De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Niet vergeten, maar gedenken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Niet vergeten, maar gedenken

Diaconaat is dienst [3, slot]

8 minuten leestijd

Mensen zijn geneigd om te vergeten, maar God vergeet niet. Hij gedenkt.

Vergeten staat haaks op gedenken. Wij zullen gedenken. Daar hebben we de geboden van God voor. Zij zijn er nu juist op gericht dat er niet vergeten wordt: Ik citeer (in de HSV) uit het boek Deuteronomium: ‘Pas ervoor op dat u de HEERE, uw God, niet vergeet, door Zijn geboden, Zijn bepalingen en Zijn verordeningen, die ik u nu gebied, niet te houden. Wanneer u eet, verzadigd wordt, goede huizen bouwt en daarin woont, uw runderen en uw kleinvee talrijk worden en ook uw zilver en goud toeneemt, ja, alles wat u hebt, talrijk wordt, pas ervoor op dat uw hart zich dan niet verheft en u de HEERE, uw God, vergeet, Die u uit het land Egypte, uit het slavenhuis, geleid heeft.’

Getuigenis
Vergeten van de verlossing betekent: vergeten van het verbond; vergeten van het verbond leidt tot het vergeten van de kinderen van het verbond. Daarom wordt in Psalm 78 gezegd: ‘Wij zullen ze niet verbergen voor hun kinderen, maar aan het volgende geslacht vertellen de loffelijke daden van de HEERE, Zijn kracht en de wonderen die Hij gedaan heeft. Want Hij heeft een getuigenis opgericht in Jakob, een wet vastgesteld in Israël; daarvan heeft Hij onze vaderen geboden om die hun kinderen bekend te maken, opdat het volgende geslacht ze zal kennen: de kinderen die geboren zullen worden en opstaan om ze hun kinderen te vertellen; opdat zij hun hoop op God stellen en Gods daden niet vergeten, maar Zijn geboden bewaren, en niet worden als hun vaderen: een opstandig en ongehoorzaam geslacht, een geslacht dat zijn hart niet richtte op God en in zijn geest Hem niet trouw was.’ Het vergeten van Gods grote daden is niet alleen dat de geschiedenis van de bevrijding wordt vergeten, het leidt onherroepelijk tot het vergeten van de armen, de tobbers en de ellendigen. Heel het Oude Testament is daarvan vol. De keerzijde van het vergeten van Gods grote daden is de angstige vraag of God misschien Zijn genade aan Israël is vergeten.
Kan God Zijn kinderen vergeten? Die vraag wordt een aantal keren in de Bijbel gesteld. Het scherpst wordt dit aan de orde gesteld in die bekende verzen uit Jesaja 49. Israël is in ballingschap, afgesneden van de dienst aan God in de tempel. Hun identiteit (dat is: hun heiligheid, hun apart gesteld zijn) dreigt verloren te gaan, want veel Israëlieten geven zich over aan de rijke cultuur en de ver ontwikkelde wetenschap van Babel.

Zuigeling
Daar, in Babel, klinkt daarom die angstige uitroep: ‘De HEERE heeft mij verlaten en de Heere is mij vergeten.’ (Jes. 49:14) Dan komt het antwoord dat de God van Israël ten voeten uit tekent: 'Maar kan een vrouw haar zuigeling vergeten of harteloos zijn tegen het kind dat zij droeg? Zelfs al zou zij het vergeten, ik vergeet jou nooit. Ik heb je in mijn handpalm gegrift, je muren staan mij steeds voor ogen.'
Letterlijk staat er in Jesaja 49:16: 'Ik heb je in mijn handpalm getatoeëerd.'  Tatoeëren wordt nota bene in het Oude Testament verboden! Nu wordt er over de God van Israël gezegd dat Hij Israël in Zijn handpalm heeft getatoeëerd. U kent ze wel die mensen met al die inscherpingen op hun armen en lijf in onze tijd. Een tatoeage is bijna niet te verwijderen. Het schijnt wel te kunnen, maar het gaat gepaard met erg veel pijn, met bloed soms. En dan nog blijft heel vaag zichtbaar wat er eens stond. De tatoeage kan eigenlijk nooit meer weg! Opmerkelijk is ook dat hier gezegd wordt: 'Je muren staan mij steeds voor ogen.' De muren van Israël waren verwoest. Jeruzalem had alleen nog ruïnes van muren. Die waren immers gevallen in de strijd. Van de Heere God wordt gezegd dat die puinhopen, het verwoeste Jeruzalem, steeds voor Zijn ogen staat.
Gods handen, dat zijn de handen die onafgebroken werken aan het heil van deze wereld. Bij elke handeling die Hij verricht, staan de namen van Zijn kinderen in zijn handen gegrift. Daar doet Hij het dus voor. Hij werkt voor hen en bij al Zijn werken staat het lijden van Zijn kinderen Hem voor ogen.

Gods teken
Vergeten komt in het woordenboek van de Heere niet voor. Hij vergeet geen van Zijn kinderen. Het meest zichtbaar wordt dat in Zijn Zoon, onze Heere Jezus Christus. Hij is Gods ultieme teken van het niet vergeten. Hij vergeet Zijn volk niet, zelfs al moet dat heen door het lijden, de Godverlatenheid en de dood. Hij vergeet hen zelfs niet in de dood!
Wij bergen onze doden hoe langer hoe meer op in keurig aangelegde kerkhoven, buiten de steden met mooie, hoge bomen en struiken erom heen. Wij vergeten niet alleen, wij willen ook vergeten. De doden bergen we op, ver weg van het dagelijkse leven, maar ook de levenden, de ani – de armen – van onze tijd, mijden we. Wij zijn voortdurend geneigd om leed en ellende weg te duwen. Laten we maar vergeten.
Wie spreekt er in Nederland nog over Darfur en Zuid-Soedan? Welke krant schrijft er nog wel eens over de gigantische moord- en verkrachtingspartijen in Congo? Ook in onze eigen omgeving zijn er mensen die wij niet zien of liever gezegd: niet willen zien.
‘Vergeten’ is de tegenstelling van ‘gedenken’. De Heere God gedenkt Zijn verbond. Ik schreef: het kruis van onze Heere Jezus Christus is Gods ultieme teken van het niet vergeten. Zelfs in het dodenrijk vergeet Hij Zijn mensen niet. En aan deze kant van de dood: Hij schenkt Zijn heil juist aan hen die leven in de schaduwen van de dood. Dat zijn de zondaar en de bedelaar.

Samaritaan
De indringendste gelijkenis in dit verband is natuurlijk die van de barmhartige Samaritaan. Daar zie je hoe het vergeten in zijn werk gaat: met een grote boog erom heen of je met een vrome bijbeltekst je uit de voeten maken. In die Samaritaan herkennen we de Heere Jezus, Hij die van buiten komt, Hij, die net als de Samaritanen van die tijd, werd gemeden. Laat ik het maar werelds zeggen: gemeden als de pest. Hij doet wat iedereen nalaat. Hij is immers de Zoon van die God, die niet vergeet, maar gedenkt.
Diaconaat is het navolgen van deze Samaritaan. De gemeente van Jezus Christus is gemeenschap allereerst met Christus zelf. Denk aan het bekende beeld uit 1 Korinthe 12:12: Hij het hoofd, wij de leden. We zijn allereerst aangewezen op Hem ons hoofd, maar ook op elkaar en dat is heel concreet.

Gemeenschap
Die gemeenschap wordt niet alleen zichtbaar in de eredienst en rond de tekenen van brood en wijn, maar wil nadrukkelijk zichtbaar zijn in het leven van de gemeente: het er zijn voor elkaar! In de gemeente betekent dat: er ook zijn voor hen die je in wereldse omstandigheden nooit als je vriend zou kiezen. Het betekent: er zijn voor hen die geen helper hebben. Er zijn voor hen die vergeten worden. Helpen/dienen in dit verband is niet alleen geven of projecten bedenken. Helpen/dienen is ook het stellen van tekenen en het openen van de ogen voor hen die vergeten zijn of dreigen te worden. Het betekent alert zijn op de ani. Dat zijn de mensen die tussen de wal en het schip vallen, de gemarginaliseerden van onze maatschappij, van onze wereld.
De meest verlammende vraag die in dit verband gesteld kan worden, is: helpt het ook? Heeft het effect? Dat zijn nou precies de soort vragen die de wereld stelt. In de wereld is alles en iedereen gericht op het verwezenlijken van doelen. In de Bijbel wordt de vraag naar het nut en de effectiviteit nergens op die manier gesteld. Het gaat er niet om of het helpt, maar of jij een helper bent!

Onaf
Ik moet denken aan een uitspraak van prof. A.A. van Ruler, die ergens zegt: al Gods experimenten lopen uiteindelijk op een mislukking uit. In mijn eigen woorden probeer ik te verstaan wat Van Ruler bedoelde. Heel het verlossingswerk van God, al Zijn daden breken Hem bij de handen af. Het loopt uiteindelijk uit op de dood van Zijn eigen Zoon. Maar de gemeente leeft niet alleen bij Goede Vrijdag. Het is Pasen geweest. Dwars door de dood en de ondergang redt Hij Zijn gemeente. Alles wat wij doen, blijft onaf. Wij redden de wereld niet. Maar in het spoor van Jezus Christus mogen wij tekenen oprichten. Het zijn niet zomaar onbeduidende tekenen. Ze verwijzen naar de uiteindelijke overwinning van Jezus Christus op de dood, de vernietiging, de ondergang en de vergetelheid.
Wij mogen niet vergeten. Wij zijn geroepen onze ogen te openen voor de armen van onze tijd. Er zullen altijd armen blijven. Wij moeten niet denken dat we de problemen van de wereld oplossen. Moeten we dan bij de pakken en puinhopen op allerlei gebied terneer zitten? Welnee. Wie zijn stem gehoord heeft zal niet anders willen dan voort te gaan in het spoor van de Heere Jezus Christus, met open ogen en open oren. Waarom? Omdat we weten van de grote dag van de wederkomst van Christus. We putten kracht uit Zijn beloften die nog openstaan. Dan moeten we handelen waar wij kunnen en spreken, waar gesproken moet worden ter wille van hen die dreigen verloren te raken in de vergetelheid. Juist hen die vergeten dreigen te worden, stelt Hij ons voor ogen in de gestalte van Zijn Zoon.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 oktober 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Niet vergeten, maar gedenken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 oktober 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's