De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Volharding gevraagd

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Volharding gevraagd

Culturele verschuivingen en de vreze des Heeren [4]

6 minuten leestijd

Gehoorzaamheid en dienstbaarheid zijn twee voluit bijbelse begrippen, die niet naar de mens zijn, zeker niet naar de postmoderne mens. We kunnen er echter niet omheen.

Gehoorzaamheid aan de geboden van God staat haaks op de geest van deze tijd. We worden van alle kanten gestimuleerd onze eigen route uit te zetten, alleen te doen wat ons past en waar we een goed gevoel bij hebben. Als ons iets niet zint, zappen we het weg. Zelfverloochening wordt opgevat als huichelen. Wij zullen deze tijdgeest eerlijk moeten onderkennen – om te beginnen bij onszelf overigens – en deze ronduit en zorgvuldig moeten benoemen, om in het licht van de Schrift te laten zien dat het in de vreze des Heeren anders toe gaat. Vreze des Heeren, als een relatie tussen Vader en kind, kan niet bestaan zonder deze gehoorzaamheid, die het Hem voor het zeggen geeft op elk terrein van het leven. Wie Christus, de Zoon bij uitstek en onze oudste Broeder, daadwerkelijk volgen wil, komt niet uit onder wat Hij zei: ‘die verloochene zichzelf en neme zijn/haar kruis dagelijks op zich.’

Knap lastig
Nergens in de Bijbel is geloven alleen maar ‘geweldig’. Het is vaak ook knap ‘lastig’. Er worden niet alleen geweldige gedachten en fijne gevoelens gaande gemaakt, maar als je eerlijk luistert naar Gods stem, worden er ook minstens zo veel gedachten en gevoelens gekruisigd. Onze belijdenis heeft er overigens volop oog voor hoezeer dat botst. Niet voor niets spreekt ze in dit verband over de noodzaak van een dagelijkse bekering, tegen mezelf en tegen de stroom in.
Het lijkt me vandaag de dag, nu velen in de kerk – onder jong en oud – daar weinig voor voelen, actueler dan ooit. Om middenin de wereld van vandaag samen de vreemdelingschap te leren. Dat is niet eenvoudig, maar als je de brieven in het Nieuwe Testament leest, zie je dat het altijd de opgave is geweest waar de gemeente voor stond om in een heidense en multireligieuze samenleving de vreemdelingschap te leren, met alle moeite en pijn van dien. Daar waren gelovigen nooit vanzelf voor ‘in’. Vandaar dat het apostolische vermaan noodzakelijk bleef: 'Gij geheel anders, want u hebt Christus leren kennen' (vergelijk Ef. 4:17-20).

Haaks op levensgedrag
Volharding is vandaag de dag niet bijster populair. Volharding staat haaks op ons zo flexibele levensgedrag. We zijn dingen gauw zat, hebben het snel met dit of dat gehad. In de Bijbel is volharding – als een volhouden met of zonder zin – hét kenmerk van een levend geloof.
Het is het eerste wat van de christelijke gemeente wordt gezegd (Hand. 2:42): ‘Zij waren volhardend.’ Toen de eerste emotie gezakt was en het gevoel weer alledaags geworden was, werd de wandel met God juist hierdoor gaande gehouden.
Wat dat aangaat, gaat het er in de vreze des Heeren net aan toe als in de relatie tussen man en vrouw: die is niet altijd even heftig, maar wordt gedragen en gevoed door elke dag goed met elkaar om te gaan. Dan zijn er vanzelf ook de momenten waarop je heel veel voor elkaar voelt. Wie het echter omkeert en steeds eerst iets voelen wil, voelt op den duur niks meer.

Ook teleurstelling
’t Lijkt me van groot belang dat we deze dingen goed aan elkaar uitleggen, met name ook aan hedendaagse gelovende jongeren, die soms de ene kick na de andere willen beleven. We hoeven hun enthousiasme niet gelijk uit te blussen – het hoort ook bij hun leeftijd. Maar laten we hen tegelijk blijven uitleggen dat dit niet vol te houden is en dat levend geloof ook heel ander emoties meebrengt: van teleurstelling, over jezelf, in Gods leiding, met alle verzoeking en beproeving van dien.
Dat gebeurt niet om hen hun enthousiasme af te remmen maar wel om het eerlijk te houden en hen te behoeden voor het misverstand dat wanneer het goede gevoel er niet is, het met hun geloof ook mis is. Het is genadig dat er in principe van ons niet méér gevraagd wordt dan volharding: al heb ik lang niet altijd evenveel hart (gevoel) voor Hem, ik mag leven van het feit dat Hij hart heeft en houdt voor mij. Dat is echt kicken!

Dienstbaarheid
Zorgen kunnen we ons ook maken over de dienstbaarheid aan God en Zijn gemeente. Ook hier laat de cultuur zich gelden. Steeds meer gelovigen laten hun dienstbaarheid afhangen van postmoderne vragen als: voel ik me hier nog goed bij, levert het mij nog iets op, heb ik hier nog zin in? Op zichzelf hoeft dat niet per se verkeerd te zijn. In ieder geval is het positieve effect

Vandaag de vierde aflevering van de bijdrage van ds. P.J. Visser over de noodzaak van het bewaren van de vreze des Heeren in onze cultuur. In de komende weken reageren ds. C. Blenk en ds. A.J. Mensink, waarna ds. Visser zelf de discussie over dit wezenlijke thema afrondt.

ervan dat er bewuster dan voorheen wordt omgegaan met de gaven die de een of de ander heeft. Dat is goed en bijbels. Tegelijk lijkt onze inzet in de dienst van God steeds meer onder invloed te komen staan van de hedendaagse cultuur. Daar geldt: wie ambitieus is, wisselt snel van functie en gaat telkens nieuwe uitdagingen aan. Bovendien zijn we naast ons werk erg bezet geworden: met het werken aan onze lichamelijke conditie en met het optimaal benutten van onze vrije tijd. Het kan niet anders of dit heeft ook zijn weerslag op ons functioneren in de kerk. Zo merk ik bijvoorbeeld dat het voor ambtsdragers steeds lastiger wordt om zich voor een tweede termijn te verbinden. Ze hebben zich vier jaar ingezet en vinden het terecht zich nu weer op iets anders te richten of de gegeven tijd te reserveren voor zichzelf.

Eigendom van Christus
Ik heb daar niet gelijk een oordeel over, maar constateer wel dat dienstbaarheid aan Gods zaak al sneller aan slijtage onderhevig raakt. Ontgroeien wij hiermee niet ongemerkt aan de gedachte dat we in de vreze des Heeren niet meer van onszelf zijn, maar Hem toebehoren? En Hem derhalve zonder pardon ter beschikking staan, zoals een knecht aan zijn heer? Zo’n beeld alleen al kan vandaag behoorlijk scheef schieten en het nodige verzet oproepen bij die en gene. Het verdraagt zich niet met onze cultuur. Toch ontkomen we er niet aan, dit elkaar rechts- of linksom te blijven leren. Het is per slot van rekening een van de eerste beginselen van een levend geloof (vergelijk Heid. Cat., Zondag 1): we zijn niet van langer van onszelf, maar het eigendom van Christus. Meer nog: de wortel van de vreze des Heeren.
Ik gaf slechts een aanzet. Hopelijk geeft het te denken. En doet het des te dringender bidden voor onszelf en voor elkaar: 'Neig ons hart en voeg het saâm tot de vrees van Uwe naam!'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 oktober 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Volharding gevraagd

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 oktober 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's