Omgaan met ons verleden
In de kerk kan moordenaar een apostel worden
De oproep van ds. J.G. Offringa van 'Op Goed Gerucht' voor een excuus aan de remonstranten bewijst dat de kerk steeds positie ten opzichte van haar verleden moet kiezen. In de samenleving gebeurde dat dit najaar over de jaren tachtig, nadat een kamerlid van GroenLinks tot aftreden gedwongen was.
Zo’n kwarteeuw geleden had kamerlid Wijnand Duyvendak plannen voor energiecentrales en adresgegevens van hoge ambtenaren gestolen. Dan kun je nu niet op geloofwaardige wijze kamerlid zijn. Het leidde in Nederland tot een debat over de verwerking van de jaren tachtig. Dat is opvallend, alsof we collectief een positie in moeten nemen ten aanzien van elke periode in onze nationale geschiedenis.
Voor de oorlogsjaren ligt dit anders. Nederland was na vijf jaar overheersing door de nazi-Duitsers lang bezig met de verwerking van de bezetting, met de relatie tot onze oosterburen en met de vraag naar onze verantwoordelijkheid voor de Joden. Welke Nederlander was ‘goed’ of ‘fout’ en hoe kon je enigszins onbekommerd leven als je ouders NSB’er geweest waren? Nu klonk na het aftreden van het GroenLinks-kamerlid Duyvendak de vraag: Wat deed u in de jaren tachtig? Alsof we met elkaar een standpunt moeten innemen hoe we nu denken over de kabinetten onder leiding van premier Lubbers, de tijd van de kraakbeweging, de periode voor het uiteenvallen van de Sowjet-Unie.
Strafblad
De kerk kan zich ook de vraag stellen: Waarmee was zij bezig in de jaren tachtig? En: is zij op wezenlijke punten van gedachten veranderd sinds de jaren tachtig? Daarbij trekken we de kring natuurlijk wijder dan alleen de jaren tachtig.
Gelukkig gelden in de kerk andere normen dan in de politieke arena. Omdat voor het aangezicht van God elk mens een strafblad heeft. Tijdens de dienst van voorbereiding op het Heilig Avondmaal klinkt het zondenregister, bedoeld om ons dit strafblad concreet voor ogen te stellen en ons te brengen tot belijdenis van zonden. ‘Wie zijn overtredingen bedekt, zal niet voorspoedig zijn, maar die ze belijdt en laat, zal barmhartigheid verkrijgen.’ (Spr. 28) Dan mogen Gods kinderen met de rug naar het verleden leven, omdat bij God vergeven en vergeten samengaan. ‘Gij zult al hun zonden in de diepten der zee werpen’, zo besluit de profeet Micha zijn boek. Een zee van eeuwige vergetelheid, noemt een klassieke uitdrukking het.
Al kent elke kerk toelatingseisen tot het ambt en al verwoordt de Heilige Geest in 1 Timotheüs 3 waaraan een ambtsdrager dient te voldoen, in de kerk kan een voormalige crimineel dienen. De kerkgeschiedenis kent voorbeelden van moordenaars die in de gevangenis tot bekering kwamen en in Gods Koninkrijk een plaats kregen. Zo werd de moordenaar van de eerste GZB-zendeling A.A. van de Loosdrecht (in 1917) later predikant; zo werd de man die met genoegen de steniging van Stefanus bijwoonde, Saulus, apostel onder de heidenen – al noemde deze Saulus zich vanwege zijn vervolging van de gemeente de minste van de apostelen. (1 Kor. 15:9)
Kernbewapening, homofilie
We hoeven hier niet lang stil te staan bij wat er in de jaren tachtig in de kerk omging. Het was de tijd van het bezoek van de paus aan Nederland, de tijd van de overgang van nogal wat christelijke gereformeerde predikanten naar de Hervormde Kerk, omdat ze in eigen kring ruimte misten in de doordenking van ethische vragen: abortus, kernbewapening, homofilie. Het waren de jaren van het op synodaal niveau verder naar elkaar toegroeien van de Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken. Het was de tijd van de oprichting van het tijdschrift Kontekstueel, vooral bedoeld om te zoeken naar een nieuwe manier om de Schrift uit te leggen – om niet meer te noemen.
De kerk hoeft niet voortdurend bezig te zijn met haar verleden, haar eigen beleid, haar eigen uitspraken. Dat heeft iets vermoeiends. Ik doel daarbij niet op haar belijdenis, want wat die betreft mag de kerk juist blijvend zoeken haar geestelijke erfgoed vruchtbaar te maken. Luisteren naar stemmen uit de Vroege Kerk, de Reformatie en de Nadere Reformatie, het Réveil enzovoort is van grote betekenis. Datzelfde geldt voor het kennisnemen van de kerkgeschiedenis als een probaat middel tegen moedeloosheid voor hen die nu in de kerk dienen.
We zien in onze tijd dat vrijwel elk kerkgenootschap zich op eigen wijze uitspreekt over kruispunten in haar geschiedenis. De waardering van standpunten uit het verleden – ingenomen op momenten dat het er echt toe deed – heeft alles te maken met hoe de kerk zich momenteel zelf verstaat.
In de Gereformeerde Gemeenten is discussie gekomen over de schorsing van ds. R. Kok, zelfs zodanig dat de synode vorig jaar ‘met leedwezen erkende dat er ernstige kerkordelijke fouten zijn gemaakt’, die leidden tot de schorsing van ds. R. Kok en de ontheffing van dr. C. Steenblok als docent aan de Theologische School. Een en ander leidde tot de vorming van de Gereformeerde Gemeenten. In de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt zoekt men de laatste jaren keuzes uit het verleden vruchtbaar te maken voor het heden. Aan het einde van de drie bundels artikelen onder de naam Vuur & vlam schrijft dr. R. Kuiper dat een ontwikkelend gereformeerd leven voortgang kan boeken door kennisneming, bespreking en verwerking van het eigen verleden. ‘Geschiedenis staat immers in dienst van het leven.’ De vrijgemaakt-gereformeerde discussie lijkt me op een andere manier lastig dan die in de Gereformeerde Gemeenten, omdat de vrijgemaakten afstand nemen van hun eigen kerkelijke positie. Overtuigd van het eigen kerkelijke gelijk bakenden ze de grenzen naar andere kerken en organisaties lange tijd sterk af, terwijl er nu een andere visie heerst op samenwerking met andere kerken, over de liturgie, over het integreren van charismatische invloeden, over de ambten.
In verwarring
Kun je in de kerk afstand nemen van het eigen verleden? Een zorgvuldige historische situatieschets en een uitvoerige verantwoording over de doorgemaakte ontwikkeling zijn dan wel nodig. Mensen raken in verwarring en zijn gedesoriënteerd als hun geestelijke leiders nieuwe inzichten uitdragen zonder te benoemen waar het Woord van God en de Heilige Geest hen een andere weg wezen. In de vrijgemaakte kerken leidde de verschillende visie op het eigen verleden en op de roeping nu zelfs tot een scheuring en de verdrietige vorming van de kleine Gereformeerde Kerken Hersteld.
Radicaal en bescheiden
Het kan ook individuele theologen overkomen dat ze afstand nemen van eerdere publicaties. Is dat erg? Niet bij voorbaat, want in een levende omgang met het Woord kan de Heilige Geest nieuwe inzichten geven. Niet minder is waar dat wetenschappelijke kennis of een dieper verstaan van de tijd waarin we leven, tot andere opvattingen kan leiden. Ik pleit voor deze situaties dan wel voor veel bescheidenheid, in het besef dat mensen ook op een verkeerd been gezet kunnen zijn. Voor de EO-radio was – het is slechts een voorbeeld – vorige maand een vraaggesprek met dr. W.J. Ouweneel te beluisteren, omdat hij in de afgelopen jaren een andere visie gekregen heeft op verschillende onderwerpen, wat onder andere bleek uit zijn boek De schepping van God. Het is eerlijk dit te benoemen, maar tegelijk is er de vraag of je bij verandering van visie met dezelfde stelligheid een andere mening moet uitdragen dan je eerder verwoord hebt. Het hoofdstuk over de liefde (1 Kor. 13) leert ons ook dat christenen ten dele kennen, waardoor bijbelse radicaliteit en bijbelse bescheidenheid geen tegenstelling zijn.
Excuus aan remonstranten
Dat omgaan met het verleden in de kerk een actueel thema blijft, leren we uit de recente oproep van ds. J.G. Offringa, voorzitter van de predikantenbeweging Op Goed Gerucht, die pleitte voor een excuus van de Protestantse Kerk aan de remonstranten vanwege 1618-1619, de Dordtse synode. Op deze modieuze actie bleek zelfs de Remonstrantse Broederschap niet zitten te wachten. Het zegt vooral iets over de wijze waarop delen van de kerk zich tot haar eigen (belijdende) verleden verhouden.
Tot slot: met de kerk van alle tijden belijden we elke zondag ons christelijk geloof. En leven we – het verleden achter ons latend – toe naar de toekomst van onze Heere Jezus Christus.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 oktober 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 oktober 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's