Over toe-eigenen gesproken
Culturele verschuivingen en de vreze des Heeren [5]
Als dr. P.J. Visser spreekt over de noodzaak van het bewaren van de vreze des Heeren in onze cultuur, dan is hij herkenbaar als prediker en pastor. Tegelijk is hij de missioloog.
De prediker en pastor komt dichtbij de mensen en bij het Woord, hij is ontwapenend eerlijk, fris en vroom. Als missioloog zoekt dr. Visser een antwoord op de vraag hoe we de vreze des Heeren in onze Westerse cultuur kunnen overbrengen. Hoe vinden ook moderne zielen ‘Gods verborgen omgang’?
Dr. Visser voelt dat tijdgebonden patronen niet meer overkomen, al blijft het gaan om Woord en Geest, om zonde en genade, enzovoort. De toe-eigening des heils speelde vroeger een grote rol, zegt hij. Nu niet meer dan? En in de Randstad inderdaad minder dan in de zogeheten Bible Belt? Dr. Visser ziet zelf een ongelijktijdigheid.
In ons Betuwse dorp Lienden planden jongeren een preekbespreking over de vraag: ‘Wanneer ben je nu bekeerd?’ Intussen schreef ds. Maasland vorig jaar dat hij in de Bible Belt de klassieke thema’s moeilijk meer overgebracht krijgt. Een geleerd stadsmens herkende dat toen juist weer niet.
Hoe zit het nu? Zelf denk ik vaak aan wat ooit een liberale Amsterdamse dominee zei: ‘Er zitten op zondagmorgen mensen uit allerlei cultuurperioden in de kerk.’ Kerkenraden zien uiterlijke veranderingen, maar zien zij ook ondergrondse verschuivingen onder ogen? En om welke verschuivingen gaat het dan?
Waaromvraag
Dr. Visser greep in zijn bijdrage terug op een richtingengesprek uit 1956. Prof.dr. H. Berkhof zei toen: ‘De belijdenis geeft antwoord op Luthers vraag "Hoe krijg ik een genadig God?, maar de middenorthodoxie kreeg de moderne aanvechting: ‘Is Hij er?’’
Ds. G. Boer vond dat een ongepaste vraag en een ophouder naar het eigenlijke. Zijn wij als hervormd-gereformeerden na vijftig jaar soms bezig met midden-orthodoxe vragen?
Intussen is de wereld in huis gekomen. Zeker. Juist het ‘onschuldige’ Journaal met zijn rampen roept de vraag op: ‘Waarom laat God dit toe?’ Preken over de waaromvraag raken de gemeente. De vraag hoe het Woord op het leven slaat, moet beantwoord worden voordat mensen de kerk verlaten. Anders kun je Luthers vraag niet eens meer uitleggen.
Toch signaleer ik zelf meer dat Luther ingehaald wordt door de meelevende vraag: hoe leef je heilig voor God? Gelovige jongeren herkennen de worsteling om genade niet meer, maar vragen naar Gods wil: ‘Wat is Zijn plan met mijn leven?’ Dan gaat het dus om een andere verschuiving, om die van rechtvaardiging naar heiliging. De wind waait vandaag ook veel meer uit evangelische dan uit oecumenische hoek.
Na de secularisatie kwam de religie weer terug. Maar ook dan lijkt Luther voorbij. Wij hebben Bonhoeffer ontdekt: geen ‘goedkope’ genade (dat onbedoelde neveneffect van Luthers ontdekking) maar discipelschap, Nachfolge, kruisdragen.
Dieper
Intussen zingen wij graag het Pinksterlied ‘Heer, ik hoor van rijke zegen’, met dat opwekkingsrefrein ‘Ook op mij’ en de woorden ‘Ga mij niet voorbij, o Vader.’ Maar als trouwe kerkgangers zich ‘het’ zomaar niet durven toe te eigenen, bedoelen ze dan ‘het’ of ‘Hem’? Soms durven gemeenteleden alleen maar niets van zichzelf te zeggen. Ons doopformulier gaat wat dat betreft dieper: de Geest (!) wil ons ‘toe-eigenen wat wij in Christus hebben’. En in het formulier voor predikanten betekent het woord toe-eigenen: toepassen.
Geest en Woord doen het dus. En dat niet zonder tollenaarsgebed ‘O God, wees mij zondaar genadig!’ De eerdergenoemde ds. Boer zei: ‘Wie hieraan voorbij is, is er nooit aan toe geweest.’ En prof. Berkhof: ‘Wij staan ergens anders, Augustinus ook al.’ Maar ds. Boer antwoordde: ‘Hoe lief waren hem de boetepsalmen!’
Is dat vandaag voorbij? Wat is tussen Christelijke Gereformeerde Kerken en de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt hét thema? Juist, de toe-eigening.
Dr. Visser gaf zelf eens tijdens een bijeenkomst van het Contactorgaan Gereformeerde Gezindte (COGG) een staaltje actualisering van de rechtvaardiging, van dat bevrijdende ‘om niet’. Juist als ons heiligingsstreven faalt of ons gevoel uitvalt, kan de wondere vrijspraak weer klinken. Zo ging het toch ook bij Kohlbrugge?
Heilsegoïsme
Dr. Visser pleit terecht voor contextuele prediking. Ook Paulus preekte in Athene heel anders dan in Korinthe. Op de Areopagus was Israëls God immers nog onbekend. Nu wij zoveel reizen, dan zie je het voor je. Wie eens een Israëlreis heeft gemaakt, leest de Bijbel immers anders. Een Messiasbelijdende Jodin zei eens: ‘Hoe durven jullie Gods beloften aan Israël op jezelf toe te passen en Zijn oordelen op ons!?’ Ze noemde dat een ‘kraakactie’: ‘Sem eruit, ik erin.’
Paulus zei tegen de Efeziërs: ‘Bedenk dat gij eertijds heidenen waart: zonder God of hoop.’ Zo komt een oude vraag vernieuwd terug.
Wij zingen ‘Hij maakt op hun gebeden gans Israël eens vrij.’ Maar zijn wij Israël? Vandaar het slot: ‘Zo doe Hij ook aan mij.’ Maar maak van ‘bevindelijke’ vragen geen tijdloos thema. Lydia en de cipier in Filippi (Hand. 16) maken elk een eigen weg mee. Heilszekerheid is niet het hoogste. De oudste belijdenis ‘Jezus is Kurios’ (zonder: mijn) kan ons heilsegoïsme genezen en beantwoordt juist die moderne vraag. Intussen is de tijdsafstand wel groter geworden en de toepassing dus moeilijker. Welke sleutel hanteren we bij Schriftuitleg? Neem Jezus’ wonderen: horen zij bij een antiek wereldbeeld (zoals dr. Bultmann meent) of stimuleren ze juist ons gebed om genezing nu (zoals charismatische christenen geloven)?
Massieve kanseltaal
Daar komt nog postmodernisme bij: mensen zijn teleurgesteld in ‘grote verhalen’ die niet uitkwamen. Zo krijgen velen van ons ook moeite met massieve kanseltaal. Vroeger kon je woorden als wedergeboorte of verzoening niet klein krijgen omdat ze zo groot waren. Nu denken we: zijn al die cheques nog gedekt? Heeft het grote huis van de leer ook nog een deur? Na Comrie’s ABC des geloofs en Miskotte’s Bijbels ABC bleek nog een Alphacursus nodig.
Dr. Visser begint zelf weer waar de Nederlandse Geloofsbelijdenis begon: zie je iets van God in de wereld? Missionair is de ‘toeleidende weg’ terug, soms zelfs in speciale seekers services. Laat een zendeling uit Zimbabwe of China ons eens vertellen, hoe dat (Hij!) daar werkt. Is toe-eigening ook contextueel bepaald?
Er is meer
Maar er is meer, zegt dr. Visser terecht. Er is ook toerusten. De Schrift zegt meer van groei dan wij soms waar willen hebben. ‘Hoe langer hoe meer!’ Verder pleit Visser voor zelfverloochening, volharding en dienst. Hij kan dus ook tegendraads zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 oktober 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 oktober 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's