genève geïnteresseerd in en betrokken bij economische, sociale, burgerlijke en internationale zaken. Zijn invloed strekte zich uit over politiek (democratie en rechten van de mens op basis van gelijkwaardigheid van alle mensen voor Gods aangezicht), economie (de gehoorzaamheid aan God in het dagelijks leven, ondernemingszin, universele belangstelling), wetenschap (stimulans van het onderzoek naar de werken van Gods hand in de schepping) en kunst (bevrijd van de voogdij van de kerk). ‘En in de bevordering van zowel de geestes- als de natuurwetenschappen staat Calvijn aan het moderne front’ (W. Balke). De wereld was Calvijns parochie, ook in die zin kunnen we spreken van Calvinus oecumenicus. Het ene grote leidende motief bij dat alles is het brengen van de eer aan God.

Brug tussen lijden en hoop
De gereformeerde vroomheid kent betrokkenheid op en bewogenheid met heel het volk en heel de cultuur. De politiek is daarbij een heilige zaak. Het calvinisme kent zelfs een voorzichtige traditie van burgerlijke ongehoorzaamheid, omdat zonde en onrecht ook in het publieke leven niet geduld kunnen worden. Het verlangen naar het zichtbaar worden van de tekenen van het komst van het koninkrijk Gods op aarde leidt tot volhardend verzet tegen onrecht en onmenselijkheid. De Geest slaat de brug tussen lijden en hoop. De spiritualistische versmalling waarbij het getuigenis van de kerk opgaat in de persoonlijke bekeringsprediking is niet gereformeerd. In gehoorzaamheid en afhankelijkheid worden zo tekenen opgericht van het koninkrijk Gods, dat wij nooit kunnen maken, maar waakzaam en werkzaam van God verwachten.

Over twee weken gaat ds. J. Harteman in de serie ‘Evangelicalisering van de gemeenten’ in op het spreken over de rechtvaardiging en de wedergeboorte in het gereformeerde belijden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 oktober 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Waardering van aardse leven

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 oktober 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's