Recht doen
Proefschrift over Arminius [1]
Recht doen aan Arminius, dat is wat naar eigen zeggen William Arie den Boer wil doen in zijn dissertatie over de naamgever van de Arminianen. Het is de vraag of hij dat ook werkelijk doet.
Op vrijdag 27 juni jongstleden heeft William Arie den Boer aan de Theologische Universiteit van de Christelijke Gereformeerde Kerken in Nederland te Apeldoorn de graad van doctor behaald via het proefschrift Duplex Amor Dei. Contextuele karakteristiek van de theologie van Jacobus Arminius (1559-1609).
De dissertatie getuigt van noeste studie en de auteur mag dankbaar terugzien op alles wat God hem daarin heeft gegeven. We willen hem met dat alles dan ook van harte feliciteren.
Kerkhistoricus-dogmaticus
Ergens wordt in deze studie gesproken over het werk van een kerkhistoricus, terwijl in dat verband de opmerking wordt gemaakt dat het aan de dogmaticus is om de zaken – in dit geval het zogenaamde midden kennisconcept – tot in zijn uiterste consequenties te doordenken en op zijn merites te beoordelen. Als hiermee gezegd wil zijn dat de hele studie kerkhistorisch is, dan doet dat de vraag opkomen of de dogmaticus bij de auteur minder wakker is dan de kerkhistoricus. In elk geval beschouwen we zijn opmerking als een uitnodiging om dogmatisch, bijbels-theologisch, het één en ander aan te reiken.
Objectief
In het boek wil Den Boer Arminius geheel recht doen. Hij wil hem niet allereerst beoordelen vanuit de strijd rondom de remonstranten. Ook wil hij hem niet vastpinnen op de Vijf artikelen tegen de remonstranten, vastgesteld op de Synode van Dordrecht in 1618-1619. Hij wil het denken van Arminius geheel nagaan vanuit diens eigen geschriften.
Hierbij sluit hij de zogenaamde disputaties, waarin Arminius met studenten in discussie was, uit, omdat daarin het denken van Arminius vermengd zou zijn met visies van studenten. Het gaat Den Boer om een weergave van het denken van Arminius vanuit enkel door Arminius zelf geschreven werken. Dat geeft de beste garantie voor de meest objectieve benadering. De jonge doctor wil dus maximaal recht doen aan wat Arminius heeft bewogen. Het is een lofwaardig streven, dat ons vanuit de Schrift ons in alle mogelijke andere gevallen voorgehouden wordt. In hoeverre dat lukt is weer een ander verhaal.
Een tweede punt daarbij is of een kerkhistorische studie bij voorbaat een persoonlijke beoordeling, als bijvoorbeeld dogmaticus, moet uitsluiten. Dit klemt te meer, daar in de onderhavige dissertatie bijbelgegevens aan de orde komen die alles te maken hebben met een status confessionis. Ze houden namelijk verband met een officieel belijdenisgeschrift, de Dordtse Leerregels ofwel de Vijf Artikelen tegen de Remonstranten. Mede daardoor is het bevreemdend dat in het boek, op enkele toegevoegde stellingen na, niets van dit belijdenisgeschrift, dat onderdeel is van de Drie Formulieren van Enigheid, behandeld wordt. Zeker, het is helder dat een studie begrensd moet worden, terwijl een dissertatie een eigen discipline vergt. Het is echter de vraag hoever men daarin kan gaan, wanneer er een status confessionis in het spel is. Of mag de dissertatie van Den Boer beschouwd worden als een voorstudie van een tweede boek dat nog gaat verschijnen en dat de lijnen doortrekt naar de Dordtse Leerregels?
Kernprobleem
Wat de inhoud van de dissertatie van dr. Den Boer betreft, kunnen we slechts enkele globale lijnen weergeven en een impressie schetsen. Bepalend voor het denken van Arminius is dat hij het in veel dingen niet eens is met Calvijn en andere gereformeerde theologen. Hierbij gaat het toegespitst om de predestinatie ofwel uitverkiezing. Kort gezegd komt het erop neer dat Calvijn en de zijnen een onvoorwaardelijke verkiezing leren. Daar wordt mee bedoeld dat God mensen heeft uitverkoren zonder enige voorwaarde vooraf te laten meetellen. God heeft redenen uit Zich zelf genomen en heeft daarmee onderscheid gemaakt waar geen onderscheid was. Dat betekent onder andere dat uitverkoren mensen geen enkel streepje voor hebben op mensen die niet uitverkoren zijn. Zondaren, goddelozen, worden uitverkoren en daarom worden goddelozen gerechtvaardigd.
Arminius leert anders. Hij leert een voorwaardelijke uitverkiezing. Dat betekent dat mensen aan een bepaalde voorwaarde dienen te voldoen willen ze voor Gods uitverkiezing in aanmerking kunnen komen. Bij die voorwaarde denkt Arminius aan geloof. Enkel zij die geloven worden uitverkoren. Dat betekent dat Arminius niet uit de voeten kan met het onopgeefbaar diep reformatorische dat goddelozen worden gerechtvaardigd. Arminius leert dat gelovigen worden gerechtvaardigd. Hierbij gaat Arminius niet enkel in tegen het denken van Calvijn, maar ook tegen dat van Luther.
Samenwerking
Dr. Den Boer tekent in zijn dissertatie op treffende wijze het denken van Arminius. Hij doet dat ook op existentiële wijze, waarbij tussen de regels door persoonlijke betrokkenheid is te proeven. Tevens merken we de existentiële betrokkenheid van Arminius zelf. Krachtig tekent Arminius zijn eigen visie, terwijl hij tegelijk bijna krampachtig tracht duidelijk te maken dat hij geheel orthodox is. Als mensen uit de kring van Calvijn hem van (semi)pelagiaans denken beschuldigen dan wijst hij dit uitdrukkelijk af. Arminius wil naar eigen zeggen geheel vasthouden aan het feit dat genade genade is.
Ondertussen blijft hij toch steeds terugkomen op een vorm van vrijewil-denken, waardoor de verdenking van (semi)pelagianisme niet uit de lucht gegrepen is. Arminius wil een zeker samenwerkingsverband tussen God en mens inzake het zalig worden maar niet loslaten. De gereformeerde theologen kennen ook wel een vorm van samenwerking, maar die vindt enkel plaats na de wedergeboorte. Arminius echter spreekt over samenwerking vóór de wedergeboorte, al plaatst hij die wel weer in het kader van Gods genade.
Er zit daarom iets tragisch in de positie van Arminius. Hij wil geheel rechtzinnig zijn, doch het lukt hem blijkbaar niet. Persoonlijk deed het me denken aan evangelischen vandaag die zeggen geheel aan de Schrift als Gods Woord van kaft tot kaft te willen vasthouden, maar ondertussen huizenhoge bezwaren hebben tegen de gereformeerde belijdenisgeschriften, die geheel op de Schrift gegrond zijn.
Gerechtigheid
Hoewel dr. Den Boer het woord tragisch niet gebruikt, komt de gedachte ervan impliciet wel naar voren wanneer hij zoekt naar de spil van het theologisch denken van Arminius. Dr. Den Boer vindt dat het Arminius centraal ging om de gerechtigheid van God. Het tragische is dan dat de gereformeerde theologen dat maar niet door schijnen te hebben. Dat is te meer vreemd daar die gereformeerde theologen de gerechtigheid van God eveneens hoog in het vaandel hebben geschreven.
We krijgen uit de wijze waarop dr. Den Boer dit beschrijft de indruk dat hij zich zo is gaan inleven in het poneren van Gods gerechtigheid door Arminius, dat hij Arminius daarin is gaan verdedigen. In elk geval lijkt dr. Den Boer zeer gecharmeerd te zijn van de wijze waarop Arminius de nadruk legt op Gods gerechtigheid.
Het is de vraag of Arminius er rechtzinniger door wordt wanneer blijkt dat hij zoveel nadruk legde op de gerechtigheid van God. Daar wil ik enkele motieven voor aandragen.
Ten eerste laat Arminius zijn begrip van gerechtigheid zeer bepalen door het wijsgerig denken van 'ieder het zijne geven'. Weliswaar zegt Arminius onder andere dat het gerechtigheid van God is, zoals Hij die eenmaal in Christus heeft betoond, maar verder geeft hij geen werkelijk diep bijbelse verantwoording van wat gerechtigheid is. Het risico bestaat dus dat het woord gerechtigheid bij Arminius dusdanige onbijbelse trekken heeft dat daardoor bij voorbaat vele dingen worden scheefgetrokken.
Denkschema's
Ten tweede is het niet juist te theologiseren vanuit een enkel (bijbels) begrip. Dat geeft verenging en mistekening, temeer daar Arminius meer heeft meegenomen van middeleeuws-wijsgerige denkschema's dan doorsnee gereformeerde theologen. Bovendien is het juist kenmerkend voor gereformeerd theologiseren om niet vanuit een enkel (bijbels) begrip te denken, maar vanuit de hele Schrift. Het gaat de reformatie om 'alleen de Schrift' en 'geheel de Schrift'!
Ten derde heeft het iets krampachtigs dat Arminius zoveel accent legt op de gerechtigheid van God. Zeker, hij wil ermee betuigen dat God nooit van enig kwaad beticht kan worden en dat is prima. Maar had het accent aan de andere kant ook niet de functie om het gevaarlijke van de nadruk op de vrije wil toe te dekken?! In ieder geval is duidelijk dat er bij Arminius nauwe samenhang is tussen Gods gerechtigheid en zijn vrijheidsbegrip.
Ten vierde is het niet juist om één bepaalde eigenschap van God, in dit geval zijn gerechtigheid, te maken tot allesbepalend. Dat wekt in elk geval de indruk dat andere eigenschappen van God er minder toe doen, wat weer afbreuk doet aan de volkomenheid van God.
Kortom, wanneer eerdere studies niet of nauwelijks gefocust waren op gerechtigheid als kernbegrip bij Arminius, dan kan dat meer betekenen dan slechts een missing link, samenhangend met een tekort aan bestudering van de eigen werken van Arminius. Bovendien kan het verklaren waarom gereformeerde tijdgenoten van Arminius er weinig aandacht voor hadden.
Tweevoudige liefde
Naast gerechtigheid als spilfunctie in het denken van Arminius, ziet dr. Den Boer nog een tweede kernnotie, namelijk dat wat hij in de titel van zijn proefschrift heeft weergegeven met Duplex Amor Dei. De vertaling van het Latijnse zinnetje luidt: Tweevoudige liefde van God. Bedoeld wordt de liefde van God tot Zichzelf en daarin tot Zijn eigen gerechtigheid. Bedoeld wordt ook de liefde van God tot de mens, Zijn schepsel. Deze tweede kernnotie hangt geheel samen met de spilfunctie van Gods gerechtigheid. Gods liefde tot de gerechtigheid en daarin tot Zichzelf is primair en gaat immers voor de liefde van God tot de mens uit. Hierbij is de tweevoudige liefde van God te zien als een soort overkoepeling waar predestinatie, verbond en evangelie – drie zaken die bij Arminius elkaar grotendeels overlappen – onder vallen. Op deze wijze worden, volgens Arminius, zowel zorgeloosheid als wanhoop ondervangen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 oktober 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 oktober 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's