De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Catechese en school

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Catechese en school

Kind krijgt op vijf manieren godsdienstonderwijs

6 minuten leestijd

Een kind uit een Gereformeerde Bondsgemeente krijgt waarschijnlijk op vijf manieren godsdienstonderwijs. Is het niet vreemd dat al deze vormen van geloofsonderricht elkaar passeren als schepen in de nacht?

Godsdienstonderwijs op school en catechese door de kerk hebben alles met elkaar te maken. We kunnen dat onmiddellijk afleiden van de derde vraag die aan de ouders gesteld wordt wanneer zij hun kind laten dopen. Dan beloven zij hun kind naar hun vermogen in het christelijk geloof te onderwijzen en te laten onderwijzen.
Deze laatste uitdrukking doelt oorspronkelijk op doopgetuigen, maar later is in onze gereformeerde traditie daarbij gedacht aan de school en de catechese van de kerk. Wie wat langer over deze dingen nadenkt, gaat zich erover verbazen dat het godsdienstonderwijs op school en de catechese in de kerk vaak volledig los van elkaar plaatsvinden.
Natuurlijk zijn er wel allerlei vormen van samenwerking tussen kerk en school. Te denken valt aan kinderdiensten op bid- en dankdagen of als afsluiting van een themaweek op school. Ook leren kinderen op school liederen die in de kerkelijke gemeenten gezongen worden. Maar wanneer het gaat om het eigenlijke godsdienstonderwijs op school en de catechese van de kerk is er niet of nauwelijks sprake van structurele samenwerking. Dat is geen goede zaak.

Bezinnen
Wanneer we naar de situatie van vandaag kijken, is het duidelijk dat we in een totaal andere wereld leven dan vóór de scheiding van kerk en staat (zie kader ‘Ouders, school en kerk werkten samen’). Als er nog godsdienstonderwijs op school geven wordt, dan heeft dat meestal niets te maken met de catechese in de kerk.
Mijn vraag is of dit gegeven nu juist geen belangrijk motief vormt om daar waar scholen wel veel waarde hechten aan bijbelgebonden godsdienstonderwijs en daar waar kerkelijke gemeenten de catechese van groot belang vinden, elkaar op te zoeken en zich te bezinnen over hoe een gezamenlijke taak inhoud en vorm gegeven kan worden.

Vanaf tien jaar
Ik denk dat we hier moeten denken vanuit het kind en de opvoeding door zijn ouders. Het is niet denkbeeldig dat momenteel aan kinderen in Gereformeerde Bondsgemeenten op vijf verschillende manieren godsdienstonderwijs dan wel catechese wordt gegeven: op school, op catechisatie, op zondagsschool, op de club of vereniging van de kerk en ten slotte door de ouders zelf thuis.
Om het kind zullen we moeten zoeken naar integratie. Ik blijf pleiten voor een verlaging van de leeftijd voor de catechese in de kerk. Niet vanaf twaalf jaar, maar vanaf tien jaar. Dat wil ik, omdat er in de kerk een groot gebrek aan kennis is en omdat basale cognitieve kennis, het best vóór het twaalfde jaar, op de kinderleeftijd kan worden bijgebracht. Anders zijn we er te laat mee. We zullen op dit punt tot een goede afstemming met elkaar moeten proberen te komen om metterdaad tot samenwerking te komen.

Verschil
Dat lijkt eenvoudiger dan het is. Ik noem enkele verschillen tussen school en kerk op dit punt. Het godsdienstonderwijs op school en de catechese van de kerk kennen niet dezelfde doelstelling. Op school gaat het om een toetsbare hoeveelheid kennis, op grond waarvan het kind een beoordeling krijgt.
In de kerk liggen de dingen anders. Daar gaat het ook om kennis, inzicht en een bepaald soort vaardigheden, maar die staan in een persoonlijk geloofskader. Van het godsdienstonderwijs op school kunnen we dunkt me niet zeggen dat het erop gericht is om kinderen te doen leven vanuit zijn of haar doop, maar dat geldt in kerk nu juist wel, dat is precies het eigene van de doelstelling van de catechese. Catechese eindigt niet met een rapport of een diploma, maar leidt toe naar de belijdenis van het geloof.
Hiermee hangt onmiddellijk samen een verschil in waardering van het intellectuele. Een goede leerling op school kan daarom een slechte catechisant zijn en een goede catechisant kan daarom een slechte leerling op school zijn.

Niet afwachten
Maar er zijn ook andere complicaties. We stuiten hier allereerst op de kerkelijke verdeeldheid. Op school zitten kinderen uit diverse kerkelijke gemeenschappen. Hoe zal hier van samenwerking met de kerkelijke gemeente gesproken kunnen worden? Andersom hebben we in de catechese met een soortgelijk probleem te maken. Kinderen op catechisatie bezoeken verschillende scholen. Boven de twaalf jaar is er sprake van een heel scala van schoolsoorten.
En dan zijn er de theologische verschillen. Scholen voor reformatorisch onderwijs gaan van andere theologische principes en ook van andere pedagogische visies uit dan de meeste scholen voor algemeen christelijk onderwijs.
Moeten we het maar niet houden zoals het is en gewoon afwachten tot er betere tijden komen? Nee, dat moet volgens mij niet. Want het gaat om het kind en om de jongere. Daarom ben ik van mening dat school en kerk in de concrete plaatselijke situatie contact moeten zoeken als het gaat om het geloofsonderricht aan kinderen en jongeren. Dat betreft zowel de basisschool als het vervolgonderwijs.
Zelf heb ik in de tijd dat ik predikant was diverse keren gewerkt aan een vorm van samenwerking. Dat was heel verrijkend. Er openden zich nieuwe perspectieven en je kreeg samen al brainstormend allerlei ideeën. Het gaat immers om het kind. Op ouderavonden op school en in de catechese kan daarover een vruchtbaar gesprek ontstaan met de ouders. Ouders vinden dit contact belangrijk en hebben soms lumineuze ideeën voor het onderricht van hun kind, vooral moeders.

Uit het hoofd leren
Dan de vraag naar het memoriseren van de vragen en antwoorden van de catechismus, wat ons betreft de Heidelbergse Catechismus. Is het wenselijk dat kinderen de vragen en antwoorden uit het hoofd leren? Laat ik beginnen met te zeggen dat ik deze vraag zie staan in het bredere kader van het gebrek aan kennis van Bijbel en geloofsleer, waarover ik het al eerder had. Wanneer ik een pleidooi houd voor kindercatechese, dan zou daarin het memoriseren van de catechismus een plaats kunnen krijgen. Kinderen leren gemakkelijk uit het hoofd, althans het gemiddelde kind. Daaraan moet ik wel toevoegen dat de meeste vragen en antwoorden van de Heidelbergse Catechismus veel te moeilijk zijn voor een kind van tien jaar. Het abstractieniveau, de terminologie enzovoort zijn niet geschikt. We zouden er wellicht het omgekeerde mee bereiken dan we willen: geen liefde voor, maar een hekel aan de catechismus. We moeten dan ook een op kinderen toegesneden bewerking van de catechismus gebruiken. Waar geen kindercatechese is, kan het memoriseren op school gebeuren, zoals dat hier en daar ook nu al plaats heeft. Hiervoor gelden dezelfde randvoorwaarden.
Het is niet goed om het leren van de catechismus als een op zichzelf staand iets te bezien. We zullen er iets mee moeten doen. Ik zou ook willen zoeken naar eerherstel van leerdiensten in de kerk voor kinderen. In een gemeente in ons land leren de kinderen onder leiding van iemand uit het onderwijs de vragen en antwoorden uit de eigentijdse weergave van mijn hand, om ze vervolgens samen in de kerk op te zeggen. Een mooi voorbeeld.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 oktober 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Catechese en school

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 oktober 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's