Artistieke gaven
Pastor in het verpleeghuis
Zie, Ik heb met name geroepen Bezaleël … Ik heb hem vervuld met de Geest van God, met wijsheid in alle handwerk … In ons verpleeghuis De Samaritaan zijn regelmatig exposities te zien. Schilderijen van verschillende schilders, prachtige fotos en ook gedichten hangen in de gangen van ons huis.
De exposities wisselen van tijd tot tijd. Bewoners en bezoekers kijken ernaar. Het geeft fleur aan het huis. Ook worden de exposities vermeld in de weekbladen van de eilanden.
Een paar jaar geleden was er een expositie van gedichten. Een mevrouw die nu in ons huis woont, maakte ze destijds. Ze schreef mooi. Het waren gedichten waarin ze haar gevoelens warm uitdrukte. Een jaar geleden was er een expositie van de werken van de heer D.J. van Waarde. Zijn eigen werken werden geëxposeerd.
Artistieke gaven
Deze kunstenaar woonde in Goedereede. Hier was hij geboren. Tot voor zijn opname was hij getrouw gebleven aan zijn geboortegrond. Goedereede is een plaats op ons eiland met bijzondere allure. Een enorme gotische toren steekt vanuit de verte boven het landschap uit. Soms laat het carillon zich horen. Van de kerk is het koor alleen overgebleven en deze wordt gebruikt voor kerkdiensten. De huizen staan wat weggedoken rondom de kerk. Het beschermde stadsgezicht maakt het tot een plaats waar voor mijn gevoel de eeuwen hebben stilgestaan.
Achter de ramen in de huizen is dit niet het geval. Ook de bewoners van Goedereede zijn met hun tijd meegegaan. Goeree-ers waren vissers. De oude haven is er bewijs van en maakt het geheel van het stadje tot een voorwerp om vast te leggen met penseel en verf op het doek. Je kunt in de omgeving genieten van Gods schepping. Stille plekken. Houtwallen. Duinen met prachtige, gekleurde begroeiing.
Tragiek
Broeder Van Waarde legde dit vast. Hij gebruikte geen penseel en verf. Hij tekende. Hij deed dit uit zijn hoofd. Zijn fotografische geheugen was uniek.
Thuis pakte hij potlood en papier en tekende. De lijnen strak. Hoe kunstig! Dat was zijn gave. Een gave die hij van de Geest had ontvangen, zoals Bezaleël. Met deze gave wilde hij de Schepper eren. Exposeren had hij nog nooit gedaan. Thuis lagen ‘zijn werken’ in een map. Nu mochten wij ervan genieten.
In zijn rolstoel reed hij langs zijn eigen tekeningen. Er was geen herkenning. Het ging langs hem heen. Geen beleving van vroeger was er meer. Geen herinnering. Het laat iets zien van het ontstellende, van de afbraak van het leven, van de tol die soms betaald wordt bij het ouder worden.
Het verzonken ik
Zo wordt dit levensaspect genoemd: Het verzonken ik. In het leven is weinig of geen herkenning meer. De plaats waar de bewoner leefde, biedt geen aanknopingspunten voor een gesprek. Namen worden niet meer genoemd. Familie, vrienden en bekenden worden nauwelijks meer herkend. Soms even een glimlach van herkenning. Soms wordt op een bekend stemgeluid gereageerd. Op het horen van een bekende psalm of lied volgt vaak herkenning.
Het is zoeken en tasten om contact te hebben. Het verzonken ik. Een voorwerp dat zinkt, gaat naar de bodem. Je ziet het niet meer. Waar blijft het eigene, het bijzondere, de gaven van een mens? Het zinkt weg. De bewoner over wie we schreven, weet niet meer hoe hij moet tekenen. Deze gave is niet meer terug te vinden. Zo moet een mens afscheid nemen van zijn gaven. Familie, vrienden zien het aan en beleven dit. Hij of zij is niet meer de man, de vrouw van vroeger. Ze kon immers zo gezellig praten en zorgen. Hij kon zo prachtig orgelspelen. Hij kon zo bewogen bidden. Het zinkt weg.
Een man zegt van zijn vrouw: ‘Zij is niet meer de vrouw van vroeger, ze is zo anders, maar ze blijft toch mijn vrouw!’ Als hij komt, zitten ze hand in hand. Ze komt weer tot rust. Alleen de dood zal scheiding maken.
Moeite
Wat gaat er in de bewoner om? De gaven van de Geest zijn er niet meer. Wel de nalatenschap van die gaven. De herinnering. Die herinnering geeft pijn.
Wat er in de bewoners omgaat, weet ik niet. Soms lachen ze en stralen hun ogen nog vreugde uit. Soms zitten ze voor zich uit te staren. Soms liggen ze permanent op bed. Voor mij helpt het om me de woorden van Psalm 10:14 in herinnering te roepen en het bij de HEERE te brengen: ‘Gij ziet het immers; want Gij aanschouwt de moeite en het verdriet, opdat men het in Uw hand geve.’
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 oktober 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 oktober 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's