Geheiligde Tijden
Promotie Evert W. van de Poll
Gedurende een reeks van jaren werd ik vroeger regelmatig op zaterdagavond opgebeld door een (Jezus als) Messiasbelijdende Jood uit Amsterdam. Na zijn bekering kerkte hij meestal in de diensten van de hervormd-gereformeerden. En altijd was er de klacht dat hij zich er nooit helemaal begrepen voelde. Hij was niet alleen christen, hij was ook Jood. Als ik goed ben geïnformeerd is hij later ook teruggekeerd tot de synagoge.
‘Geloof in Jezus heft Jood-zijn niet op’ kopte een artikeltje over het proefschrift van Evert W. van de Poll over Joden die in Jezus als de Messias geloven; kortweg de Messiasbelijdende Joden, door Van de Poll ook aangeduid als Jezus-gelovige Joden.
Van de Poll, vandaag woonachtig in Frankrijk, waar hij als pastor verbonden is aan de Federatie van Evangelische Baptistenkerken, terwijl hij ook gastdocent is aan de Evangelisch Theologische Faculteit in Leuven, zette zich aan een studie over de vraag hoe de Messiasbelijdende Joden omgaan met de oude Joodse feesten, die velen van hen naast de christelijke feesten blijven vieren. Het resultaat is een lijvige Engelstalige dissertatie Sacred Times for Chosen People, waarop hij op 2 september van dit jaar in Leuven met lof de doctorsgraad verwierf. Het boek, met als ondertitel Ontwikkeling, analyse en missiologische betekenis van de Messiaans- Joodse feestdagenpraktijk, werd tijdens de promotie al aangemerkt als een standaardwerk. Dat was terecht!
Stellingen
De studie van dr. Van de Poll loopt uit op een twaalftal stellingen, aan de hand waarvan, zoals gebruikelijk in Leuven, de verdediging plaatsvond.
Messiasbelijdende joden geven met het vieren van de joodse feesten aan dat ze tot het ‘bijzondere volk’ willen blijven behoren. Ze bedoelen ‘interactie’ van het christelijk geloof en het Joodse volk. Daarbij kopiëren ze niet louter de joodse feesten en nemen ze ook niet simpelweg de christelijke traditie over. Ze voegen nieuwtestamentische elementen aan de Joodse feesten toe en voegen momenten van ‘messiaans denken’ toe aan de christelijke traditie. In de joodse feesten brengen ze het evangelie van Jezus ‘thuis’ in Israël en de Joodse cultuur. Inculturatie heet dat. Daarmee heeft de praktijk van hun feestdagen ook een missiologische ondertoon. Ze verlangen naar gehoor voor het evangelie onder hun volksgenoten. Hun doel is God te verheerlijken en Jezus te eren door de Heilige Geest. Hun primaire missie is niet de eredienst van de kerk grondig te reformeren maar ze willen een effectief communicatiekanaal voor het evangelie scheppen voor Israël.
Daarnaast besteedt Van de Poll ook aandacht aan de betekenis die dit alles heeft voor de verhouding van de Messiasbelijdende joden tot de christelijke gemeente. Hun feestdagpraktijk mag geen voorwendsel zijn voor separatisme, afzondering van de christelijke gemeente. Zelfs als zij de feesten op een bijzondere manier vieren, is het nodig dat ze verklaren deel uit te maken van de eenheid van het hele lichaam van Christus.
Intussen moeten christenen uit de volkeren, de heidenen, zich bewust zijn van de noodzaak voor Messiasbelijdende joden om een joodse expressie aan het evangelie te geven. Hun praktijk kan voor christenen zelfs een instructief voorbeeld zijn voor de communicatie van het evangelie in een bijzondere context. Dat geldt in het bijzonder voor gelovigen in een moslimomgeving. Wel dient het besef voorop te staan dat de relatie van Messiasbelijdende joden tot hun Joodse context een heel specifieke is.
Drieledige boodschap
Ik citeer nu de twaalfde, afsluitende stelling letterlijk: ‘Wanneer de Messiaanse joden de sabbath, de feesten en de vastenda-
N.a.v. Evert W. van de Poll:
Sacred Times for Chosen People – ‘Development, analysis and missiological Significance of Messianic Jewish Holiday Practice;
Uitgave Boekencentrum, Zoetermeer, 398 pag., € 32,50.
gen houden, zeggen ze daarmee drie dingen, in de eerste plaats tot hun mede-Joden maar ook tot hun christen-broeders.
1. ‘We hebben redding gevonden in Jezus de Messias van Israël, van wie al die Geheilige Tijden spreken. Door onze viering geven we uitdrukking aan wat Hij voor ons betekent.
2. Het is zelfs omdat we geloven in Jezus Messias dat we ons volk verzekeren dat ze nog altijd Verkoren Volk zijn, en dat we een eer stellen in onze Joodse identiteit.
3. We gedenken en vieren de Geheilige Tijden van het Verkoren Volk op een herkenbare Joodse manier, om te tonen dat het geloof in Jezus onze etnische en culturele identiteit verhoogt, eerder dan dat het die bedreigt.’
Samengevat: ‘De messiaanse feestdagenpraktijk is een manier om tot uitdrukking te brengen: de Geheilige Tijden, voorgeschreven door Adonai, zijn goed nieuws voor het Verkoren Volk; dus kom en vier’.
Opdracht
De kersverse doctor mag worden gefeliciteerd met deze doorwrochte studie. Het was me een genoegen de promotie mee te maken. De Evangelische Theologische Faculteit in Leuven (Heverlee) is uitgegroeid tot een hoogwaardig instituut, waaraan te onzent bekende docenten als de hoogleraren P. Siebesma, W.J. Ouweneel, J. Hoek en M.J. Paul, en sinds kort ook W.J. van Asselt en A. Vos werkzaam zijn.
Van de Poll is er gastdocent missiologie. Hij heeft zich ontwikkeld van een min of meer tegendraadse theoloog, die in het door hem opgerichte blad Reveil regelmatig zijn (ook) maatschappijkritische beschouwingen gaf, tot een theoloog met bijzondere belangstelling voor het Jodendom. Toen hij nog als voorganger betrokken was bij de baptisten Reveilgemeente in Lelystad, was een van de (zijn) uitgangspunten de verbondenheid met het Joodse volk en de daaruit voortvloeiende noodzaak zich te laten voeden ‘vanuit Israël, de wortel die de christelijke gemeente draagt’. Voordat Van de Poll deze dissertatie schreef, publiceerde hij een boek onder de titel De Messiaanse beweging en haar betekenis voor christenen (Putten, 2001).
Nader onderzoek
In één van de stellingen geeft Van de Poll aan dat de relevantie van de Messiaans-joodse feestdagen voor christenen uit de heidenen een thema is dat vraagt om nader onderzoek en theologische bezinning. Dat thema lag buiten zijn onderzoek, maar Van de Poll ziet zelf kennelijk dit onderzoeksterrein nog voor zich.
Wanneer zulk een studie verricht gaat worden, zou het wat ons betreft aanbeveling verdienen om theologen uit de gereformeerde stream van de kerken meer bij het onderzoek te betrekken. In de literatuurlijst bij de dissertatie ontbreekt bijvoorbeeld de promotiestudie van dr. M. van Campen, waarin het zicht dat theologen uit de Nadere Reformatie op het Joodse volk hadden wordt opengelegd. Wel komt (in de literatuur) de uitgave voor van de publicatie van het Bezinningcomité Israël, Messiasbelijdende joden vroeger en nu (red. ds. C. den Boer). Het viel ons trouwens ook op dat de in Nederland bekende wijlen mevr. Rebecca de Graaf van Gelder geen plaats heeft gekregen, die als Messiasbelijdende christin steevast betoogde dat christenen ‘de tent van Abraham hebben gekraakt’.
In dat onderzoek zou ook specifiek de verhouding van zondag en sabbath breder aan de orde kunnen komen; een kwestie die vandaag telkens opduikt. In de laatste stelling wordt de sabbath nevenschikkend met de joodse feesten en vasten genoemd en in het boek krijgt de sabbath verspreid de aandacht. Maar naar mijn oordeel ligt hier een braakliggend terrein dat verder ontgonnen dient te worden. Dat geldt ook voor de verhouding van zending en dialoog. Er valt dus best nog wat te wensen, maar de dank overheerst.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 oktober 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 oktober 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's